Sanctiebeleid huisvestingsuitgaven uit ‘verkeerd’ potje voorlopig gehandhaafd

AVS pleit voor uitzonderingenOngeveer een jaar geleden liet de toenmalige staatssecretaris weten dat het niet is toegestaan om vanuit de lumpsum uitgaven te doen voor onderwijshuisvesting. Als de scholen zich hier niet aan zouden houden, konden de gelden worden teruggevorderd. Dit ‘genuanceerd sanctiebeleid’ is inmiddels geëvalueerd op basis een onderzoek van de inspectie. Op 1 april 2010 heeft minister Rouvoet de uitkomsten aan de Tweede Kamer aangeboden en zijn reactie gegeven. Scholen blijken in 2006 en 2007 in totaal ongeveer zestig miljoen uit de rijksbekostiging te hebben ingezet voor huisvesting. Rouvoet wil het sanctiebeleid voorlopig handhaven; de AVS pleit voor uitzonderingen.Van de zestig miljoen euro ging de helft naar huisvesting voor bovenschools management en ondersteuning van de praktijkgerichte leeromgeving, 25 procent werd uitgegeven aan nieuwbouw en 25 procent aan verbouwingen. Het gaat hier vooral om voorzieningen die niet zijn opgenomen in de modelverordening onderwijshuisvesting van de VNG, maar die naar het oordeel van de inspectie wel kunnen vallen onder het begrip ‘adequate onderwijshuisvesting’, zoals omschreven in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO).In zijn reactie stelt minister Rouvoet dat het ‘genuanceerd sanctiebeleid’ voorlopig wordt gehandhaafd. Een definitieve beslissing daarover stelt hij afhankelijk van de uitkomsten van een aantal lopende onderzoeken, zoals:• een onderzoek naar de scheiding van geldstromen (investeringskosten via de gemeente, exploitatie via het schoolbestuur). De uitkomst van dit onderzoek wordt eind 2010 verwacht.• een onderzoek naar de uitgaven van gemeenten aan onderwijshuisvesting. Circa 330 miljoen euro zou bij gemeenten ‘blijven liggen’. De uitkomst van dit onderzoek wordt rond de zomer van 2010 verwacht.• een onderzoek van de VNG en de PO-Raad naar een nieuw programma van eisen voor het basisonderwijs, waarbij de kwaliteit van de voorziening voorop staat en niet de normvergoeding.Scholen in het primair onderwijs worden schriftelijk over bovenstaande onderzoeken geïnformeerd.UitzonderingVolgens de AVS zou de minister ook nu al veel concreter kunnen aangeven welke uitgaven toelaatbaar zijn en welke niet. In elk geval zou voor twee situaties een uitzondering kunnen worden gemaakt:• uitgaven voor een duurzaam gebouw. Deze uitgaven verdienen zich in beginsel terug door een energiezuiniger en onderhoudsvriendelijk gebouw, waardoor bespaard wordt op de exploitatielasten. Te denken valt zowel aan aanpassingen van bestaande gebouwen, waarvoor geen aanspraak bestaat op een vergoeding door de gemeente, als aan een bijdrage van de school aan de kosten voor nieuwbouw, die de normkosten in de gemeentelijke verordening te boven gaan.• scholen waarmee een doordecentralisatieafspraak is gemaakt. In dat geval stelt de gemeente een jaarlijkse vergoeding beschikbaar, bijvoorbeeld een vast bedrag voor buitenonderhoud. Deze jaarlijkse vergoeding kan de school dan combineren met de vergoeding van het Rijk voor de dekking van de kosten voor algehele instandhouding van het gebouw. Als het gaat om de verantwoording van de besteding van deze middelen, kan van de school niet worden gevraagd weer een uitsplitsing te maken.Door te wachten op elkaar opvolgende onderzoeken laat de minister de scholen nodeloos lang in onzekerheid, vindt de AVS. Creatieve oplossingen en een effectieve taakverdeling tussen gemeente en scholen worden geblokkeerd door de handhaving van het sanctiebeleid.De reactie van de minister en het rapport van de onderwijsinspectie zijn te vinden opwww.rijksoverheid.nl/ministeries/ocw (zoekterm ‘investering huisvesting besturen primair onderwijs’).Meer informatie: AVS, Jan Schraven (j.schraven@avs.nl) of Justin Peter (j.peter@avs.nl)

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.