Leraren van scholen in achterstandswijken maken zich grote zorgen dat zij niet over voldoende financiële middelen beschikken om achterstanden – mede veroorzaakt door de COVID-19 maatregelen – te kunnen wegwerken. Gericht investeren in het aanpakken van onderwijsachterstanden kan helpen toekomstige inkomensongelijkheid te verminderen. Dit blijkt uit het rapport ‘Ieder kind een kans! Interventies voor gelijke kansen in het basisonderwijs’ van Education Lab NL, in opdracht van het Jeugdeducatiefonds en ABN AMRO Foundation.

“De afgelopen tien jaar is de kansenongelijkheid in het basisonderwijs toegenomen. Door Covid-19 wordt dat nog eens versneld. Willen we daar structureel wat aan doen dan zijn honderden miljoenen euro’s nodig. Niet incidenteel maar structureel en niet ongericht maar gericht op wat bewezen is. Dan zorgen we ervoor dat we echt kinderen een gelijke kans geven”, bepleit Hans Spekman, directeur van het Jeugdeducatiefonds.

Het rapport laat een vijftal interventies zien om kansengelijkheid in het basisonderwijs te bestrijden:

1. De beste leerkracht voor de klas

2. Het aanbieden van extra uren onderwijs aan leerlingen

3. Betrekken van ouders

4. Aansluiting van onderwijs met zorgpartners

5. Het verbreden van de horizon

Het heel gericht wegwerken van achterstanden kan het beste door het inzetten van extra uren en goede leerkrachten en/of onderwijsassistenten. Extra uren werken het beste met goede leerkrachten, die specifiek gericht zijn op de achterstand, binnen kleinere groepen en met een focus op taal en rekenen. Van de ondervraagde leraren heeft 43 procent wel zorg of hiervoor op hun school voldoende middelen beschikbaar zijn. Daarnaast blijft ouderbetrokkenheid, goede samenwerking met zorgprofessionals en het verbreden van de horizon belangrijk voor gelijke kansen voor ieder kind.

Opbrengsten hogere dan kosten

Alle besproken interventies leveren uiteindelijk meer op dan ze kosten. Tussen de interventies bestaan wel verschillen. Zo zal het verdubbelen van het aantal reken- en taallessen naar schatting een hoger jaarinkomen van leerlingen opleveren als ze volwassen zijn, een stijging van ongeveer 623 euro per individu. Vrijwillige zomerscholen voor kleuters met een onderwijsachterstand kost 35 miljoen euro maar levert ongeveer 510 euro hoger jaarloon voor de leerlingen als ze volwassen zijn. Een heel effectieve interventie blijkt persoonlijke tutoring (intensieve begeleiding aan leerling). De kosten hiervoor worden door de onderzoekers berekend op 65 miljoen euro, maar het levert maar liefst 2.610 euro hoger jaarloon op per individu.

Deze interventies zijn van belang omdat de kansenongelijkheid het afgelopen decennium in het Nederlands basisonderwijs is opgelopen en de recente coronacrisis naar verwachting tot een verdere toename van de kansenongelijkheid leidt.

Gerelateerd nieuws