De huidige bewindslieden van OCenW zien de invoering van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) en daarmee invoering van gedeelde medezeggenschap in het primair onderwijs voorlopig nog niet zitten. Zij verwijzen naar de kleinschaligheid in het primair onderwijs en de grote betrokkenheid die ouders tonen bij de school en houden vast aan de WMO (met ongedeelde medezeggenschap). De AVS denkt daar anders
over en pleit voor de invoering van gedeelde medezeggenschap.

Bij gedeelde medezeggenschap overlegt het bevoegd gezag op bovenschools niveau met vertegenwoordigers van het personeel. Op schoolniveau wordt de positie van ouders versterkt in het overleg met vertegenwoordigers van de ouders. In een aantal artikelen in Kader Primair gaan we nader in op onze visie. In dit eerste artikel kort de geschiedenis van de huidige medezeggenschap in het primair onderwijs.

Naar medezeggenschap in het onderwijs

De geschiedenis van de medezeggenschap in het onderwijs is nog betrekkelijk jong. Aanleiding tot het instellen van die medezeggenschap was de parlementaire behandeling van het voorstel tot wijziging van de WOR in 1977. Politici constateerden dat de WOR in het bijzonder onderwijs niet of nauwelijks werd nageleefd, terwijl die daarop wel van toepassing was. In 1978 aanvaardde de Tweede Kamer een motie waarin ze de regering vroeg met een wetsvoorstel over de medezeggenschap in het onderwijs te komen. Die medezeggenschap moest wel gelijkwaardig zijn voor bijzonder en openbaar onderwijs. Begin 1981 diende de regering een ‘voorstel van Wet Medezeggenschap Onderwijs’ (WMO) in. Aan het einde van dat jaar werd het voorstel tot wet bekrachtigd en op 1 februari 1982 trad de WMO in werking.

WMO 1982 en 1992

Het belangrijkste kenmerk van de WMO is de ongedeelde medezeggenschap. In de medezeggenschapsraad zitten zowel personeelsleden als ouders, leerlingen en deelnemers (in het primair onderwijs alleen de ouders). De WMO van 1982 gebruikte het zogenaamde contractmodel, waarbij de in de wet opgesomde bevoegdheden op basis van overeenstemming verdeeld werden tussen het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad. Die verdeling werd vervolgens vastgelegd in een reglement en door het bevoegd gezag vastgesteld. In 1992 is de ‘oude WMO’ vervangen door de WMO zoals we die nu kennen. De invoering van het formatiebudgetsysteem en de aanbevelingen van de Toetsingscommissie WMO (ingesteld door de minister van OCenW) maakten dit noodzakelijk. In de WMO 1992 is de bevoegdheidsverdeling wettelijk vastgelegd (met de mogelijkheid hier van af te wijken), het adviesrecht versterkt, de geschillenregeling verruimd en de mogelijkheid geboden om – naast de per school verplichte MR – nog andere raden in te stellen, waaronder de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR).

Evaluatie van de WMO 1992

In de WMO 1992 staat dat de minister van OCenW vijf jaar na inwerkingtreding van de wet verslag moet uitbrengen aan het parlement over de werking van de wet. Onderzoeksbureaus ITS en Regioplan voerden in opdracht van OCenW het onderzoek uit en de bevindingen werden eind 1997 naar de Eerste en Tweede Kamer gezonden. De onderzoekers concludeerden dat in het primair onderwijs bijna iedere school een medezeggenschapsreglement heeft. In ruim 20% van die reglementen wordt afgeweken van de wettelijke bevoegdhedenverdeling zoals de WMO die kent en het aantal GMR’en is fors toegenomen. Knelpunten betreffen onder andere: de relatie met het bevoegd gezag, de communicatie naar de achterbannen (personeel en ouders), de behoefte aan scholing en ondersteuning bij de taken en de – wankele wettelijke – positie van de GMR. Er zou ook een beleidsreactie van de bewindslieden van OCenW op de bevindingen van de onderzoekers meegestuurd worden, maar dat gebeurde niet. Een belangrijke reden was dat er steeds meer stemmen opgingen om de WOR ook voor het onderwijs te laten gelden. Voorstanders wezen op het feit dat de werkingssfeer van de WOR inmiddels verder uitgebreid was, ook naar (bijna alle sectoren van) de overheid, en dat de arbeidsverhoudingen in het onderwijs ook steeds meer gaan lijken op die in andere sectoren. Om draagvlak te verwerven voor verandering van de medezeggenschapsregels zocht OCenW de dialoog met vertegenwoordigers van besturenorganisaties, vakcentrales, leerlingen/studenten en ouderorganisaties. Eind 1999 werd een werkconferentie georganiseerd over het voorstel van OCenW om de WOR in het onderwijs in te voeren. In dat voorstel kwam er in elke onderwijsorganisatie een ondernemingsraad op bestuursniveau. De medezeggenschap van ouders/leerlingen/deelnemers werd geregeld door invoering van een ouder-, leerlingen- of deelnemersraad. Deze raad kreeg instemmings- en adviesrecht over met name genoemde onderwerpen op schoolniveau. Het schoolpersoneel verloor in het voorstel zijn bevoegdheden in de medezeggenschap over schoolzaken, maar was wel als teamlid betrokken in de voorbereiding van die zaken. Met dit voorstel wordt dus gedeelde medezeggenschap ingevoerd: Personeel en ouders zijn niet langer in één medezeggenschapsraad vertegenwoordigd maar krijgen ieder een eigen raad.

Nog te vroeg voor WOR?

De conferentie leidde niet tot een eenduidig standpunt en de bewindslieden stelden een beleidsreactie op. Die verscheen in 2001 onder de naam ‘De toekomst van de medezeggenschap in het primair en voortgezet onderwijs en in de bve-sector’. In deze reactie wordt de invoering van de WOR in het voortgezet onderwijs en de bve-sector als wenselijk gezien. Daarbij wijzen de bewindslieden op de schaalgrootte en professionalisering van de instellingen in deze sectoren. Ook de lumpsumbekostiging en het voornemen om de primaire arbeidsvoorwaardenvorming (salaris, eindejaarsuitkering e.d.) te decentraliseren spelen hierbij een grote rol. Voor het primair onderwijs vinden de bewindslieden het nog te vroeg om de WOR in te voeren. Zij stellen dat in deze sector aan bovengenoemde voorwaarden nog niet is voldaan. Daarnaast constateren ze dat de betrokkenheid van ouders op de school groot is, en deze positie versterkt moet worden. Eind 2001 worden wetsvoorstellen opgesteld waarin bovenstaande uitgangspunt is. In de Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel voor medezeggenschap in het primair onderwijs geeft het kabinet aan dat ze vooralsnog de WMO wil handhaven. Wel wordt erkend dat er door de bestuurlijke krachtenbundeling van de afgelopen jaren sprake is van een toenemend aantal schoolbesturen waarvoor de WOR in combinatie met een schoolraad voor de ouders, een reële optie en wens is.

Verkenning aanpassing WMO

In 2002 vinden verkiezingen plaats en treedt een nieuw kabinet aan dat vervolgens na enkele maanden demissionair is. Eind 2002 verschijnt eerst de beleidsreactie van de (demissionaire) bewindslieden van OCenW op de Onderwijsbegroting van 2003 (de zogenaamde ‘Enveloppebrief’). Daarin stellen zij ‘dat voor de middellange termijn de invoering van de ondernemingsraad in het primair onderwijs niet in de rede ligt. Vernieuwing – waaronder versterking van de positie van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad – wordt gezocht binnen het wettelijk kader van de Wet Medezeggenschap Onderwijs’. Dat standpunt herhalen ze in de ‘Voortgangsrapportage over autonomie en deregulering’ dat eind 2002 naar de Tweede Kamer ging. Daarbij verwijzen ze naar de kleinschaligheid in het primair onderwijs en de grote betrokkenheid die veel ouders tonen bij de school. Als actiepunt melden de bewindslieden dat ze in het voorjaar van 2003 een verkenning laten plaatsvinden naar de aanpassing van de WMO. Voor de AVS is dit aanleiding om met een uitgewerkt voorstel te komen over de gedeelde medezeggenschap in het primair onderwijs. U leest hierover meer in een volgend artikel.

Downloads

Interessant?
Dit artikel stond in Kader, het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden maandelijks ontvangen. De AVS komt op voor de belangen van schoolleiders in het basis- en voortgezet onderwijs. Word ook lid of abonnee, ontvang voortaan iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws