Om een beter beeld te krijgen van het gebruik van de BAPO en het netto effect ervan, zal het ministerie van OCW nader onderzoek laten doen.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door CentERdata (gelieerd aan de Universiteit van Tilburg), vergelijkbaar met de eerder onderzoeken in 2004 en 2007. Dit houdt in dat (toekomstige) ontwikkeling van de BAPO afgezet wordt ten opzichte van de ontwikkeling van de incidentele looncomponent (ILC). Oftewel de ontwikkeling van de salariskosten door vertrek en komst van personeel, als ook periodieken en bevorderingen. De kosten van de ILC hangen sterk samen met de leeftijdsopbouw van het personeelsbestand. Scholen met relatief oudere personeelsbestanden hebben doorgaans een lagere ILC, omdat de meeste personeelsleden al het maximaal van de schaal hebben bereikt. Uit de eerdere onderzoeken bleek dat toen een stijgend BAPO-gebruik gecompenseerd werd door een daling van de ILC.

Het gebruik van de BAPO is de laatste jaren alleen maar verder toegenomen. Zowel wat betreft het aantal gebruikers, als de duur van het gebruik. Het onderzoek zal zich richten op deze ontwikkeling.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws

  • Nieuwe versie servicedocument Covid-19 van OCW

  • Meerderheid ouders geen voorstander van extra coronamaatregelen

  • Inschrijving EU-schoolfruit geopend

  • Voldoende personeel grote zorg voor schoolleiders