Het funderend onderwijs is allang geen op zichzelf staand eiland meer. Al dan niet ingegeven door maatschappelijke ontwikkelingen wordt volop verbinding gezocht met andere sectoren. Zo is de ontwikkeling van scholen naar integrale kindcentra er bij uitstek een die leidt (of zou moeten leiden) tot ontschotting van het sociale domein rondom een kind. Maar is dit per definitie een positieve ontwikkeling? Waar ligt voor scholen de grens van integraliteit? “Mijn ijkpunt is: heeft het waarde voor de ontwikkeling van onze leerlingen?”, aldus een IKC-directeur.

Een samenwerkingsvorm waarbij nog veel winst te behalen valt, is die tussen onderwijs en jeugdhulp. Er vallen nog te veel kinderen tussen wal en schip. Maar er zijn ook positieve geluiden: “Daar waar gemeentes en samenwerkingsverbanden de handen ineen slaan en samen met partners de bijhorende gelden ontschotten, gaat het aantal thuiszitters en onderwijsvrijstellingen echt naar beneden”, ziet aanjager van het Thuiszitterspact en voormalig Kinderombudsman Marc Dullaert. Schoolleiders kunnen onder andere een cultuur bevorderen waarin leraren een jeugdhulpverlener in de klas niet als bedreiging zien maar als vanzelfsprekendheid.

Om (dreigende) tekorten aan technische vakmensen een halt toe te roepen, werken sommige scholen samen met de beroepsgerichte leerwegen van het vmbo en met technische bedrijven. Geen gemakkelijke opgave tegen het licht van bijvoorbeeld ouders die in de weerstand schieten bij een vmbo basis- of kader-advies. Een actieve en betrokken schoolleider is voorzichtig optimistisch: “Ik zie langzaam weer meer erkenning komen voor beroepen als monteur en timmerman.”

Gerelateerd nieuws

  • Onderwijsraad: het onderwijs moet inclusiever

  • Monitor Hybride onderwijs: reflectie op afstandsonderwijs

  • Sterke schoolleiders belangrijk punt voor politieke verkiezingsprogramma’s

  • Vernieuwde Canon van Nederland gepresenteerd