Onderwijsregio’s: dit moet je weten

Onderwijsregio’s worden een blijvend onderdeel van het onderwijsbeleid, schrijft staatssecretaris Mariëlle Paul (OCW) in haar Kamerbrief van 25 april. Het doel is: samenwerken aan het personeelstekort zónder extra bureaucratie. AVS is voor het versterken van deze regionale samenwerking, maar blijft kritisch op de uitvoering.

Voor schoolleiders betekenen de onderwijsregio’s vooral meer continuïteit in de regionale samenwerking, minder versnippering en meer gezamenlijke slagkracht en ondersteuning waar mogelijk. Want de personeelstekorten blijven bestaan, ook na 2030.

Waarom onderwijsregio’s?

Structurele personeelstekorten bedreigen de kwaliteit en kansengelijkheid, vooral in kwetsbare regio’s. Onderlinge concurrentie tussen scholen helpt niet bij het verkleinen van de personeelstekorten. Solidariteit en samenwerking op de lange termijn wel. De onderwijsregio’s zijn bedoeld om die samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt te ondersteunen zónder dat ze ‘bovenop’ de scholen komen te liggen.

De rol van AVS

AVS hoopt dat de onderwijsregio’s slagvaardig het personeelstekort kunnen terugdringen. AVS is samen met AOb, CNV en FvOv vertegenwoordiger van de beroepsgroep en nauw betrokken bij de onderwijsregio’s. We denken mee in plannen, zorgen voor de inbreng van schoolleiders en bewaken hun positie. Vanaf het begin is onze beleidsadviseur Lianne ter Steeg bij de onderwijsregio’s betrokken samen met een groep schoolleiders. De speerpunten van AVS:

  • Investeer in nieuwe aanwas van schoolleiders via kweekvijvertrajecten. Maak gebruik van de financiële ruimte in het aantrekken van zij-instromers en zorg voor een goed startersprogramma dat is ingebed in het strategisch personeelsbeleid.
  • Zorg voor een goed werkverdelingsplan met onder andere aandacht voor werkdruk en werkplezier van de schoolleider.
  • Maak ruimte voor professionele ontwikkeling, neem deze op in het strategisch personeelsbeleid en maak gebruik van de schoolleidersbeurs VO en het professionaliseringsbudget PO.
  • Benut de Beroepsstandaard schoolleiders voor strategisch HRM.
  • Investeer in goede bestuurlijke relaties. Gebruik het managementstatuut om de positie van de schoolleider te versterken.

Wat kun je als schoolleider nu al doen?

Voor veel schoolleiders zijn de onderwijsregio’s nog een ver-van-mijn-bed-show. Dat komt ook omdat nu vaak de bestuurders aanschuiven bij overleggen. AVS adviseert je om als schoolleider in gesprek hierover te gaan met je bestuurder om zo concrete informatie op te halen over hoe de onderwijsregio rondom jouw school zich ontwikkelt en wat dat jou kan opleveren. Breng ook onderwerpen bij je bestuurder in, die hij meeneemt in het regionaal overleg. Op die manier kun je eraan bijdragen dat er beleid en beslissingen gemaakt worden waarvan jouw school kan profiteren.

Meer over onderwijsregio’s

Sinds 2022 zijn er 29 onderwijsregio’s actief. Inmiddels is er door de komst van de nieuwe subsidieregeling per 1 januari 2025 een landelijk dekkend netwerk van 50 onderwijsregio’s ontstaan. Structurele personeelstekorten bedreigen de kwaliteit en kansengelijkheid, vooral in kwetsbare regio’s. In plaats van dat scholen elkaar beconcurreren op een krappe arbeidsmarkt, is het belangrijk om regionaal de krachten te bundelen. De onderwijsregio’s vormen het hart van deze aanpak.

Onderwijsregio’s bundelen regionaal de krachten voor werving, opleiding en behoud van personeel. Zo proberen ze mensen in de regio te werven, op te leiden, te behouden en beter te matchen. In sommige regio’s zijn al resultaten geboekt, zoals betere verdeling van personeel, begeleiding van starters en meer aandacht voor zij-instromers. Andere regio’s zijn nog volop in ontwikkeling.

De onderwijsregio’s verbinden bestaande partnerschapen met de Regionale Aanpak Personeelstekort (RAP) en met Samen Opleiden (SOP). Om de onderwijsregio’s te ondersteunen is vanuit OCW de Realisatie-Eenheid (RE) ingericht. Zij zorgen voor de snelheid en vernieuwing in de aanpak van het personeelstekort. Ook stimuleert de RE dat regio’s van elkaar leren en zijn ze een belangrijke schakel in het contact met het ministerie. De focus ligt vooral op:

  • Evaluatie: In juni 2025 wordt de eerste voortgang gemonitord
  • Structureel beleid: Losse projecten worden samengevoegd tot één meerjarige regeling
  • Geen bestuurslaag: Onderwijsregio’s blijven netwerken, geen nieuwe organisaties
  • Focus op de klas: Geld gaat naar personeel, niet naar bureaucratie
  • Ruimte voor maatwerk: Regio’s kunnen kiezen wat werkt in hun context