Overload sturing moet anders

Een belangrijke conclusie uit het vorig jaar verschenen IBO-rapport ‘Koersen op kwaliteit en kansengelijkheid’ was dat er sprake was van sturingsoverload in het onderwijs. Uit de Kamerbrief van demissionair Minister Paul rondom sturing in het funderend onderwijs blijkt dat OCW deze overload terug wil dringen door meer centrale sturing. AVS herkent de onvrede hierover ook onder schoolleiders en is van mening dat de huidige sturing effectiever kan.“Ook schoolleiders hebben hier in de praktijk last van. Wij waarderen het dat dit nu ook door het ministerie van OCW erkend wordt”, aldus Karin Straus.

De Kamerbrief die 5 april jl. verscheen is een vervolg op het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) ‘Koersen op kwaliteit en kansengelijkheid’ en de beleidsreactie hierop van minister Wiersma van april vorig jaar. Met het IBO-rapport werd beoogd antwoord te geven op de vraag hoe het Rijk kan sturen om de onderwijskwaliteit en kansengelijkheid in het funderend onderwijs te verbeteren.

De conclusies uit het rapport waren helder: uiteenlopende beelden over de rolverdeling tussen overheid en sector leiden tot ongemak, een gevoel van sturingsoverload en beleidsresistentie. Onderwijssectoren en het Rijk dienen samen een consistente visie te ontwikkelen op het onderwijsstelsel. Een terechte oproep aldus AVS: een consistent beleid, duidelijkheid en een duurzaam meerjarenperspectief is keihard nodig.

Vijf denkrichtingen

Met de brief die nu aan de Tweede Kamer is verstuurd, wordt een voorstel voor de herijking van de sturing in het funderend onderwijs voorgelegd. In deze brief worden vijf denkrichtingen genoemd waarop het wenselijk lijkt om de komende jaren maatregelen te nemen:

– de regiefunctie van de overheid,

– een langetermijnaanpak,

– structurele bekostiging,

– professionalisering en

– samenwerking in plaats van concurrentie als norm

De vijf denkrichtingen die in het voorstel staan, onderschrijft AVS. De brief stelt ook, in de ogen van AVS terecht, dat er vanuit de vijf denkrichtingen niet per definitie één samenhangend scenario aan bewezen effectieve maatregelen op het terrein van zeggenschap, bekostiging en arbeidsvoorwaardenvorming is dat de benoemde problematiek het best aanpakt.

Daarnaast worden drie scenario’s op hoofdlijnen geschetst voor een sturingsmodel met verschillen in de rol en betrokkenheid van de overheid, besturen en scholen. Vanuit de thema’s bekostiging, zeggenschap en arbeidsvoorwaarden wordt deze rol en betrokkenheid inzichtelijk gemaakt.

AVS constateert dat de drie scenario’s nog veel uitwerking vergen en vraagt zich af of er voldoende commitment van zowel het veld als de politiek is.

Keuze voor scenario B

Met een aantal specifieke aandachtspunten voor de schoolleider, kiezen we voor Scenario B: Besturen aan zet voor maatschappelijke opdracht, scholen aan zet voor onderwijskundige vraagstukken. Als scenario B gerealiseerd wordt, weet elke actor in de onderwijsketen wat er verwacht wordt en welke keuzes aan diegene is.  Eenieder doet waar die goed in is en wat bij zijn/haar rol past: de schoolleider en leraar zijn leidend op onderwijskundige vraagstukken en het bestuur richt zich op het ontzorgen van de school en de maatschappelijke opdracht. De overheid is duidelijk in de doelen die zij stelt en kan consequent uitleggen waarom er voor welk instrument wordt gekozen.

Wat AVS betreft zou het echter beter geweest zijn om een tussenstap te zetten en allereerst commitment, zowel bij het veld als bij de politiek, te vragen voor de vijf denkrichtingen en van daaruit met de sector verdere scenario’s uit te werken.

Essentieel in de uitwerking

Bij scenario B kies je voor een sturingsprincipe op basis van subsidiariteit: de verantwoordelijkheid zo laag mogelijk in de organisatie neerleggen. Volgens AVS zijn er echter nog een aantal zaken essentieel in de uitwerking van dat scenario:   

– de titel impliceert dat de maatschappelijke opdracht de verantwoordelijkheid van het bestuur is, AVS vindt juist dat dit de verantwoordelijkheid van de schoolleider is en opteert voor een andere benaming van het scenario;  

– het versterken van de rol en de positie van de schoolleider via een gedegen management statuut; 

– de rol en de positie van de schoolleider onderdeel maken van de code voor goed bestuur; 

– het versterken van de positie van de schoolleider in de medezeggenschap; 

– een meer duidelijke en formelere rol van de schoolleider in toezicht van de inspectie; 

– een verankering van de schoolleider in de wet, gericht op de maatschappelijke opgave van de school; 

– het creëren van een wettelijke mogelijkheid om bij bepaalde omstandigheden uit een bestuur te kunnen stappen. 

Inbreng AVS

Reactie brief van AVS aan de vaste Kamercommissie van Ministerie OCW (18 april 2024)

Meer informatie

Heb je vragen hierover? Neem dan contact op met onze beleidsadviseur Lianne ter Steeg via l.tersteeg@avs.nl

Links