“Een fors deel van de kinderen zal thuis, tijdens de zomervakantie, te maken krijgen met een vader of moeder die zijn of haar baan kwijtraakt. Er zullen financiële problemen ontstaan, misschien zelfs armoede”, voorspelt onderwijswoordvoerder Eppo Bruins van de ChristenUnie in de politieke column van deze maand.

Ik schrijf deze column medio mei, de publicatiedatum is medio juni. Een column over onderwijs. Wat een onmogelijke opgave! De wereld verandert zo snel op dit moment.

De basisscholen zijn bijna twee maanden dicht geweest, middelbare scholen nog langer. Leraren in het hele land hebben toen keihard gewerkt om het lesprogramma digitaal en op afstand voort te zetten. En nu werken ze keihard om de leerlingen weer een vloeiende opstart te geven, in een land waar we nog steeds op een onnatuurlijk afstandelijke manier met elkaar om moeten gaan.

In die tussenliggende weken is het in onderwijs­debatten en in de media over veel verschillende onderwerpen gegaan. Over kansenongelijkheid die zou toenemen, omdat kinderen thuis zitten. Over ouders die opeens heel dankbaar zijn als ze merken hoeveel energie het kost als je de hele dag de kinderen onder je hoede neemt. Over examens die worden geschrapt. Over hoe belangrijk fysieke ontmoeting is.

Voor nu ligt de eindspurt naar de zomer­vakantie voor ons, in een tijd waarvan we nog niet weten wat die gaat brengen. Ik vraag me af hoe je kinderen voorbereidt op een nieuwe periode zonder klas en zonder juf of meester. Zonder les. Hoe maak je in de klas bespreekbaar wat er allemaal om ons heen gebeurt? En hoe staat de wereld erbij ná de zomervakantie?

Schoolleiders hebben de verantwoordelijke taak om leraren te begeleiden bij het betreden van dit – voor ons allemaal – onontgonnen terrein. Een fors deel van de kinderen zal thuis, tijdens de zomer­vakantie, te maken krijgen met een vader of moeder die zijn of haar baan kwijtraakt. Er zullen financiële problemen ontstaan, misschien zelfs armoede. Geen geld om behoorlijk te ontbijten. Ik vrees dat schoolleiders zich moeten voorbereiden op een forse maatschappelijke problematiek die de scholen binnenkomt, meer nog dan dat ze gewend zijn geweest in de afgelopen jaren. Een extra taak, die bovenop de toch al flink gevulde dag van leraren en schoolleiders komt.

Als één ding duidelijk is geworden dankzij de crisis, is het wel hoe afhankelijk we zijn van de mensen die in het onderwijs dag in dag uit het beste geven voor onze kinderen. De waardering voor het vak van leraar was de afgelopen jaren al zichtbaar in de structureel gestegen salarissen en de forse extra middelen om de werkdruk te bestrijden. Dankzij de crisis is het wel duidelijk dat ook de maatschappelijke waardering, los van geld en politiek, enorm is gestegen. Ik hoor in mijn omgeving louter lof voor het aanpassingsvermogen, de creativiteit, de professionaliteit en de inzet van scholen en onderwijzend personeel.

Al is de impact van de crisis nog nauwelijks te overzien, de nieuwe waardering waar in het onderwijs zolang om werd gevraagd is volgens mij onomkeerbaar. Bij iedereen die ik spreek. En in ieder geval in mijn hart. 

 

Gerelateerd nieuws