Basisscholen in Overijssel en Drenthe hebben relatief gezien de meeste directeuren van het hele land. In de provincie Overijssel zit 9,5 procent van al het personeel op de scholen in de directie; in Drenthe is dat nog net een fractie meer. Dat blijkt uit onderzoek van RTV Oost met betrekking tot de gegevens van DUO.

Binnen de provincie Overijssel zijn er kleine verschillen. Het grootst zijn de directies in de Kop van Overijssel (9,6 procent), in Twente zijn ze iets kleiner (9,5 procent) en het zuidwesten van de provincie zit nog niets lager (9,2 procent). Het landelijk gemiddelde is exact 8 procent. Limburg, met ongeveer evenveel inwoners en een vergelijkbare verhouding verstedelijkt gebied en platteland, heeft minder dan 7 procent overhead. Dit kan opvallend genoemd worden, omdat Limburg een iets hoger gemiddeld aantal leerlingen heeft: de gemiddelde basisschool telt daar 229 leerlingen en in Overijssel 213.

Overbodig management
Schaalvergroting in het onderwijs leidt niet automatisch tot veel overbodig management. Limburg, de provincie met gemiddeld grotere basisscholen, heeft relatief meer kapitaal voor de klas staan dan Overijssel. En ook in Flevoland, de andere provincie met weinig overhead, zijn de scholen gemiddeld wat groter: 232 leerlingen. Op individuele schaal kunnen de cijfers vertekenend zijn als de directeur ook voor de klas staat. De meeste scholen verdelen in hun administratie dan de functie in een halve functie directeur en een halve functie leerkracht, maar dat wordt nog wel eens vergeten.
 

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws

  • Nieuwe consultatie wetswijziging medezeggenschap scholen

  • Stappen gezet in toepassing Meldcode huiselijk geweld

  • ‘Planloos is kansloos’

  • Cicero leest Covey