Op verzoek van SP en VVD is donderdag 11 maart jl. besloten Passend onderwijs toch op de lijst van controversiële onderwerpen te plaatsen. Dit betekent echter niet dat het voorbereidingsproces wordt stilgelegd. Volgens een op vrijdag 12 maart opgestelde verklaring van de VVD is het enkel de bedoeling van de controversieeelverklaring om de voorgenomen wetgeving uit te stellen. Niet om het proces in het veld te vertragen voor wat betreft de voorbereiding.

De AVS is blij met deze verklaring en heeft hier ook om gevraagd. Na het controversieel verklaren van Passend onderwijs ontstond grote onduidelijkheid over de voortgang en de invoering er van. Gelukkig is nu ook de VVD, bij monde van woordvoerder Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink, niet van plan de stekker uit het project te trekken. In haar verklaring die zij vrijdagochtend 12 maart naar de Vaste Kamercommissie stuurde schrijft zij: “Naar aanleiding van het controversieel verklaren van het wetgevingstraject Passend Onderwijs is enige beroering ontstaan in het veld. Dat betreur ik zeer. Helaas bestaat daar het beeld dat nu de stekker uit Passend Onderwijs is getrokken. Dat is vanzelfsprekend niet het geval, slechts het wetgevingstraject is opgeschort omdat zorgvuldige beslissingen moeten worden genomen en een nieuwe minister die er tijdelijk zit geen beleidsbeslissingen moet nemen over dit belangrijke onderwerp.” En ook schrijft zij in deze verklaring: “Bij mij bestaat in ieder geval grote waardering voor waar het veld al mee bezig is en ik vind het belangrijk dat deze onrust snel wordt weggenomen. Mijn voorstel is om minister Rouvoet te vragen met spoed een brief te sturen naar het veld om hen te informeren over het feit dat de wetgeving uitgesteld wordt en niet afgesteld.”

Ook de AVS is van mening dat het invoeringstraject verder moet gaan. Ton Duif, voorzitter: “Het is de afgelopen drie jaar gelukt om alle belangenpartijen grotendeels bij elkaar te brengen. Ook voor wat betreft de rol van de leerkrachten in het gehele proces is inmiddels overeenstemming tussen de meeste partijen. Was men eerst nog van mening dat de invoering van bovenaf werd opgelegd als verkapte bezuinigingsmaatregel, inmiddels is er wel overeenstemming dat het goed is voor de kinderen als de samenwerking in de regio verbeterd wordt en (ouders van) de betreffende kinderen de verantwoordelijkheid voor het vinden van een passende onderwijssetting bij de school kunnen leggen.”

Zoals het er nu naar uit ziet kan de feitelijke wetgeving vertraging oplopen, maar zal het veld gewoon door kunnen gaan met de inhoudelijke discussie en de voorbereidingen.

Om de komende regeringsloze periode geen verloren tijd te laten zijn, pleit Ton Duif er verder voor dat demissionair minister Rouvoet deze periode benut door ervoor te zorgen dat jeugdzorg en onderwijs met elkaar in gesprek gaan. Volgens hem wordt daarmee de schade van de val van het kabinet en het demissionair worden van Balkenende IV beperkt. “Dit is een goed moment voor Rouvoet om opiniërende gesprekken tussen jeugdzorg en onderwijs te laten plaatsvinden. Wat doe je bijvoorbeeld met leerlingen die nu over straat zwerven en tussen wal en schip vallen? Wat doe je met gebroken gezinnen en kinderen die daar doodongelukkig zijn? Hoe kunnen we de samenhang tussen sport, cultuur en onderwijs verbeteren?” Als Rouvoet er voor kan zorgen dat we nu nadenken over hoe we hiermee om willen gaan, zijn we goed voorbereid als deze thema´s over een paar jaar bovenaan de politieke agenda staan. “Maar”, zo voegt Ton Duif toe, “het moet natuurlijk geen opstapje worden naar een Rouvoet-agenda, met een opgeheven vingertje. Dat zal niemand accepteren.”

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws