Staatssecretaris Sander Dekker heeft op 28 september 2017 de subsidieregeling ‘Cultuurbegeleider primair en speciaal onderwijs’ gepubliceerd. Deze stelt interne cultuurcoördinatoren en leerkrachten die deze werkzaamheden uitvoeren in staat zich verder te professionaliseren ter bevordering van het cultuuronderwijs in het primair onderwijs.

Leerkrachten kunnen grond van de regeling twee subsidies aanvragen: subsidie voor studiekosten en voor vervangingskosten.
De leerkracht kan allereerst subsidie ontvangen voor het volgen van een opleiding tot cultuurbegeleider. Deze stelt leraren in staat inhoudelijke kennis op het gebied van cultuuronderwijs te verwerven, een leerlijn te ontwikkelen, cultuuronderwijs te verzorgen en eventueel collega’s te begeleiden. De subsidie bestaat uit een vergoeding voor het cursusgeld (tot een maximum van € 3.000), studiemiddelen (tot een maximum van € 175) en een reiskostenvergoeding (tot een maximum van € 300) en wordt uitgekeerd aan de leerkracht.
Een leraar – in dienst van een bevoegd gezag – die subsidie voor studiekosten aanvraagt, kan ook subsidie aanvragen voor het bevoegd gezag als tegemoetkoming in de vervangingskosten bij het volgen van een opleiding tot cultuurbegeleider. Voor ten hoogste 72 uur aan vervangingskosten kan subsidie worden verstrekt. Hieraan is voor het bevoegd gezag de verplichting verbonden dat de leerkracht de gelegenheid krijgt om de opleiding tot cultuurbegeleider te volgen. Het bevoegd gezag kan op verschillende manieren invulling geven aan deze verplichting. Zo kan het de tegemoetkoming in de vervangingskosten gebruiken om de arbeidsomvang van de betreffende leraar tijdelijk uit te breiden, zodat de leraar de opleiding tot cultuurbegeleider kan volgen. Ook is denkbaar dat het bevoegd gezag de niet-onderwijsgevende taken van de leerkracht overdraagt aan een collega. De leraar wordt dan ontzien en kan de gewonnen tijd benutten voor het volgen van de opleiding tot cultuurbegeleider.

Downloads

Gerelateerd nieuws