Minder kinderen op Limburgse basisscholen

Tussen de schooljaren 2000/2001 en 2008/2009 is in het zuiden van ons land, met name in Limburg, het aantal kinderen op basisscholen afgenomen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit komt vooral door de afname van het aantal 4- tot 12-jarigen in dit deel van Nederland. In Flevoland en Utrecht is juist sprake van een toename.

In het schooljaar 2008/2009 gingen in Limburg 92.000 kinderen naar het basisonderwijs. Dat is maar liefst 11 procent minder dan in 2000/2001. In Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland bleef de daling beperkt tot ongeveer 2,5 procent. De ontwikkeling van het aantal leerlingen in het basisonderwijs hangt in alle provincies sterk samen met de toe- of afname van het aantal 4- tot 12-jarigen. In de provincies Utrecht en Flevoland steeg het aantal kinderen op basisscholen ook. In Utrecht bedraagt het aantal leerlingen in het huidige schooljaar 120.000. Dat is 10 procent meer dan in 2000/2001. In Flevoland steeg het aantal basisschoolleerlingen in die periode met 8 procent, tot 44 .000. Landelijk bleef het aantal basisschoolleerlingen van 2000/2001 tot 2008/2009 nagenoeg gelijk op ruim 1,5 miljoen. Het aantal leerlingen per vestiging nam in deze periode met ruim 2 procent toe, van 215 leerlingen tot 220 leerlingen. Dit komt door een geleidelijke daling van het aantal vestigingen. In de onderzochte periode daalde alleen in Limburg het aantal vestigingen van basisscholen: met 8 procent.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.