Commissie Onderwijsbevoegdheden legt taak neer

De commissie Onderwijsbevoegdheden is voortijdig gestopt met haar opdracht om te adviseren over de vormgeving van een nieuw bevoegdhedenstelsel voor leraren. Het is niet gelukt om een eensluidende uitwerking te formuleren van het advies Ruim baan voor leraren van de Onderwijsraad. “Op cruciale aspecten uit het beoogde advies bleken de tegenstellingen met andere commissieleden onoverbrugbaar” staat in een brief die een deel van de commissie naar demissionair minister Slob heeft gestuurd.

De commissie werd een jaar geleden ingesteld op verzoek van de onderwijsministers om het advies van de Onderwijsraad uit te werken. In het verslag ‘Hogere lat, lagere drempels’, dat is opgesteld door commissievoorzitter Paul Zevenbergen, staat dat er op veel onderwerpen overeenstemming is, maar niet over alles.

Voorzitter Zevenbergen meldt dat een deel van de commissie bezwaren heeft tegen de denkrichting in het verslag. “Daarbij speelt een belangrijke rol dat naar de opvatting van deze commissieleden het idee van een eenmalige bevoegdheid te veel centraal staat. Dit deel van de commissie wijst voorts op het belang van masterniveau voor leraren die in de bovenbouw van havo en vwo lesgeven, en dat dit niveau verplicht moet zijn.”

Een aantal leden van de commissie Zevenbergen schrijft in een brief aan Slob dat leraren via diverse enquêtes hebben aangegeven zich niet te kunnen vinden in het advies van de Onderwijsraad; er is geen brede steun voor een nieuw bevoegdhedenstelsel. Naast de onenigheid over het masterniveau voor de bovenbouw van havo en vwo adviseren zij ook de bevoegdheid van leraren niet te verbreden tot meerdere vakken (omdat het risico bestaat dat de specifieke vakkennis en vakdidactiek dan verschraalt).

Ondanks dat een deel van de commissie in de brief aangeeft de knelpunten in het bevoegdhedenstelstel te herkennen, vinden zij dat daarvoor niet het hele stelsel op de schop hoeft, “met alle risico’s van dien”. “Wij waarschuwen – in lijn met de commissie Dijsselbloem – tegen een overhaast vernieuwingstraject dat niet kan rekenen op draagvlak.” Zij geven aan dat de discussie over een eventuele herziening van het bevoegdhedenstelsel moet beginnen bij de beroepsgroep zelf, bij de leraar.

Demissionair onderwijsministers Slob en Van Engelshoven vinden het teleurstellend dat de commissie niet tot een gezamenlijk commissieverslag is gekomen. Wel ligt er materiaal waar op voortgebouwd kan worden. “In het verslag is aangegeven op welke punten de commissie het wel eens is geworden, dit betreft onder andere een uitwerking van vier bekwaamheidsgebieden die samen de bevoegdheid moeten vormen en de verdere ontwikkeling van de lerarenopleidingen en aandacht voor het HRM beleid op scholen.” Het ministerie van OCW zal de aanbevelingen bestuderen en mogelijke vervolgstappen – samen met het onderwijsveld – inventariseren. Zij kijken nog welke aanbevelingen nog op redelijk korte termijn opgevolgd kunnen worden en welke “ter overweging worden gelaten aan een nieuw kabinet”.

Links