Begin dit schooljaar is het PO Platform Kwaliteit en Innovatie van start gegaan. Het platform fungeert als één loket voor ondersteuning van scholen op het gebied van kwaliteit en innovatie en maakt een eind aan de lappendeken van projectorganisaties op het gebied van onderwijsvernieuwing.
PO Platform Kwaliteit en Innovatie
Het PO Platform Kwaliteit en Innovatie is een initiatief van het ministerie van OCW en de organisaties voor bestuur en management, de personeelsorganisaties en de AVS. De overheid wenst niet langer zelf de koers voor verandering in het onderwijs te bepalen, maar wil deze aan het veld overlaten. In plaats van dat de overheid scholen stimuleert een bepaalde vernieuwing of verbetering door te voeren, gaat het platform ze ondersteunen bij het formuleren en uitvoeren van een eigen gekozen vernieuwingsagenda. Projectleider Roel Weener: “Scholen moeten leren zélf aan zet te zijn. De belangrijkste doelstelling van het platform is scholen hun eigen ontwikkeling te laten initiëren, faciliteren en stimuleren. Als zij dat kunnen, houden wij daarmee direct op.”

Borgingstraject
Met de komst van het platform wordt de lappendeken van projectorganisaties zoals Q*Primair, WSNS+, Ict op School*, die zich bezighouden met kwaliteit en innovatie, vervangen door één loket waar het primair onderwijs met al haar projectaanvragen en ideeën terecht kan. En dat is volgens Weener precies waar het veld behoefte aan heeft. “Alle programmas en projecten voor het primair onderwijs zijn nu gebundeld in één platform. Dat levert meer duidelijkheid en minder kosten op. Voorheen had je voor elk project een aparte stimuleringsregeling met alle administratieve rompslomp van dien.” Over de lopende zaken zegt hij: “De drie projecten die al op 1 januari 2007 aflopen WSNS+, Q*Primair en TOM krijgen in het platform een borgingstraject: de opbrengsten uit deze projecten bijvoorbeeld de TOMscholen, de TOMnibus en vanuit WSNS+ de éénzorgroute, handelingsgericht werken en zelfevaluatie worden door het PO Platform Kwaliteit en Innovatie geborgd en verder verspreid. De termen TOM en WSNS+ verdwijnen niet. Er worden alleen geen nieuwe activiteiten meer ontplooid onder die noemers.”

Leervormen
Eén van de doelstellingen van het platform is om aanwezige kennis toegankelijk en uitwisselbaar te maken. De website www.innovatiepo.nl speelt hierbij een zeer belangrijke rol. Alle producten en instrumenten die de afgelopen jaren tijdens landelijke innovatieve projecten zijn ontwikkeld, zijn op de site in een database ondergebracht. Zo wordt mede inhoud gegeven aan één van de drie leervormen die het platform beoogt. Allereerst het leren van en met elkaar. Deze vorm krijgt verder inhoud door nog te organiseren regionale bijeenkomsten, waar scholen kennis, vragen en ideeën kunnen uitwisselen. De twee andere manieren van leren die door het platform worden gestimuleerd zijn: leren van eigen ervaringen binnen scholen en leren van en met experts praktijk en wetenschap samen. Het platform wil bij al deze drie leervormen passende ondersteuning bieden. Die ondersteuning blijft vooralsnog in handen van de gespecialiseerde projectmedewerkers die voorheen werkten voor bijvoorbeeld TOM of WSNS+. De platformorganisatie zelf is licht gehouden om zoveel mogelijk van de beschikbare middelen ten goede te laten komen aan de scholen. Vraagsturing is een belangrijk uitgangspunt bij het functioneren van het platform. Weener: “Wat wij geleerd hebben mede aan de hand van de door het Kohnstamm Instituut uitgevoerde literatuurstudie is dat niet wij, maar vooral de scholen hun eigen vragen en behoeften moeten formuleren. Als je kijkt naar de projectaanvragen die tot nu toe binnen zijn, dan kun je zeggen dat het wezenlijk over vier centrale zaken gaat. In de eerste plaats leerlingenzorg: hoe kunnen wij zo goed mogelijk kinderen begeleiden die een specifieke onderwijsbehoefte hebben? Hoe richt je het onderwijs zo in dat je recht doet aan alle leerlingen? Een tweede thema is kwaliteit: hoe kunnen wij de kwaliteit van ons onderwijs op een hoger niveau brengen? Het derde thema richt zich op de vraag hoe we de handelingsbekwaamheid van de professionals op school kunnen stimuleren. En als laatste techniek, het leren ondernemen. Hierbij gaat het erom dat kinderen leren hun talenten zo goed mogelijk te exploiteren. Leren gaat verder dan alleen de instrumentale vaardigheden rekenen, taal en lezen.”

Innovatieagenda
De vragen uit het veld zelf, gecombineerd met de wensen en eisen die OCW stelt aan de inrichting en de kwaliteit van het onderwijs, vormen de basis voor een jaarlijks door OCW en het platform bij te stellen meerjaren innovatieagenda voor het kwaliteits- en innovatiebeleid. De doorlopende projecten op het gebied van kwaliteitszorg, leerlingenzorg en onderwijs anders vinden hierin een plek en zijn voorzien van concrete doelstellingen. Andere onderwerpen op de innovatieagenda 2006-2007 zijn onder andere de verbetering van het technisch lezen, de ontwikkeling van taalbeleid door taalpilots waarbij ervaring wordt opgedaan met toetsing en het vaststellen en uitwerken van een ontwikkelingsperspectief voor zeer jonge kinderen, de uitvoering van het beleid rondom de zorgstructuren die in en rondom de school gestalte moeten krijgen en opleiden in school. Ook zijn de programmas VTB, Cultuureducatie en Kennisnet-Ict op School opgenomen in de meerjarenagenda. Voor het uitvoeren van het innovatieplan 2006-2007 is in totaal zes miljoen euro beschikbaar. De komende jaren wordt dat budget aangevuld met middelen die vrijkomen door de aflopende projecten en de afbouw van de Subsidiering Landelijke Onderwijsondersteunende Activiteiten SLOA. Volgens Weener heeft het platform een vliegende start beleefd. “Wij zijn bijzonder verrast door het grote aantal aanvragen die we in de eerste weken van ons bestaan hebben ontvangen. Zo hebben bijvoorbeeld vijftien scholen in Drenthe aangegeven aan de slag te willen met de in opdracht van de AVS ontwikkelde innovatiemonitor. Daarbij gaat het heel expliciet om het verbeteren en versterken van de vraagarticulatie van de schoolleiders en de teamleden. Voor andere stimuleringsregelingen leren van en met elkaar hebben al 950 scholen zich opgegeven. Duidelijk is in ieder geval dat de scholen ons weten te vinden. Het platform heeft in korte tijd een eigen gezicht gekregen en we hopen de komende tijd verder te werken aan onze positionering. Ik hoop dat schoolleiders in toenemende mate bij ons aan de bel zullen trekken en dat zij zo vooruitgang boeken met hun eigen professionele en schoolontwikkeling.”

* De zes bestaande programmas en projecten die onder het PO Platform Kwaliteit en Innovatie vallen: Cultuureducatie, Stichting Kennisnet Ict op School, Q*Primair, Teamonderwijs Op Maat TOM, Programma Verbreding Techniek Basisonderwijs VTB en WSNS+. Kijk voor meer informatie zoals de literatuurstudie van het Kohnstamm Instituut op http://www.innovatiepo.nl/ en op Innovatie.

Thema: Kwaliteit en innovatie
Auteur: Bert Nijveld
Kader Primair 4 – December 2006

AVS over het PO Platform Kwaliteit en Innovatie
Michiel Wigman directeur: “De AVS participeert in het PO Platform Kwaliteit en Innovatie als gelijkwaardig gesprekspartner met de besturenorganisaties en de vakorganisaties. In feite kan met een beetje fantasie dit platform worden gezien als voorloper van een sectororganisatie, op het gebied van innovatie. Daarom vindt de AVS het belangrijk om hier volop aan mee te doen. Natuurlijk moet voorkomen worden dat dit platform gaat leiden aan regeldrang en ministerietje spelen. Het gaat erom dat scholen en hun directeuren bezig zijn en blijven met hun onderwijskundig proces en daar steeds kritisch naar blijven kijken vanuit het oogpunt van innovatie en kwaliteit. In feite zou een heel groot deel van de financiën die beschikbaar zijn voor innovatie en kwaliteit uiteindelijk gewoon rechtstreeks naar de scholen moeten gaan. Door de huidige overgangsfase blijft de komende jaren een afnemend deel van het geld beschikbaar voor een voorzichtige regie vanuit het platform, terwijl een groot deel van de gelden ook nu al naar de scholen gaat. Zoals bij veel dossiers is ook hier weer aan de orde dat de schoolleider en de bovenschoolse manager een cruciale rol spelen bij de bepaling van het beleid, de uitvoering en implementatie, als het gaat om kwaliteit en innovatie. Vanuit dat perspectief is en zal de AVS nadrukkelijk participeren in het platform.”

 

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws

  • Omgevingskenmerken spelen grote rol bij ontwikkelingsactiviteiten

  • Onafhankelijkheid Commissies voor Indicatiestelling onderzocht

  • Manifest over toekomst buitenschoolse opvang

  • Zo kan het ook! – zelfontworpen teamontwikkelplan