Moties voor betere ventilatie aangenomen

En RIVM-onderzoek over effect van ventilatie op aerogene overdracht van het coronavirus

Afgelopen week zijn in de Tweede Kamer twee moties aangenomen omtrent ventilatie op scholen. Het gaat om een motie van Pouw-Verweij, van der Staaij en Bikker over het voortzetten van een pilot met luchtreinigers die aerosolen uit de lucht filteren en een motie van Van der Staaij en Paternotte over maatregelen voor de verbetering van ventilatie in scholen. De AVS riep meermaals op voor goede ventilatie op scholen.

Om op korte termijn de ventilatie in schoolgebouwen te verbeteren gaan Van der Staaij en Paternotte in hun motie in op de huidige situatie. Zij vinden de verplichte cofinanciering en het feit dat gemeenten hiervoor verantwoordelijk zijn een spoedige verbetering van de situatie op korte termijn belemmeren. In de motie die is aangenomen wordt gevraagd om maatregelen te treffen om de verbetering van ventilatie in scholen landelijk aan te jagen en te bezien of de verplichte cofinanciering daarvoor kan vervallen.

Uit een recente peiling van de AVS bleek dat op 60 procent van de scholen de ventilatie inmiddels op orde is, 40 procent van de schoolleiders noemt het niveau nog altijd onvoldoende.

In augustus vroeg de AVS in het programma EenVandaag aandacht voor de situatie. Ook via de NOS, NU.nl, BNR Nieuwsradio en Radio 1 (Met het oog op morgen) besteedde de AVS aandacht aan ventilatie. Scholen konden hiervoor subsidie aanvragen, maar soms zijn het  oude gebouwen en heeft het bestuur en/of de gemeente niet de middelen die nodig zijn als eigen bijdrage. Zelfs vóór corona heeft de AVS aandacht gevraagd voor het binnenklimaat op scholen. Schoolleiders willen graag dat kinderen in gezonde gebouwen les krijgen.

Pilot luchtreinigers aerosolen
In de motie van Pouw-Verweij, Van der Staaij en Bikker staat dat onorthodoxe maatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat scholen snel en verantwoord kunnen openen. Een cluster scholen in gemeente Staphorst heeft luchtreinigers geïnstalleerd die aerosolen uit de lucht filteren. Overwegende dat deze wijze van luchtbehandeling hoopgevende resultaten belooft en dat het effect wetenschappelijk wordt gemonitord, hebben deze scholen groen licht gekregen om direct na de kerstvakantie de pilot voort te zetten.

Onderzoek RIVM over ventilatie en ‘aerosolen’

Ventileren helpt bij het voorkomen van een covid-besmetting via kleine zwevende druppeltjes (aerogene overdracht). Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM. Daarbij keek het RIVM ook naar klaslokalen in het voortgezet onderwijs. De grootste winst zit in ventileren volgens de minimale Nederlandse eisen.

Het onderzoek van het RIVM richt zich op de aerogene overdracht van het coronavirus, door kleine druppels die over een grotere afstand dan anderhalve meter en gedurende langere tijd in de lucht zweven. Het RIVM heeft (via modellering) berekend wat het effect is van verschillende hoeveelheden ventilatie op de verspreiding van corona. Er zijn vier scenario’s – ademhalen, praten, zingen en schreeuwen – bekeken in onder meer een klaslokaal.

Uit de berekeningen blijkt dat het verschil tussen geen ventilatie en de minimale Nederlandse ventilatie-eisen uit het bouwbesluit zorgt voor het grootste effect. Nog meer ventileren maakt de kans op overdracht via aerosolen kleiner, maar dan is de afname van het verwachte aantal mensen met COVID-19 en klachten minder groot.

Het onderzoek geeft handvatten om beleidskeuzes te maken. Op basis van de resultaten is niet aan te geven welk risico aanvaardbaar is en wat een optimale hoeveelheid ventilatie is. Het RIVM heeft in dit onderzoek alleen gekeken naar besmetting via aerosolen en niet naar directe besmetting binnen anderhalve meter afstand. Ventileren kan verspreiding van het coronavirus nooit helemaal voorkomen.

Links