Er zijn grote verschillen tussen gemeenten en tussen schoolbesturen in hoe zij investeren in (het onderhoud van) schoolgebouwen, constateert onderwijswoordvoerder Michel Rog van het CDA. Hij vindt het tijd voor een existentieel debat over de (materiële) bekostiging van scholen.

Voor ouders, leerlingen en onderwijspersoneel waren het uitdagende maanden toen de scholen in Nederland als gevolg van de corona-uitbraak werden gesloten. In een geweldig tempo wisten schoolleiders en leraren online onderwijs te verzorgen: leraren ontwikkelde zich tot heuse ‘Youtubers’, er werd ‘gezoomd’ en dictees werden via WhatsApp afgenomen. Het aanpassingsvermogen van het onderwijspersoneel verdient een groot compliment! Dat geldt ook voor de fysieke aanpassingen die zijn doorgevoerd bij de heropening van de scholen.

Maar helaas zijn veel scholen beperkt in de mogelijkheden om bijvoorbeeld goed te kunnen ventileren. De oproep van Jaap van Dissel van het RIVM – dat scholen zich moeten houden aan het Bouwbesluit – klinkt eenvoudig, maar blijkt in de praktijk weerbarstig. Bovendien rept het Bouwbesluit wel over de toegestane CO2-waarde in een klaslokaal, maar is het maar de vraag of het een adequaat antwoord biedt op een gevaarlijk virus. Een gezond binnenklimaat en goede mogelijkheden tot ventilatie zijn echter altijd in het belang van leerlingen en onderwijspersoneel. Zij hebben er recht op om in een gezonde omgeving te leren en te werken. Op één van mijn werkbezoeken verzuchtte een schoolleider dat hij het niet uitlegbaar vond dat bij de bouw van gevangenissen met hogere eisen voor luchtkwaliteit rekening gehouden moet worden dan bij de bouw van scholen.

Ik ben blij dat er een Landelijk Coördinatie­team Ventilatie op Scholen is, dat met een inventarisatie en aanbevelingen komt. We hebben hier een groot thema te pakken, met een grote verantwoordelijkheid voor veel partijen, waaronder in ieder geval de landelijke overheid, gemeentelijke overheden en schoolbesturen. Het is zeer de vraag of de materiële bekostiging nog voldoet aan de eisen van deze tijd. En we zien grote verschillen tussen gemeenten en tussen schoolbesturen in hoe zij investeren in (het onderhoud van) schoolgebouwen. Ik denk dat het tijd is voor een existentieel debat over de (materiële) bekostiging van scholen en wat we daarvan mogen verwachten als samenleving. In de politiek, ook bij mijzelf, is er onbegrip over de steeds toenemende reserveposities van schoolbesturen. Maar bij schoolbesturen en schoolleiders is er onbegrip over de onzekere financiering, met naast de lumpsumbekostiging een keur aan subsidies en andere geldstromen met een hoge mate van veranderlijkheid en steeds wisselende voorwaarden. Laten we hierover de dialoog met elkaar aangaan. Volgens mij kunnen we elkaar helpen met meer financieringszekerheid, heldere voorwaarden over wat we van scholen verwachten én duidelijke grenzen met betrekking tot liquiditeit en solvabiliteit.

Dit was mijn laatste column voor Kader Primair als Tweede Kamerlid voor het CDA. Ik stel mij niet weer verkiesbaar, dus na de verkiezingen van 17 maart 2021 zal een andere onderwijswoordvoerder het stokje van mij overnemen. De afgelopen ruim acht jaar heb ik met heel veel schoolleiders persoonlijk contact gehad. Die contacten zijn heel waardevol geweest, net als de contacten met de AVS als uw belangenbehartiger. Ik wens u allen veel succes en werkplezier in uw belangrijke werk voor het onderwijs! _

Reageren? Mail naar m.rog@tweedekamer.nl

Kader Primair
Dit artikel heeft in Kader Primair gestaan. AVS-leden ontvangen Kader Primair maandelijks op de mat. Nog geen lid? Bekijk hier eerder verschenen nummers, word lid en ontvang voortaan ook iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus!

Gerelateerd nieuws