Nieuw is managementboek The Big Five for Life niet, onverminderd populair wel. De Amerikaanse bestseller-auteur John Strelecky – zelf afkomstig uit een onderwijsfamilie – was onlangs in Nederland op perstoer en liet zich met plezier bevragen over schoolleiderschap. ‘Nieuwe leerkrachten zou je een jaar moeten begeleiden, liefst met een mentor die bij hun drijfveren past.’

Wat is uw relatie met onderwijs? Kunt u schoolleiders adviseren over hoe zij hun werk goed kunnen doen, vandaag de dag?

‘Ik kom van een lange lijn van onderwijzers. Mijn moeder, grootmoeder en zus waren leerkrachten. Ik heb grote waardering voor mensen die kinderen willen helpen. In scholen zie ik dezelfde mogelijk­heden als in andere organisaties. Als je als schoolleider de big five, de grote drijfveren van je teamleden, kunt achter­halen, kun je je hen ook verantwoordelijkheden geven die daarbij passen. Schoolleiders en leraren hebben voor dit werk gekozen omdat ze willen dat leerlingen groeien en leren. Ze kunnen het verschil maken. Iedereen heeft wel een herinnering aan die ene gepassioneerde schoolleider of leraar.”

Waarom lukt het lang niet iedereen om in het werk die gepassioneerde persoon te zijn? Is het als onderwijsmens altijd mogelijk om je big five te vervullen?

“Ik heb nog nooit een leerkracht ontmoet die niet als drijfveer heeft leerlingen te laten leren en groeien. De meeste schoolleiders waren ooit zelf leerkracht, zij begrijpen de kracht van goed lesgeven. Maar je ziet vaak dat medewerkers verstrikt raken in de vraag: hoe moet ik dit doen? Daar draait het niet om. Belangrijker is: Wíe kan dit? Ik ben een fan van who, niet van how. Als je naar schoolsystemen over de hele wereld kijkt, dan kun je je afvragen: wie doet dit op een manier die beter is dan ik het doe? Dit betekent dus allereerst erkennen dat het beter kan. Doe hiervoor research – bijvoorbeeld heel eenvoudig via internet – en vind andere voorbeelden en mensen die dit al uitgevonden hebben. Kijk dan op welke manier je dit kunt gebruiken in je eigen schoolsysteem.”

Wat is het geheim van goed leiderschap? 

“Voor elke organisatie, wereldwijd, geldt dat je een duidelijk omschreven doel moet hebben. Wie zijn we? Waar staan we voor? Wat proberen we te bereiken? Als je werkt volgens de big five-principes, dan geef je aan op welke vijf doelen je je focust, bijvoorbeeld minder schoolverlaters of meer blije leerlingen. Dan kan iedereen naar die doelen toewerken. Vervolgens kijk je naar persoonlijke doelen en vraag je aan leraren: waarom ben je gaan lesgeven? Hoe vertalen we dat in liefde voor lesgeven? Je toont groot leiderschap als je een levensstijl en cultuur creëert waarin iedereen graag naar zijn werk wil. Daarbij heb je als leider de taak te zoeken naar barrières die geluk in de weg staan.”

Sommige barrières horen er nu eenmaal bij in het onderwijs. Regels naleven, documenten schrijven, papierwerk…

“Toch kun je je vasthouden aan je drijfveren. Als je niet van details houdt, vind dan een persoon die daar wel van houdt. Niets kan een creatief persoon meer afbranden dan gedetailleerd werk. En niets kan een detailpersoon meer frustreren dan creatief werk moeten doen. Vind dus de mensen en middelen die je nodig hebt voor een goede match.”

U vindt het belangrijk teamleden autonomie te geven. Waarom?

“De eerste reden is natuurlijk dat je dan zelf minder werk hebt. Dit geeft je de mogelijkheid om zelf de grote pijnpunten op te lossen. Ik houd er bovendien van als mensen hun eigen problemen oplossen, je moet niet telkens over de schouder meekijken. Getalenteerde mensen hebben daar geen behoefte aan. Het is niet motiverend als je niet veel mag, dus geef juist ruimte om creativiteit te uiten. Als je je mensen achter de broek moet zitten, heb je de verkeerde mensen of de juiste mensen die het verkeerde werk doen.”

We zien in Nederland veel startende leerkrachten al snel weer het onderwijs verlaten, het is ze vaak te zwaar.

“Als je nieuwe mensen aanneemt, kennen ze nog niet de cultuur van je school. Je zou ze eigenlijk een jaar lang moeten begeleiden. Laat ze op zoek gaan naar hun big five, idealiter match je ze met een mentor die daar goed bij past. Pak als leider hun vijf grootste problemen, zoals orde houden, en geef er vijf verschillende oplossingen voor. Deel dit met het hele team en laat startende leerkrachten de gevonden oplossingen zien. Heb je moeite met kinderen die door de gang rennen? Hier heb je vijf manieren om het op te lossen. Wat zou dat een fantastisch onderzoek zijn voor alle medewerkers.”

Hoe kun je het aantal schoolverlaters verminderen?

“Je kunt concluderen dat een schoolverlater niet van leren houdt. Maar dat probleem kán inherent zijn aan het schoolsysteem. Ook bij kinderen kun je achterhalen: wat zijn hun big fives? Zo ontdek je wat relevant is voor hun leren en krijg je meer gemotiveerde leerlingen. Breng je een kind in contact met een beroep dat hem aantrekt, dan ziet hij het verband tussen wat je op school leert en wat je ermee kan.”

Kinderen weten soms al vroeg wat ze willen. Volwassenen daarentegen soms niet meer…

“Als je volwassen bent, dan heb je zoveel lagen bovenop je dromen. Bij kinderen zie je dat ze aan hun droom hangen met heel hun hart. Als jij die kinderen kunt vertellen dat jij een pad kunt bieden dat die droom verwezenlijkt en je demonstreert dat, dan doen ze mee. Verbind kinderen met hun ‘who’s’, hun inspirerende voorbeelden. Vraag naar droombanen, vraag waarom. Dan leer je zoveel over wat zo’n kind leuk vindt.”

Wat als een kind het gewoon nog niet weet?

“Dat is normaal. 30 procent weet het en 70 procent komt er later in het leven achter. Maar we kunnen kinderen wel helpen om dat bewustzijn te krijgen.”

De schoolleider heeft dus een rol in het stimuleren van leerkrachten en kinderen. En zichzelf?

“Het is belangrijk om tijd te nemen voor reflectie. Het is vaak eenzaam aan de top. Zorg ervoor dat je als leider met andere leiders in gesprek kunt gaan, dat je een omgeving creëert waar je elkaar vragen kunt stellen. Praat onderling over je drie grootste problemen. Zoek de oplossingen in je ‘who’s’. En als niemand applaudisseert, bedenk dan hoe je dingen anders kunt doen. Denk als een atleet die steeds beter wil worden: wat kan ik doen om nog meer te groeien? Hoe inspireer ik anderen? Dat is wat mij voldoening geeft. Mijn droom was nooit om een leider te zijn, wel een avontuurlijke wereldreiziger. Maar ik vond mijn big five in de rollen die ik wereldwijd vervulde. Nu ben ik het beide.”

Het is misschien een over the top gedramatiseerd fictieverhaal, maar juist door die vorm leest ‘The Big Five For Live’ als een trein en pak je de vele leiderschapslessen eruit mee: lees de boekbespreking op pagina 40.

De Big Five for Life-methode heeft ook een Nederlandse tak (www.bigfiveforlife.nl), die voor scholen programma’s organiseert voor teamontwikkeling en schoolverlaters. Ook is er een Life Safari docent-programma waarbij leerkrachten de methode overbrengen aan leerlingen.

Gerelateerd nieuws