Auteurs Thomas Blekman en Rosemarie Konijnenburg laten in ‘Orkestratie van effectuation’ zien dat werknemers in deze tijden van crisis en krimp de merkambassadeurs van de organisatie zijn. Dit kunnen organisaties bereiken door eerst het waarom van de organisatie te definiëren en vervolgens het hoe en wat. Organisaties die het waarom duidelijk hebben en communiceren met hun omgeving, zijn meer waardengedreven. Door het personeel uit te dagen om na te denken over hun eigen waarden en bijdragen en in welke mate deze aansluiten op de organisatie, ontstaat een verbinding die veel sneller een vereenzelviging met de organisatie creëert. Dit is een wederkerig proces, waarin medewerkers en organisatie elkaar continu beïnvloeden. Vanuit deze verbondenheid ontstaat verantwoordelijkheid en duidelijkheid over wat wel en niet past in de organisatie. Hierdoor kunnen werknemers iedere situatie en kans beoordelen op de waarde ervan voor de organisatie. Leidinggevenden faciliteren hun medewerkers in hun ondernemerschap door een context te creëren waarin zij: mogen leren (dus ook fouten mogen maken), worden gestuurd op output en gestimuleerd om hun eigen weg te vinden. Hierbij wordt uitgegaan van horizontaal sturen: het behalen van resultaat in een complexe omgeving, waar je ook invloed moet ontwikkelen zonder hiërarchische macht. De manager heeft de rol van bruggenbouwer, die anderen aan zichzelf en aan elkaar weet te binden door te zoeken naar win-winoplossingen. Uitgangspunt van Blekman en Konijnenberg zijn de vijf succesprincipes die steeds weer terugkomen in succesvol ondernemerschap:

• Het Bird in hand-principe: start vanuit beschikbare middelen met wat je al hebt;
• Het Affordable loss-principe: neem geen risico’s die je niet kunt dragen;
• Het Crazy quilt-principe: zoek partners die wezenlijk bijdragen, door samenwerking verklein je het risico;
• Het Lemonade-principe: wees niet star, durf op weg naar je doel af te wijken van je plan;
• Het Pilot in the plane-principe: co-creëer de toekomst met middelen en partners die je beheerst.

De auteurs beschrijven hoe zowel profitals non-profitorganisaties kunnen meedoen in de betekeniseconomie. Clark, Mills en Fiske gaan hierbij in Predictably Irrational (Dan Ariely, 2009) uit van twee werelden: een waarin sociale normen gelden en een andere waarin marktnormen bepalend zijn. Veel organisaties proberen zich te onderscheiden van de concurrentie door hun marketingboodschap te baseren op sociale normen (wederkerig, warm en impliciet). Maar deze warme boodschappen zetten zij niet altijd om in daden; ze blijven afrekenen op marktnormen (hard en expliciet). Deze incongruentie maakt dat de klant (ouders, leerlingen, red.) teleurgesteld is en het vertrouwen kwijtraakt.
Bijzonder aan het boek van Blekman en Konijnenberg vind ik het samengaan van je persoonlijke bijdrage en je professionele bijdrage. Als individu ben je uniek en authentiek, samen maak je het verschil en kun je waarde toevoegen en innoveren. Daarnaast is de combinatie van wetenschappelijk onderzoek en toepassing in de praktijk een prettige afwisseling. De publicatie is goed te gebruiken voor directeuren en leidinggevenden in het onderwijs.

‘Orkestratie van effectuation: het organiseren van ondernemend gedrag’, Thomas Blekman en Rosemarie Konijnenburg, 2012, ISBN10: 9052619409, ISBN 13: 9789052619408

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws

  • Nieuwe consultatie wetswijziging medezeggenschap scholen

  • Stappen gezet in toepassing Meldcode huiselijk geweld

  • Onomkeerbaar

  • ‘Planloos is kansloos’