Onderwijs in een monumentaal gebouw: voor- en nadelen

“Onze school bestaat uit vier panden die allemaal uit een andere eeuw komen,” zegt Brian Groot, directeur van de Haanstraschool in Leiden, vol trots. “De oudste is uit 1630 en de jongste staat achter de drie oude panden en komt uit de twintigste eeuw. Die kun je vanaf de straatkant niet zien.” Met straatkant bedoelt Groot eigenlijk grachtkant, want de Haanstraschool is gehuisvest aan Rapenburg, de bekendste gracht van Leiden. Zo ver als 1630 gaat de ‘schoolgeschiedenis’ niet terug, maar wel tot 1867, toen op Rapenburg 131 een bewaarschool (voorloper van de kleuterschool) en een avondopleiding voor bewaarschoolhouderessen gehuisvest was. Groot vindt het prachtig om in een pand te werken met zo’n rijke geschiedenis – “Wist je dat Mata Hari, ofwel Margaretha Geertruida Zelle, hier eind 19de eeuw gestudeerd heeft?” – maar ziet ook wel nadelen. “Omdat wij een rijksmonument zijn, gelden er voor ons regels en beperkingen bij verbouwingen. Ik kan me nog herinneren dat we tien jaar bezig zijn geweest om de kleuterwc-tjes te vervangen. Aanvankelijk wilden we ze slopen maar dat mocht – begrijpelijkerwijze – niet van de Monumentenwacht. Uiteindelijk hebben we nog onderzocht of we ze zouden kunnen opknappen met voorzetwanden en een coating, maar het kostenplaatje daarvan deed vermoeden dat er ook gouden kranen in zouden komen. Dus hebben we er maar vanaf gezien.”

Klimaatbeheersing

Voor directeur John Jansen van obs De Koekoek in Utrecht is dat een herkenbaar verhaal. “Wij zitten in een gebouw uit 1903, een gemeentelijk monument. In 2017 hebben we hier een inpandige verbouwing gehad. We hadden toen ook graag de ramen – die aan de bovenkant niet meer open kunnen – willen laten vervangen, maar dat was financieel niet haalbaar.” Nu moet de school het doen met een – ook al verouderd – luchtverversingsysteem. Jansen: “Dat systeem maakt enorme herrie en werkt ook niet efficiënt. In de praktijk komt het erop neer dat we op heel warme dagen de groepen die op zolder zitten buiten lesgeven.”

Ook bij het Sint-Janslyceum in Den Bosch, gehuisvest in een schoolgebouw dat in 1961 werd ontworpen in de Bossche Schoolstijl, kennen ze de problemen van klimaatbeheersing. “In de winter valt het wel mee omdat we het redelijk goed warm kunnen stoken,” vertelt rector Jean Wiertz, “maar in de zomer kan het zo warm worden dat we sommige lokalen niet kunnen gebruiken. Maar dankzij een aanbouw van een paar jaar geleden beschikken we over voldoende ruimte om dan naar koelere lokalen uit te wijken.”

Coronaproof

Goede ventilatie is ook heel belangrijk in coronatijden. Om de kans op besmettingen zo laag mogelijk te houden, moesten scholen voor 1 oktober aan OCW-minister Slob laten weten of het ventilatiesysteem in hun schoolgebouw ‘coronaproof’ is. Groot van de Haanstraschool in Leiden: “Wij hebben hier een mechanisch ventilatiesysteem waarbij verse lucht wordt ingevoerd, en niet wordt gecirculeerd. Dus behoorlijk coronaproof volgens mij. Verder hebben we afgelopen zomer de ramen die we twaalf jaar geleden dicht hadden laten maken weer open laten breken, zodat we ook die weer open kunnen zetten.” Groot heeft direct na de zomervakantie een bedrijf metingen laten verrichten en wacht nog op de adviezen. Jansen van obs De Koekoek in Utrecht stelt vast dat de ventilatie in sommige lokalen te wensen overlaat. “De aanpassingen aan het systeem zijn kostbaar en zorgen wel voor verbetering, maar of het genoeg is?” Groot vraagt zich af of er überhaupt wel scholen zijn die straks voldoen aan de eisen. “We zitten in Nederland met veel te veel leerlingen in veel te krappe klaslokalen.”

Voldoen aan huidige eisen

Een vooroordeel over monumentale panden is dat je bijvoorbeeld niets mag aanbouwen. Volgens Wiertz van het Sint-Janslyceum in Den Bosch in Den Bosch klopt dat niet. “Wel duurt het langer voordat een en ander gerealiseerd is, omdat iedereen wil meekijken (het Sint-Janslyceum is zowel gemeentelijk als rijksmonument, red.). En het is duurder ook, maar daarvoor heb je vaak weer allerlei subsidie­regelingen.” Wiertz vertelt dat het wel lastiger is om met een monumentaal pand te voldoen aan de huidige eisen van het onderwijs. “Je bent minder flexibel. Zo kunnen we niet overal waar we willen schuifwanden plaatsen en zijn we bijvoorbeeld ook gebonden aan de zitbankjes in de hal die helemaal bij de bouwstijl passen.”

In Utrecht hebben ze daar minder last van. “Wij hebben hier laatst nieuwe digiborden gekregen die kleiner zijn dan de oude, waardoor er nieuwe gaten geboord moesten worden. Maar misschien moet je dit niet in je artikel zetten”, grapt directeur Jansen, “want anders krijgen we straks de gemeente op ons dak.”

Grote lokalen, brede gangen

Oude gebouwen hebben een groot voordeel ten opzichte van moderne schoolgebouwen, vinden de drie schoolleiders, en dat is ruimte. Zo zijn de lokalen op de scholen in Utrecht en Leiden groter dan ‘normale’ lokalen, in Utrecht zelfs 40 procent groter. In Den Bosch zijn ook de gangen breder. Wiertz: “Dat komt goed uit nu we weer op volledige kracht draaien na de coronaperiode. Docenten moeten wel nog steeds anderhalve meter afstand tot leerlingen houden, en dankzij de breedte van de gangen hebben we een looproute voor docenten en een looproute voor scholieren kunnen maken.”

Heeft zo’n monumentaal pand ook nog een aantrekkingskracht op leerlingen en ouders? “Als je slim bent, maak je zo’n pand meteen onderdeel van je identiteit als school, van je visie”, vertelt Groot uit Leiden. “Maar echt nodig om leerlingen te trekken is het niet. We zitten elk jaar bomvol en hoeven dus niets aan PR te doen.” Ook in Utrecht en Den Bosch hoeven ze daar geen tijd aan te besteden. Wiertz: “Leerlingen en ouders kiezen vooral voor ons vanwege de sfeer en de uitstraling, maar daar hoort het pand natuurlijk wel bij. En we krijgen vaak complimenten over het gebouw. We horen trouwens ook weleens van brugklassers dat ze in het begin geïmponeerd waren. Door de grote gevel, de enorme entree en die hoge mozaïekmuur in de hal.”

Zelfs Jansen, die al negen jaar bij De Koekoek werkt, is nog bijna dagelijks onder de indruk van het 117 jaar oude schoolgebouw aan het Koekoeksplein in de Utrechtse Vogelenbuurt. “Je komt onze school binnen door zo’n statige deur die bijna te zwaar is om open te duwen. Als dat lukt, zie je een prachtige granieten vloer die doorloopt tot aan de monumentale trap, die halverwege naar links en naar rechts gaat. Het is echt een plaatje om te zien. Ik heb weleens het gevoel dat ik rondloop in Harry Potters school Zweinstein.”

Net als in Den Bosch en Utrecht is het pand in Leiden in het bezit van het schoolbestuur. Groot vertelt dat de Haanstraschool een eenpitter is. “Dat betekent in dit geval dat we zelf moeten opdraaien voor de kosten van onderhoud, maar dat vinden we niet erg. Juist omdat we een eenpitter zijn, kunnen we daarin ook autonoom financiële keuzes maken.” Eén ding weet Groot zeker en dat is dat de school daar nooit zal vertrekken. “Voor het geld dat deze panden op deze plek – ooit de goudkust van de wereld – opleveren, zouden we met gemak een hypermodern schoolgebouw kunnen neerzetten. Maar onze school staat of valt met deze prachtige ­panden.”

‘Niets zo veranderlijk als een monument’

“Je hoort nog weleens de oneliner ‘in een monument mag je nog geen spijker in de muur slaan’”, zegt Bernard Brons, accountmanager bij het Restauratiefonds, “maar ik zou daar graag een andere oneliner tegenover zetten: ‘niets is zo veranderlijk als een monument’.”

Veel monumenten hebben in hun bestaan verschillende functies gehad. Brons: “In het geval van scholen gaat het meestal om gebouwen die ooit als school gebouwd zijn, maar soms zijn er ook monumentale gebouwen waar scholen zich op een later moment in vestigen. Zo hadden we laatst contact met een school in Limburg die een kloostercomplex wilde betrekken.”

Vergunning

Alhoewel je aan een monument meer mag veranderen dan menigeen denkt, moet je wel voor vrijwel alle veranderingen een omgevingsvergunning aanvragen. Gemeentelijke, provinciale of rijksmonumentale panden in een beschermd stads- of dorpsgezicht vallen daarbij onder de regels voor rijksmonumenten. Toch zijn er ook zaken die zonder vergunning mogen, zoals het opschuren en schilderen van houtwerk in dezelfde kleur, het vervangen van een kapotte ruit en dakpan door hetzelfde type glas of dakpan en het plaatselijk herstellen van kozijnen, ramen, deuren en pleisterwerk.

Subsidie

Eigenaren van monumenten zijn in principe niet verplicht om het monument te onderhouden. Wel kunnen ze verplicht worden om (conserverende) maatregelen te nemen, bijvoorbeeld bij ernstig verval. De gemeente kan dan handhavend optreden. Daarnaast kan een verleende subsidie worden ingetrokken als na vaststelling blijkt dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden om het pand in goede staat te houden. Er zijn trouwens tal van subsidieregelingen waar scholen een beroep op kunnen doen, zoals de instandhoudingssubsidie, herbestemmingssubsidie en diverse gemeentelijke en provinciale subsidies. Voor scholen die hun monumentale pand willen verduurzamen is er ook nog de Duurzame Scholenfonds-Lening, waarmee scholen geld kunnen lenen tegen een lage rente.

Links

Kader Primair
Dit artikel heeft in Kader Primair gestaan. AVS-leden ontvangen Kader Primair maandelijks op de mat. Nog geen lid? Bekijk hier eerder verschenen nummers, word lid en ontvang voortaan ook iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus!

Gerelateerd nieuws