Ruim 92 procent van de basisscholen gaat op 11 mei hele dagen open, dat blijkt uit een peiling onder bijna 1.700 schoolleiders en bestuurders van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) en de PO-Raad. De grootste zorgen onder de respondenten is of er voldoende leraren beschikbaar zijn en dat ouders hun kinderen toch thuishouden uit angst voor besmetting.
 
Veelal hele dagen
Veruit de meeste scholen gaan hele dagen open. Sommige basisscholen kiezen voor het model voor halve klassen en hele dagen (45,1 procent), gevolgd door hele klassen en hele dagen waarbij de klassen om en om naar school komen en de woensdagen en/of vrijdagen afwisselen (21,2 procent). Slechts 14,8 procent van de scholen kiest voor hele klassen en hele dagen waarbij ze om en om naar school gaan volgens een 5 gelijke dagenmodel, wat bij veel scholen de standaard is. Scholen die speciaal in de coronatijd hiervoor kiezen doen dat overwegend om met name kwetsbare kinderen dagelijks te zien. Ook de scholen in het speciaal onderwijs gaan helemaal open. Slechts 7,9 procent van de scholen kiest voor hele klassen en halve dagen.

De keuzes zijn in veruit de meeste gevallen gemaakt op basis van onderwijsinhoudelijke overwegingen. De scholen die ervoor kiezen om leerlingen in een 5 gelijke dagenmodel te ontvangen, doen dit overwegend omdat het wenselijk is om met name kwetsbare leerlingen dagelijks te zien. Tevens zou volgens deze respondenten het meer rust en structuur geven voor zowel leerlingen als ouders. Ook scholen die kiezen voor halve dagen doen dat veelal in het belang van de leerling of de organiseerbaarheid.
 

Zorgen over besmetting en voldoende leraren
Bijna 37 procent van de schoolleiders voorziet wel problemen bij de herstart. De grootste zorg die de respondenten hebben is dat ouders hun kinderen thuishouden uit angst voor besmetting (17,3 procent). Daaropvolgend voorzien de schoolleiders en besturen problemen rondom de beschikbaarheid van voldoende leraren (15,9 procent). De oorzaak daarvan ligt deels bij het bestaande lerarentekort en wordt vergroot door de door de zorg over kwetsbare medewerkers in het team. Ze zijn bang dat zij besmet zullen worden met het virus of niet kunnen werken omdat ze een huishouden delen met andere kwetsbaren. Andere genoemde voorziene problemen zijn hoe de noodopvang georganiseerd kan blijven (14,7 procent), of er voldoende schoonmaakcapaciteit is (13,1 procent) en of de gedragsregels bij halen en brengen worden nageleefd (12,1 procent)
 
Vrijwel overal de MR en kinderopvang betrokken
Uit de peiling blijkt dat vrijwel alle scholen zowel schoolleiders, schoolteams als de (Gemeenschappelijke) Medezeggenschapraad en de teams hebben betrokken bij hun besluit. Ruim 92% van de schoolleiders en bestuurders is tevreden over de samenwerking tussen kinderopvang en school, op een aantal plekken loopt het overleg nog. In 1,5 procent van de gevallen loopt de samenwerking tussen school en BSO moeizaam tot slecht. Bij driekwart van de scholen waren de gesprekken met de kinderopvang al voor de meivakantie gestart. Op slechts 2,4 procent van de scholen moet het overleg nog plaatsvinden.

Op de meeste scholen (65 procent) reageren ouders veelal positief op het gekozen scenario. Slechts een zeer klein deel van de respondenten in de peiling van de AVS en de PO-Raad geeft aan dat de algemene reacties van ouders op het gekozen model negatief zijn. Ongeveer 5% van de ouders geeft aan zorg te hebben over de herstart. Op één derde van de overige scholen staan de ouders neutraal tegenover de plannen of wachten ze de ontwikkelingen af.
 

 

Links

Gerelateerd nieuws