De onderwijsuitgaven van de overheid namen de afgelopen vijftien jaar met zo’n zestig procent (!)
toe. Ging er in 2005 bijna 7,5 miljoen euro naar het primair onderwijs, in 2021 was dat ruim twaalf miljoen. In het voortgezet onderwijs liepen de investeringen in die periode op van ruim 5,3 miljoen
euro naar bijna negen miljoen. Leverde al dat extra geld ook betere leerprestaties op?

Pisa: Nederland geen topscoorder

Sinds 1997 doet de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) eens in de drie jaar onderzoek naar de prestaties en het welbevinden van vijftienjarige leerlingen in het voortgezet onderwijs over de hele wereld. Uit deze Pisa-scores bleken Nederlandse jongeren wereldwijd bovengemiddeld te presteren en ook Europees gezien behoorden ze tot de absolute top. Ondanks dat Nederlandse scholieren nog steeds hoger dan gemiddeld scoorden op het vlak van wiskunde en natuurwetenschappen, werd hun voorsprong sinds 2003 kleiner.
Grootste zorgenkind is echter de leesvaardigheid. Nederlandse 15-jarigen presteerden op dit vlak in 2018 voor het eerst slechter dan het gemiddelde van de Europese Unie. Het streven is dat in 2020 maximaal vijftien procent van de leerlingen vaardigheidsniveau 2 níét haalt (European Union, 2019). In 2015 voldeed voor het eerst achttien procent van de Nederlandse scholieren niet aan dit niveau. In 2018 was dat percentage gestegen naar 24 procent. Daarmee ligt de leesvaardigheid in Nederland niet alleen onder het Europese gemiddelde (19 procent), maar ook onder het gemiddelde van de OESO-landen (20 procent). Pisa onderzoekt de leesvaardigheid aan de hand van een brede definitie: informatie opzoeken, begrijpen, evalueren en reflecteren. Van de Nederlandse scholieren valt 24 procent in niveau 1 en loopt daarmee het risico op laaggeletterdheid. In 2003 was dit nog maar elf procent.

Schoolleider aan het woord: Meer geld, mindere prestaties: hoe kan dat?

Ferdinand ter Haar, interim-schoolleider: “Persoonlijk ben ik niet zo van de Pisa-scores. Ik vind namelijk niet dat het onderwijs bedoeld is om alleen kennis over te brengen en zo hoog mogelijk te scoren. Ik wil dat onze leerlingen zich ontwikkelen tot fijne mensen, die gelukkig zijn en zich goed kunnen redden in deze samenleving. Pisa-scores zeggen niks over de geluksbeleving. Dus waar let je op als je onderwijssucces meet? Die vraag wordt vaak niet beantwoord. Ik wil leerlingen vaardigheden bijbrengen en begeleiden om het als wereldburger in Nederland te maken. En als je dan kijkt naar het aantal diploma’s dat gehaald wordt en hoe snel jonge mensen werk vinden, dan zijn we zo slecht niet bezig. Ja, er zijn verbeteringen mogelijk. Ook ik maak me zorgen over de leesvaardigheid, maar dat doe ik niet vanwege de Pisa-scores maar omdat mensen die moeite hebben met lezen, ook moeite hebben zich staande te houden in deze samenleving. Je zelfredzaamheid wordt nu eenmaal beperkt als je de bijsluiter van je medicijnen niet kan lezen. En daar moeten we dus mee aan de slag.”

Schoolleider aan het woord: Gaat nog meer geld naar onderwijs het verschil maken?

Janneke Oosterman, directeur CBS Tamarinde: “Ik heb momenteel zo veel vacatures dat ik eigenlijk alleen door een vierdaagse lesweek elke groep dagelijks van een eigen leraar kan voorzien. Natuurlijk verdienen alle kinderen goed onderwijs. Maar dat lukt alleen als je genoeg leraren hebt, die goed kunnen lesgeven. Het gaat dus niet alleen om een kwantitatief maar ook om een kwalitatief lerarentekort. Dat heeft overigens niet alleen met geld te maken, maar ook met status en werkdruk. Er is in het onderwijs nauwelijks nog tijd voor reflectie. Ik ben groot voorstander van een continue verbetercultuur. Maar daar kom ik nauwelijks aan toe, omdat vrijwel al mijn aandacht gaat naar het schrijven van verantwoordingen voor tijdelijke subsidies zoals de NPO-Onderwijsgelden, het op de been houden van mijn team en het vullen van vacatures. De overheid beweert wel dat er steeds meer budget naar onderwijs gaat. Maar wat er links bijkomt, gaat er rechts vaak weer af. Het gaat om een verschuiving van middelen, niet om structurele investeringen. Volgens onderzoeksbureau McKinsey & Company gaat er net genoeg geld naar onze scholen om aan de basiskwaliteit te voldoen. Dat staat haaks op onze maatschappelijke opdracht: de brede vorming van leerlingen. Omdat het onderwijs die ambitie deelt, hebben we van alles gedaan om de boel op te lappen. Maar de rek is eruit. Ook de Inspectie van het Onderwijs stelt dat ons schoolsysteem toe is aan een grondige renovatie. Maar als je én de mensen én het geld niet hebt, dan wordt het onmogelijke gevraagd toch? Ik vind dat we duidelijke keuzes moeten maken.”

Lekker snel aan het werk

Het onderwijs heeft niet alleen tot doel kinderen te leren rekenen, lezen en schrijven maar moet vooral ook mensen afleveren die volwaardig kunnen meedraaien in deze maatschappij. Dat je na school aan een baan komt, is daarbij bijvoorbeeld belangrijk. Wat dat betreft hebben jongeren de wind mee op de arbeidsmarkt. 85 procent van de pas afgestudeerden vindt binnen een jaar werk als zelfstandige of in loondienst. Hun nieuwe job sluit voor 79 procent van de gediplomeerde schoolverlaters aan op het niveau van het gevolgde onderwijs (Huijgen, Meng & Peeters, 2019). Ook vroegtijdige schoolverlaters kwamen in 2020 zonder diploma snel aan werk.

Bevindingen van de Inspectie

Hoe verhouden de Pisa-scores zich tot de cijfers die scholieren gemiddeld halen tijdens het centraal eindexamen Nederlands? Opvallend genoeg (zie pagina 9, kader Pisa) zijn die uitkomsten grotendeels stabiel gebleven over een langere periode. Hoe kan dat? In De Staat van het onderwijs 2020 vraagt de Inspectie van het Onderwijs zich af of dat voldoende zegt óf er sprake is van ‘teaching to the test’: veel aandacht aan het vak Nederlands besteden om het eindexamen maar te halen. Ook in het basisonderwijs constateert de Inspectie in 2020 dat de prestaties redelijk stabiel zijn. “Vrijwel alle leerlingen beheersen aan het eind van de basisschool het fundamentele niveau 1F en 78 procent beheerst ook het streefniveau 2F.” De Inspectie heeft geen verklaring voor het feit dat hun bevindingen verschillen van de Pisa-scores. “Dit vraagt om een nadere analyse van de eindtoetsresultaten.”
Waarover de Inspectie zich vooral zorgen maakt, is de rekenvaardigheid. De Staat van het Onderwijs 2021 zegt hierover: “82 procent van de leerlingen uit groep 8 haalt het fundamentele niveau 1F. Echter, slechts een derde bereikt het streefniveau van 2F/1S, terwijl het doel is dat 65 procent van de kinderen dit moet kunnen.”
Tevens constateert de Inspectie in 2021 dat ten opzichte van 2019 het niveau van leesvaardigheid, woordenschat én rekenen/wiskunde onder brugklassers licht daalt. Dat zou het gevolg kunnen zijn van de schoolsluiting vanwege de coronapandemie. De Inspectie schetst in zijn algemeenheid een allesbehalve optimistisch beeld over achterstanden, al variëren die per leerjaar en per domein in het primair onderwijs. Zo maakte ‘slechts’ 65 procent van de leerlingen uit groep 7 een normale leergroei door, voor groep 4 ging dat op voor maar liefst 90 procent.

Schoolleider aan het woord: Moet er anders in onderwijs geïnvesteerd worden?

Erik Adema, schoolleider obs De Rietpluim: “Om nou investeringen en leerresultaten aan elkaar te koppelen… Ik heb daar niet zo veel mee. Het past precies in het neoliberalisme dat de politiek domineert. Je krijgt een pot geld en ik snap dat je daarvoor verantwoording moet afleggen, maar dat is waarom leerprestaties meetbaar gemaakt worden. Ik vraag me vervolgens af of we wel het goede meten. Iedereen die onderzoek heeft gedaan, weet dat als je hard genoeg zoekt je cijfers vindt die je aanname onderbouwen. In het onderwijs draait het tegenwoordig om rendement en effectiviteit: wat versta je daaronder? En, wat is succes? Nederlandse kinderen behoren tot de gelukkigste ter wereld en ondanks dat de twintigers en dertigers van nu zogenaamd ‘slecht’ reken- en taalonderwijs hebben genoten, draait de economie op volle toeren. Er zijn nog nooit zo veel bedrijven gestart. Er zijn nog nooit zo veel jonge selfmade miljonairs geweest. En Nederlandse onderwijsprestaties vergelijken met Finland, Singapore of Schotland vind ik helemaal kolder. Ja, de Scandinavische landen presteren misschien beter, maar zij focussen vooral op rekenen en taal en minder op de brede ontwikkeling van leerlingen. En, dat is wel de opdracht die het Nederlandse onderwijs óók heeft meegekregen. Dus al bij al moeten we een veel wezenlijkere vraag zien te beantwoorden: wat zou de opdracht van het onderwijs moeten zijn? Kijk, daarover moeten we met elkaar in gesprek en natuurlijk zijn er verbeteringen mogelijk. Maar misschien moeten we ook vaker met een vuist op tafel slaan en ‘nee’ durven zeggen als de overheid het onderwijs gaat vertellen hoe we het beste kunnen lesgeven.”

Ook goed nieuws

Volgens wereldwijd onderzoek van Unicef staat Nederland net als vrijwel alle jaren daarvoor, ook in 2020 weer bovenaan de ranglijst. Unicef keek daarbij niet alleen naar mentale en lichamelijke gezondheid, maar ook naar sociale vaardigheden van kinderen en hoe het op school gaat met bijvoorbeeld lezen en rekenen.

Meer diploma’s & hoger opgeleid

Het gemiddelde opleidingsniveau in Nederland stijgt. Steeds meer leerlingen behalen op de middelbare school het niveau dat ze als schooladvies in groep acht hebben meegekregen. Behalve door een betere plaatsing stijgt de diplomahoogte ook doordat de laatste jaren meer leerlingen en studenten diploma’s stapelen of überhaupt de mogelijkheid krijgen om een diploma te halen. Denk aan scholieren uit het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO), die vaker examen zijn gaan doen (van 3.100 in 2013 naar ongeveer 4.800 in 2019). Nederland is over het algemeen steeds hoger opgeleid. Vooral in de tweede helft van de vorige eeuw steeg het opleidingsniveau sterk met iedere nieuwe generatie, zo laten cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau zien. De laatste tien jaar was die stijging weliswaar kleiner, maar het aandeel mensen dat alleen een vmbo-diploma heeft of examen heeft gedaan op mbo-1-niveau neemt verder af. In 2010 was ongeveer 27 procent van de bevolking in de leeftijd van 25-64 jaar lager opgeleid, in 2019 was dat minder dan 21 procent. Het aantal Nederlanders met een diploma op middelbaar niveau schommelt de laatste tien jaar rond de veertig procent. Het aandeel hoogopgeleiden stijgt nog altijd. Ruim twintig procent had in 2010 een hbo-diploma en bijna twaalf procent een universitaire graad (samen ruim 32 procent). In 2019 was het aantal afgestudeerde hbo’ers gestegen naar ruim 24 procent. Zo’n vijftien procent had een master op zak.

Schoolleider aan het woord: Is alleen het onderwijs verantwoordelijk voor goede leerprestaties?

Ina Rook, directeur speciaal onderwijs: “Ik heb eerlijk gezegd een afkeer van dit soort lijstjes. De huidige focus op leerachterstanden werkt ontzettend demotiverend voor leerlingen én iedereen die in het onderwijs ontzettend zijn best doet om alles zo goed mogelijk voor elkaar te krijgen. We zijn al blij dat we ondanks de coronacrisis het hoofd boven water houden. Dus ik denk liever in mogelijkheden, ik wil hoopvol zijn. En wat betreft leerprestaties wordt een ding vaak vergeten: die zijn namelijk niet alleen een verdienste van scholen en leerlingen, maar van de samenleving als geheel. Welke ouders lezen hun kinderen nog elke avond voor en gaan regelmatig met zoon of dochter naar de bibliotheek? Om goed te kunnen leren heb je rust nodig en een stabiele thuissituatie. Hoeveel kinderen moeten dat ontberen? Vroeger leerde je thuis schaken of dammen, tegenwoordig zou je dat op school moeten leren. Meer dan ooit zijn kinderen gewend te krijgen wat ze willen en alleen te doen wat ze leuk vinden. Hoe ontwikkel je dan doorzettingsvermogen? Het is deze optelsom die maakt of een kind zich goed kan ontwikkelen en daarbij zorg je samen – school en thuis – voor een prima leerklimaat.”

Interessant?
Dit artikel stond in Kader, het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden maandelijks ontvangen. De AVS komt op voor de belangen van schoolleiders in het basis- en voortgezet onderwijs. Word ook lid of abonnee, ontvang voortaan iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.

Gerelateerd nieuws