Het was half maart, de IC’s stroomden vol met coronapatiënten en iedereen was ‘knetteralert’. Maar de scholen in gesloten jeugdinrichtingen bleven open. Sipko Biemold, directeur onderwijs bij Elker Jeugdhulp & onderwijs, gaf zijn personeel de tijd en ruimte om te wennen aan die nieuwe werkelijkheid. Hij deelt zijn ervaringen, evenals docent Corien Schipper.

Terwijl de rest van de scholen dicht moest vanwege de coronamaatregelen, bleven jullie scholen open, zoals die in de gesloten jeugdzorginstelling in Groningen. Waarom hebben jullie daarvoor gekozen? En hoe heb je dat voor elkaar gekregen?

“Jongeren worden hier gedwongen geplaatst na een gerechtelijke uitspraak. Ze moeten allemaal intern naar school. Dan wil je niet dat de school ineens dicht is; juist die schooldagen geven structuur en ritme en dat is voor deze groep essentieel. De jongeren wonen in leefgroepen op het terrein waarop ook de school staat: ze hebben weinig contact met de buitenwereld, hebben beperkt toegang tot internet, en thuisonderwijs zou te veel druk leggen op de groep en de begeleiders. Dus toen we de sluiting zagen aankomen, hebben we direct met alle scholen die verbonden zijn aan gesloten jeugdinrichtingen gepleit voor het openblijven van de scholen. Gelukkig hebben we een korte lijn met OCW – onze taakgroep komt standaard vier keer per jaar bijeen en dan zitten we met de ministeries van OCW, VWS en Justitie aan tafel. Daardoor kregen we de door ons gewenste uitzonderingspositie.”

Was het ingewikkeld om het onderwijs te organiseren volgens de aangescherpte regels?

“Ons voordeel is dat we als organisatie al heel flexibel zijn. Doordat jongeren vaak maar kort in de ­instellingen verblijven, hebben we te maken met een enorme in- en uitstroom. We moeten vaak binnen een of twee dagen een intake voor de nieuwe leerling regelen en het onderwijstraject opstarten. Ook bieden we een onderwijsprogramma van 48 tot 50 weken per jaar aan, van 1.200 uur in totaal. We gaan niet dicht in de vakanties en krijgen extra financiering voor acht weken per jaar. Onze mensen zijn gewend om op vier verschillende locaties te werken. Ook kan iedereen thuis in alle schoolsystemen. Dat alles blijkt in deze tijd een voordeel.”

Was het lerarenteam het ermee eens dat de scholen zouden openblijven?

“Nou, er waren natuurlijk veel zorgen. Vergeet niet: het was half maart, de IC’s stroomden vol en iedereen was knetteralert. We besloten op zondag dat we zouden openblijven, op maandag troffen we alle voorbereidingen. Dat betekent dat je geen tijd hebt, en toch iedereen de tijd en ruimte moet geven om zelf te bepalen waar hij zich goed bij voelt. Sommigen durfden niet te komen omdat een partner of kind tot de risicogroep behoorde. Sommigen wilden hun kind niet naar de crèche brengen. Als docenten het spannend vonden, mochten ze gewoon thuisblijven. We vroegen hen wel uit te leggen waarom ze niet durfden en hoe we ze konden helpen. En of er werkzaamheden waren die ze vanuit huis konden doen. We hebben bijna negentig mensen op de loonlijst, stuk voor stuk fantastische mensen die met hart en ziel voor dit type onderwijs en de doelgroep kiezen. Daar zijn we hartstikke zuinig op, ook omdat we ze hard nodig hebben als deze crisis voorbij is. We wilden ze het vertrouwen geven dat het verantwoord was om hun werk te doen. Maar daardoor was het natuurlijk wel spannend hoeveel teamleden we zouden overhouden.”

Hoe hebben jullie ervoor gezorgd dat er toch voldoende mensen voor de klas stonden?

“Gelukkig konden we ons personeel herschikken omdat de gewone vso-school wel dichtging. Ook konden we zzp-docenten inhuren die we normaal gesproken in de zomermaanden inzetten. Dankzij die optelsom hebben we het in de eerste periode gered en konden we ons vaste personeel de ruimte geven om aan het idee te wennen. En wat bleek? Na een week of drie waren de meeste ­collega’s gewoon weer aan het werk.”

Welk advies heb je voor schoolleiders in het regulier onderwijs?

“Luister heel goed naar je personeel en regel het samen. Laat je leraren maar bepalen hóe ze het willen aanpakken, daar hebben ze jou grotendeels niet bij nodig. Hun oplossend vermogen wordt vaak alleen maar groter naarmate je ze meer ruimte geeft. Wat ik wel doe? Elke dag een update per e-mail sturen met een verslagje en foto’s van alle locaties: soms met humor, soms serieus. Het is een bak werk, maar het wordt heel erg gewaardeerd.”

Welke lessen neem je zelf mee voor de toekomst?

“Dat het heel goed werkt om wat lucht in het programma te brengen. De eerste weken waren bijvoorbeeld veel vaste leraren nog afwezig en gaven externe docenten creatieve vakken als kunst en muziek, iets wat normaal gesproken alleen in de zomermaanden uitgebreider gebeurt. Vaak krijgen onze jongeren weinig mee van cultuur, terwijl ze er veel emotie in kwijt kunnen. De onderwijsinspectie legt bij ons de lat net zo hoog als op andere scholen, maar keek nu even wat minder mee. We durfden daardoor creatiever te zijn. We werken natuurlijk met ingewikkelde kinderen, maar het aantal incidenten is in deze periode teruggelopen naar nul. Dat is zo opvallend, dat we creatieve en culturele vorming ook in de toekomst nog structureler willen invlechten in het programma.”

Maatregelen

In de vier scholen van Elker Jeugd­hulp & onderwijs zijn maatregelen genomen om veilig les te kunnen geven. Een greep daaruit:

  • De drie hoofdmaatregelen zijn overal zichtbaar en worden consequent benoemd: houd 1,5 meter afstand, was je handen en gebruik je gezond verstand.
  • De schoolgebouwen worden twee keer per dag schoongemaakt.
  • De klassen zijn verkleind van zeven tot tien leerlingen per klas naar maximaal vijf per klas. De tafeltjes staan verder uit elkaar (examenopstelling). Hoe leerlingen de school en klas binnenkomen, hangt af van het gebouw.
  • Docenten geven les in blokken van twee uur. Terwijl de ene helft van de leerlingen het ene blok volgt, volgt de andere helft het andere blok. Daarna wisselen ze om. Docenten delen hun dag met een collega-docent.
  • Leerlingen nemen eigen pennen en etuis mee (voorheen pakten ze die uit het bakje van de docent).
  • Na elke les krijgen leerlingen een doekje met antibacteriële spray (om spuitgevechten te voorkomen sprayen ze niet zelf) om hun laptop, muis en tafel af te nemen.
  • Leerlingen wassen hun handen bij binnenkomst en bij het naar buiten gaan en overal staat handgel.
  • De leerlingen hebben geen pauze op school en gaan terug naar hun leefgroep.
  • Docenten lunchen als team met elkaar in de kantine, elk aan een apart tafeltje.
  • De onderwijstijd werd ingekort van vijfeneenhalf naar vier uur per dag, om tijd te maken voor teamoverleg in de ochtend.
  • De scholen begonnen met theorielessen. Pas toen bleek dat dat goed ging, zijn praktijklessen toegevoegd.
  • Docenten houden fysiek afstand van de leerlingen en van elkaar. Overleg met externen verloopt via (beeld)bellen. Docenten zijn alleen aanwezig tijdens lestijden, daarna moet iedereen het gebouw weer uit. Iedereen heeft een laptop en kan thuis in alle schoolsystemen.
  • Vooraf zijn speciale ruimtes ingericht voor leerlingen die ziek worden, ook op school. Zij worden afgezonderd tot de testresultaten binnen zijn en begeleiders komen alleen bij hen in de buurt met beschermende kleding.

‘Voor je het weet zitten ze weer op of aan elkaar’ 

Corien Schipper is docent praktijk­onderwijs bij Keerpunt, de interne school voor praktijkonderwijs, vmbo en mbo van de afdeling JeugzorgPlus van Elker Jeugdhulp en onderwijs in Groningen. Deze vso-school geeft onderwijs aan leerlingen van 12 tot 18 jaar.

“In het begin vond ik het best een moreel dilemma: thuisblijven is niet fijn want dan mis je de jongeren, maar naar school gaan voelde ook nog te spannend. Je hoorde toch steeds: blijf thuis. Moet jij het dan wel riskeren? En breng je die jongeren niet in gevaar? Na twee dagen ben ik toch weer gegaan. Je merkt hoe belangrijk de school voor ze is, hun leven bestaat verder alleen uit de groep en de beperkte buitenruimtes. Die paar uur per dag leren, het even een praatje maken met de docenten: dat hebben ze echt nodig. We hebben online lesgeven wel even overwogen, maar juist om deze redenen zagen we al snel in dat dat geen oplossing was.

Afstand houden

“Het bleek al snel onmogelijk om leerlingen op afstand van elkaar te houden. Voor je het weet, zitten ze in de gang toch weer op en aan elkaar. Als personeel houden we wel echt fysiek afstand. Als een leerling het moeilijk heeft, is dat soms heel verdrietig. Dan wil je graag even een hand op een schouder leggen. In zo’n geval praten we er wat meer over.
We beginnen de dag met een teamoverleg in een van de lokalen. Dan staat iedereen verspreid op afstand van elkaar. En de voortgangsgesprekken met begeleiders en gezinsvoogden doen we met beeldbellen of telefonisch. Dan staan we met z’n allen om die telefoon heen.”

Minder samenwerken

“Onze school zit in het gebouw van de afdeling JeugdzorgPlus. De lokalen liggen dicht bij elkaar. We hebben vier groepen, verdeeld in vier kleuren. Vlakbij elke groep zit een klaslokaal. Om te voorkomen dat groepen elkaar tegenkomen, lopen leerlingen hun eigen route naar hun eigen lokaal, met een interval van een paar minuten. We geven les in blokken van twee uur. Terwijl de ene helft van de leerlingen het ene blok volgt, volgt de andere helft het andere blok. Daarna wisselen we om. Ik geef theorie – Nederlands, Engels, rekenen en burgerschap – en deel mijn dag bijvoorbeeld met de sportdocent. Leerlingen volgen ook nu zoveel mogelijk onderwijs op hun eigen niveau.

De tafeltjes staan nu verder uit elkaar, in een examenopstelling. Een groot verschil met vroeger is dat ik ze veel minder laat samenwerken. Na de klassikale uitleg moeten ze voor zichzelf aan het werk. Juist op een praktijkschool is leren samenwerken van belang: overleggen, naar elkaar luisteren, samen tot een eindproduct komen. Dat ze dat nu moeten missen is echt heel jammer. De kleine groepen vind ik wel heerlijk, die mogen we wat mij betreft wel vasthouden.”

Over Elker jeugdhulp & onderwijs 

Elker Jeugdhulp & onderwijs biedt jeugdzorg in brede zin: van ambulante programma’s tot behandeling in justitiële inrichtingen. Het onderwijs valt onder Portalis, dat één vso-school heeft en daarnaast op drie locaties onderwijs verzorgt in gesloten jeugdinrichtingen in Veenhuizen, Kortehemmen en Groningen. Het onderwijs in deze instellingen heeft een aparte status, maar medewerkers vallen gewoon onder de cao van het primair onderwijs. De meeste jongeren zitten maar kort in de gesloten inrichting: gemiddeld acht tot zestien weken.

Gerelateerd nieuws