Een meerderheid (56%) van de schoolleiders is inmiddels positief over het Nationaal Programma Onderwijs na Corona, eind maart was dat slechts 23 procent. Zo’n 15 procent van de scholen is nog altijd niet blij met het programma, dat was eerder 53 procent. Dat blijkt uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) onder meer dan 700 schooldirecteuren en adjuncten. Schoolleiders gaan in toenemende mate uit van de kansen die het programma biedt. Wel zijn er zorgen over het tijdpad en de beschikbaarheid van benodigde personeel.

Bijna driekwart van de scholen heeft al een schoolscan gedaan die nodig is om geld te krijgen voor de interventies. Eveneens driekwart van de scholen weet al aan welke interventies ze het bedrag wil besteden. 9 procent heeft nog geen idee waar ze het geld aan uit gaan geven.

Extra handen in de klas, maar zijn die er wel?

De wensen gaan vooral uit naar extra handen in de klas. Zo wil ruim de helft van de scholen instructie in kleine groepen en bijna de helft het geld uitgeven aan onderwijsassistenten, interventies gericht op het welbevinden van leerlingen, klassenverkleining of individuele instructie. AVS-voorzitter Petra van Haren: “We weten dus al aardig wat we willen. De grootste uitdaging waar scholen voor staan is het aantrekken van personeel, want daar is in het onderwijs al een groot tekort aan. Zijn ze wel te vinden en kunnen we dus wel de juiste hulp en ondersteuning bieden? Dat is een zorg die veel leeft bij schoolleiders en al langer een structureel probleem.” 

Andere interventies die ingezet worden zijn feedback, metacognitie en zelfregulerend leren, een-op-een-begeleiding, samenwerkend leren, interventies gericht op faciliteiten en randvoorwaarden, cultuureducatie, sportieve activiteiten, leren van en met medeleerlingen, ouderbetrokkenheid en uitbreiding onderwijs. Petra van Haren: “Investeren in professionaliseren van mensen en daarmee een langer en structureler effect bereiken, is een kans, juist ook voor schoolleiders zélf.”

Het minst enthousiast zijn scholen over het beheersingsgericht leren, voor- en vroegschoolse interventies, digitale technologie en zomer- of lentescholen. Zo’n 15 procent van de scholen zou het bedrag beschikbaar willen stellen voor scholen die het harder nodig hebben.

Regierol veelal bij schoolleider

Voor het Nationaal Programma Onderwijs na Corona ligt er veel extra verantwoordelijkheid bij de schoolleider. Op 82 procent heeft hij de regie over het plan, waarbij in de meerderheid bij alleen de schoolleider en soms samen met de intern begeleider of het bestuur. Op 9 procent van de scholen ligt de regie bij het schoolbestuur en bij slechts 1 procent bij de intern begeleider.

Het is door het structurele personeelstekort en de wisselende afwezigheid van leerkrachten en leerlingen vanwege corona extra druk op scholen. Door corona waren schoolleiders afgelopen maanden veel bezig met het inrichten van regulier onderwijs, afstandsonderwijs en van vervanging voor afwezige leraren. “Ook het beantwoorden van zorgvragen van ouders, leerlingen en personeel behoeft aandacht en tijd. Daarbij wordt hard gewerkt aan de analyse voor het Nationaal Programma Onderwijs na corona. Dit plan komt in veel gevallen ook vooral op de schouders van de schoolleiders. Het maken van een goed plan, overleg met team en medezeggenschap kosten tijd”, zegt Petra van Haren. Voldoende tijd en aandacht voor de kwaliteit van onderwijs staat op dit moment daardoor nog onder druk.

Uitdagingen bij het maken van plannen

Schoolleiders grijpen in veel gevallen, zo blijkt nu, het plan met beide handen aan. Van Haren: “Een goed plan vraagt tijd en aandacht, dat geeft soms uitdagingen. Zeker als er geen directeur is, wat op één van de twintig scholen het geval is.” Ook op scholen waar wordt gewerkt met meerscholendirecteuren ontstaan soms uitdagingen. “Als een schoolleider bijvoorbeeld 2, 3 of 4 scholen onder zich heeft, is dit proces extreem intensief. In een aantal gevallen is binnen een bestuur bewust gekozen voor dit meerschoolsleiderschap, bijvoorbeeld om te besparen op directietijd en budget hiervoor anders in te zetten. Soms is het een noodgreep omdat er geen directeuren te vinden zijn. De positie van schoolleider is zeer cruciaal, dat tonen onder andere ook McKinsey en de Wallace Foundation aan. Elke school zou een eigen directeur moeten hebben met voldoende tijd om het schoolleiderschap in te vullen.”

Is het bedrag voldoende om het onderwijs structureel te verbeteren?

Zo’n 85 procent van de schoolleiders denkt aan het bedrag voldoende te hebben om de achterstanden in te kunnen lopen. Toch zouden scholen het liefst zien dat er ook structurele gelden komen voor het onderwijs. “We zien dat de kwaliteit van onderwijs al een aantal jaren terugloopt. Veel heeft te maken met het personeelstekort. Er is een tekort aan leraren en procentueel nog groter aan schoolleiders, terwijl die positie zo cruciaal is,” aldus Van Haren. “De uitstroom is te groot en de instroom te klein, terwijl het zo een fantastisch vak is en de kwaliteit van onderwijs de toekomst van ons land bepaalt. Het structureel verbeteren van ons onderwijs, dat los je uiteindelijk alleen op met structurele plannen en investeringen, meer waardering en minder werkdruk.”   

Gerelateerd nieuws