Onderwijs positief over extra aandacht taal- en rekenonderwijs

De Kwaliteitsagenda PO heeft onder schoolleiders en bestuurders een redelijk goede bekendheid, onder leerkrachten veel minder. Wel zijn alle drie de groepen positief over de extra aandacht voor taal- en rekenonderwijs, de focus van deze kwaliteitsagenda. Over het vaststellen van referentieniveaus zijn leidinggevenden positiever dan leerkrachten. Dit blijkt uit een onderzoek in opdracht van OCW.

 Slechts 18 procent van de leerkrachten is bekend met de inhoud van de kwaliteitsagenda, maar gevraagd naar de bekendheid met de focus op taal en rekenen geeft bijna 90 procent aan hiervan te weten. Onder schoolleiders is de kwaliteitsagenda veel bekender (61 procent) en geeft bijna 100 procent aan van de focus op taal en rekenen te weten. Van de leerkrachten vindt ruim 73 procent deze focus goed tot zeer goed, onder bestuurders loopt dit op tot ruim 83 procent en bijna 85 procent van de schoolleiders is deze mening toegedaan. Wel worden in het onderzoek een paar kanttekeningen bij deze focus geplaatst. Zo is men bang dat voorbij gegaan wordt aan het belang van andere vakken, maar ook dat er juist erg veel andere prioriteiten bij het onderwijs worden neergelegd en dat het hierdoor soms erg lastig wordt voldoende aandacht te besteden aan taal en rekenen.

Begin 2008 heeft de commissie Meijerink een advies uitgebracht met betrekking tot referentieniveaus, waarin moet worden vastgelegd wat kinderen aan het einde van het basisonderwijs moeten kennen en kunnen. Ruim driekwart van de leerkrachten is hier niet mee bekend en ook veel schoolleiders en bestuurders kennen het advies niet (respectievelijk 63 en 55 procent). Zij die er wel vanaf weten en ermee werken, geven vaak aan behoefte te hebben aan een nadere uitwerking, tussendoelen en leerlijnen.

Een ander speerpunt uit de kwaliteitsagenda is het zogenaamde `Opbrengstgericht werken´. Hiermee zijn de meeste schoolleiders en bestuurders goed bekend en ook onderschrijven zij het belang ervan voor het verbeteren van taal- en rekenprestaties. Schoolleiders maken vooral gebruik van informatie uit het leerlingvolgsysteem, analyses van de intern begeleider, gesprekken met teamleden en de rapportage van de onderwijsinspectie. Voor leerkrachten zijn toetsen de belangrijkste informatiebron. De leerkracht gebruikt de gegevens voornamelijk om te bepalen welke leerling behoefte heeft aan extra begeleiding en om de ouders te informeren. Schoolleiders en besturen bepalen aan de hand van de gegevens onder meer doelen ter verbetering van de taal- en rekenprestaties.

Tussen scholen bestaan overigens duidelijke verschillen. Het blijkt dat (zeer) zwakke scholen relatief vaak beleid voeren dat is gericht op het verbeteren van taal- en rekenprestaties. Aan cognitief talentvolle leerlingen besteden zij echter relatief minder aandacht. Sowieso geeft bijna de helft van alle leerkrachten aan op dit laatset punt extra ondersteuning goed te kunnen gebruiken.

Het complete rapport vindt u op www.minocw.nl/documenten/133682b.pdf

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.