Vanaf maandag 31 mei mogen alle scholen voor voortgezet (speciaal) onderwijs weer open, maar niet alle scholen willen dat. Ze krijgen het niet georganiseerd, of zijn bang omdat niet alle docenten gevaccineerd zijn. AVS-voorzitter Petra van Haren zegt hierover in Nieuwsuur (op 30 mei): “Zorgen zijn altijd terecht.” Tegelijkertijd geeft ze aan dat de richtlijnen van het kabinet leidend zijn. “Er is autonomie op de school over de organiseerbaarheid, het moet haalbaar zijn.”

In het voortgezet onderwijs zijn procentueel meer besmettingen dan in het basisonderwijs. Van Haren: “Er zijn altijd zorgen. Een schoolleider moet rekening houden met leerlingen en leerkrachten, moet voor beiden die veiligheid garanderen. Maar daarnaast heeft hij ook de verantwoordelijkheid om onderwijs te organiseren. Dat is eigenlijk een onmogelijk dilemma, want wat moet je voorrang geven?”

Toen het primair onderwijs open ging, waren er ook angsten. Hoe gaat het voortgezet onderwijs daar mee om? “De schoolleider gaat met het team in gesprek. Je gaat samen oplossingen bedenken en je gaat vooral kijken: wat is er wel mogelijk en hoe maken we het samen zo veilig mogelijk? Ook een MR – in het vo zitten daar ook leerlingen in – kijkt mee.”

In Regio Noord kunnen leerlingen nog zo’n 6 weken naar school, in Regio zo’n 8 weken. Heeft het nog wel zin de scholen te openen? “In het leven van een puber is een paar weken met elkaar optrekken best veel. Het gaat ook over ontmoeting, Er worden bijvoorbeeld sportlessen buiten gegeven.”

Van Haren geeft in het interview ook aan dat de richtlijnen van het kabinet leidend zijn. “De scholen mogen weer open, maar laat het helder zijn: er is autonomie op school over de organiseerbaarheid, het moet haalbaar zijn. Je kijkt altijd naar de context van jouw school.” Van Haren voegt toe dat vaccinaties ook bijdragen aan de oplossing. “Pas als al het personeel is gevaccineerd, waarvoor de AVS ook heeft gepleit, dan is er veiligheid in de school.”

Gerelateerd nieuws