Nieuwe formule kantonrechter bij ontslagprocedure

Per 1 januari 2009 hanteert de kantonrechter naar verwachting een nieuwe, geüpdate formule bij ontslagprocedures. Het betreft aanpassingen van de vergoedingen bij ontslag; die worden lager.

Met het rekenmodel dat kantonrechters hanteren zullen vergoedingen bij de ontbinding van arbeidsovereenkomsten voortaan op een andere manier berekend worden. De belangrijkste wijzigingen zijn een andere berekening van de dienstjaren; meer aandacht voor de arbeidsmarktpositie van werknemers en de financiële positie van de werkgever; maatwerk voor werknemers die in het zicht van pensionering zijn; verduidelijking van de vergoedingsregeling bij korte dienstverbanden. Volgens de huidige formule wordt de vergoeding berekend op basis van het aantal dienstjaren. De verandering betreft de berekening van het aantal dienstjaren. Tot nu toe tellen de dienstjaren bij de betreffende werkgever tot de leeftijd van 40 jaar voor een factor één, van 40 tot 50 voor anderhalf en vanaf 50 jaar voor twee. Er is voor de toekomst gekozen voor een verdere differentiatie waarbij de dienstjaren tot de leeftijd van 35 jaar tellen voor een half, van 35 tot 45 jaar voor één, van 45 tot 55 jaar voor anderhalf en vanaf 55 jaar voor twee. Daarmee wordt beoogd meer aansluiting te zoeken bij de verbeterde arbeidsmarktpositie van jongeren, maar met behoud van de bescherming van de oudere werknemer.

Verder willen de kantonrechters meer aandacht geven aan bijzondere omstandigheden, die nu soms wat onderbelicht blijven. Het gaat daarbij vooral om de arbeidsmarktpositie van de werknemer en de financiële positie van de werkgever. Een werknemer, die door zijn werkgever in staat is gesteld door cursussen en dergelijke zijn kennis bij te houden en uit te breiden, heeft een steviger positie op de arbeidsmarkt – en heeft minder financiële bescherming nodig – dan zijn collega, die die gelegenheid niet heeft gehad. Een werknemer, die werkzaam is in een branche met een groot gebrek aan personeel, heeft minder bescherming nodig dan een werknemer in een sector, waarin al veel werkloosheid heerst. Met de financiële positie van de werkgever willen de kantonrechters meer dan nu rekening houden, als de werkgever met jaarstukken en onderbouwde prognoses kan aantonen dat een volgens de formule berekende vergoeding voor hem onbetaalbaar is. En omdat het begrip pensioengerechtigde leeftijd niet meer als voorheen samenvalt met 65 jaar zal bij de bepaling van de vergoeding voor deze werknemers rekening worden gehouden met de leeftijd waarop zij naar verwachting met pensioen zouden zijn gegaan als de ontbinding er niet tussendoor was gekomen. Tenslotte is voor arbeidsovereenkomsten die binnen twee jaar worden ontbonden een afzonderlijke regeling opgenomen; in geval van een overeenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijdse opzegmogelijkheid is de vergoeding in beginsel gelijk aan het salaris over de resterende tijd. In alle andere gevallen wordt de vergoeding op de normale manier berekend.

De FNV is volgens het ANP ontevreden over de wijziging die leidt tot een versobering van de ontslagvergoeding. Werkgeversorganisatie VNO-NCW is voorzichtig positief; ontslag wordt goedkoper, stellen ze vast, met name in het licht van de vergoeding voor topinkomens. De kantonrechtersformule is overigens niet bindend: het gaat om een aanbeveling van beroepsgenoten aan beroepsgenoten. De formule geldt alleen voor werknemers van (algemeen) bijzondere schoolbesturen, omdat personeelsleden in dienst van openbare schoolbesturen die het met ontslag oneens zijn, in beroep moeten gaan bij de bestuursrechter.

Meer informatie: www.rechtspraak.nl

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.