De nieuwe “Wet medezeggenschap scholen” moet aansluiten bij de tendens van deregulering en autonomievergroting.Het streven is deze wet per 1 januari 2007 in te voeren.

Begin april stuurt minister Van der Hoeven de Tweede Kamer een beleidsnotitie over de nieuwe medezeggenschapsstructuur in het primair en het voortgezet onderwijs. De nieuwe “Wet medezeggenschap scholen” moet aansluiten bij de tendens van deregulering en autonomievergroting. Het streven is deze wet per 1 januari 2007 in te voeren. Maar eerst moeten de onderwijsorganisaties en het parlement zich er nog over uitspreken.

Wat ging er aan vooraf Het moderniseren van de medezeggenschap in het onderwijs stond jarenlang op de agenda van het onderwijsoverleg, zonder dat dit tot concrete stappen leidde. Wel was duidelijk dat de opvattingen van de ouderorganisaties, de vakorganisaties, de schoolleidersorganisaties en de besturenorganisaties nogal uiteen liepen. Sommigen waren voor invoering van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) in het onderwijs, anderen wilden een aanpassing van de Wet medezeggenschap onderwijs (WMO) en weer anderen waren voor een keuzemodel. Dat laatste houdt in dat scholen kunnen kiezen voor de WOR of de WMO. Ook de Tweede Kamer mengde zich in de discussie. Dit bracht minister Van der Hoeven er toe om een expertgroep in te stellen die de opdracht kreeg een advies te schrijven over de inrichting van de medezeggenschap in het primair onderwijs. Dit advies was in de zomer van 2004 klaar en kwam neer op het invoeren van een nieuwe wet, voor het gehele funderend onderwijs, de Wet medezeggenschap scholen. Hierna startte het overleg met het onderwijsveld over de hoofdlijnen en de uitgangspunten van deze voorgenomen wet. Op basis van de eindrapportage van dit overleg formuleert de minister straks haar voornemens voor de inrichting van de medezeggenschap in het primair en voortgezet onderwijs.

Hoofdlijnen voor de nieuwe medezeggenschapsstructuur

In de eindrapportage staat een aantal hoofdlijnen genoemd:

  • medezeggenschap blijft in het funderend onderwijs een zaak van ouders, leerlingen en personeel gezamenlijk. Maar, decentralisatie van de arbeidsvoorwaardenvorming, die ook in het primair onderwijs aanstaande is, maakt het nodig dat er ruimte wordt gemaakt voor een WOR-achtig medezeggenschapsmodel. In de WMS moet hiermee, zeker als het gaat om arbeidsvoorwaardenvorming, rekening worden gehouden.
  • de herziening van de medezeggenschap in het primair en voortgezet onderwijs moet ook leiden tot versterking. Daarbij is het ook belangrijk de verhoudingen tussen medezeggenschapsniveaus (MR en GMR) en de personeelsgeleding, oudergeleding en leerlinggeleding te verbeteren. Dat is alleen al nodig in verband met de invoering van de lumpsum bekostiging in het primair onderwijs. Ook de toenemende decentralisatie van de arbeidsvoorwaardenvorming maakt dit nodig.
  • er moet meer ruimte komen voor flexibiliteit bij de manier waarop de medezeggenschap wordt ingericht. Bestuur, management en de medezeggenschapsorganen krijgen samen de mogelijkheid om medezeggenschapsstructuren op maat en flexibel in te richten.
  • om voor continuïteit te zorgen moeten de onderdelen van de WMS deels zijn gebaseerd op wat nu al in de WMO is geregeld. Dat wat onder de werking van de WMO goed functioneert moet kunnen worden voortgezet.

De onderwijsorganisaties zijn het erover eens dat de nieuwe wet moet passen bij de actualiteit van de bestuurlijke verhoudingen en het mogelijk moet maken flexibel in te spelen op toekomstige ontwikkelingen.

Wat vindt de AVS

Wij hebben nooit onder stoelen of banken gestoken dat we voorstander zijn van de invoering van de WOR in het onderwijs, waarbij de inspraak van ouders/verzorgers en, voor zover van toepassing ook leerlingen op een afzonderlijke manier moet worden geregeld. De expertgroep heeft zich in zijn advies laten leiden door het feit dat hiervoor onvoldoende draagvlak bestaat, door verzet van de ouderorganisaties en sommige vakbonden. Vervolgens hebben wij ons bereid verklaard verder te spreken over de vormgeving en inhoud van de WMS, onder de voorwaarde dat de vormgeving tegemoet komt aan onze roep om flexibiliteit en ruimte. Dit zal voor ons bij het overleg over de inhoud van de wet steeds de leidraad zijn.

Downloads

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws