PO-Raad plaatst kanttekeningen bij onderzoek vermogenspositie basisschool

Onlangs publiceerde de AOb een onderzoeksartikel over de vermogenspositie van scholen in het primair onderwijs. De PO-Raad vindt het beeld dat hierin wordt geschetst verre van herkenbaar en uit felle kritiek op de onderzoekwijze.De methode die de AOb gebruikt voor het beoordelen van de vermogenspositie is volgens de PO-Raad omstreden. De AOb berekent bijvoorbeeld het weerstandsvermogen volgens de systematiek die door het ministerie wordt gehanteerd in het voortgezet onderwijs. Voor het po geldt echter een andere formule. Het weerstandvermogen van het basisonderwijs blijkt dan bijna een derde lager te zijn. Ook zou de AOb signaleringsgrenzen gebruiken die voor het vo gelden, en daar is sprake van een andere situatie. Voor het po moeten nog signaleringsgrenzen worden vastgesteld.Bij de invoering van lumpsum hebben de schoolbesturen bovendien hun materiële vaste activa op de balans moeten waarderen, maar ruim twee jaar na de invoering van de lumpsum lijkt naar voren te komen dat dit in veel gevallen onvolledig is gedaan. De materiële vaste activa zijn te laag gewaardeerd. In de formule voor het berekenen van het weerstandvermogen leidt dit vervolgens tot een te hoog percentage weerstandvermogen. Als basisscholen alle nu aanwezige leermiddelen, computers, meubilair en dergelijke in de komende jaren gaan vervangen, nemen de materiële vaste activa toe en zal het weerstandsvermogen afnemen. Ook zijn schoolbesturen bij het werken met de nieuwe systematiek (lumpsum) over het algemeen voorzichtig te werk gegaan. Dit duiden als oppotten miskent de bedoelingen van de besturen en managers, aldus de PO-Raad.De door de AOb gesuggereerde trend dat veel schoolbesturen geld in huisvesting stoppen, herkent de PO-Raad niet als landelijke trend. “De meeste scholen hebben daar helemaal geen geld voor, tenzij ze over eigen geld beschikken (uit verkoop van gebouwen of giften). Scholen mogen geld dat ze van de rijksoverheid krijgen niet aan huisvesting besteden, omdat de gemeenten hiervoor verantwoordelijk zijn. Het wordt overigens tijdelijk wel gedoogd door de Rijksoverheid.”Volgens de PO-Raad hebben de publicaties van de AOb van vorig jaar en de website hoerijkismijnschool.nl soms wel geleid tot de situatie dat schoolbesturen zich gedwongen voelden extra geld uit te gaan geven, zonder dat men al werkelijk grip had op de financiële situatie. Met alle risico’s van dien. De PO-Raad ziet liever dat het basisonderwijs de tijd krijgt om beter grip op de financiën te krijgen. De uitkomsten van de commissie Don zullen de besturen daarbij helpen. Die commissie zoekt naar een meer gepaste benadering om de vermogenspositie van scholen in het po te analyseren. Een eerder onderzoek van Price Waterhouse Coopers (PwC) naar de vermogenspositie van scholen is een eerste stap in dit proces.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.