Maatwerk bij toezicht op (buitenschoolse) kinderopvang

Toetsing pedagogische kwaliteit en onaangekondigde inspecties
Er gaat het een en ander veranderen in het toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang. Het toezicht op dagopvang en buitenschoolse opvang krijgt in 2010 een maatwerkkarakter.

Onlangs hebben staatssecretaris Dijksma van OCW en de bestuurders van VNG, GGD Nederland en de Inspectie van het Onderwijs concrete afspraken gemaakt om middelen en personeel zo efficiënt mogelijk in te zetten voor het toezicht in de kinderopvang volgend jaar. Belangrijk uitgangspunt voor 2010 is om alle kinderopvanglocaties goed in het systeem van toezicht te hebben. Hiervoor is 10 miljoen euro extra beschikbaar gesteld. Daarnaast bereiden gemeenten en GGD´en zich voor op de uitbreiding van taken. Zo worden bijvoorbeeld extra inspecteurs aangesteld. In 2010 ligt de nadruk bij kindercentra die in 2009 niet voldoende scoorden op de belangrijkste kwaliteitseisen. Deze centra krijgen een onaangekondigde inspectie op die zaken die het meest direct bijdragen aan de kwaliteit van de kinderopvang. Een onaangekondigde inspectie levert een realistischer beeld op van de dagelijkse praktijk. Het toezicht vindt plaats op basis van de speerpunten uit het in september 2009 ingevoerde model voor risicogestuurd toezicht. Belangrijke aspecten zijn bijvoorbeeld toetsing van de pedagogische kwaliteit, en controle of het maximaal aantal kinderen per leidster (beroepskracht-kind ratio) niet wordt overschreden. Indien de praktijk daartoe aanleiding geeft, kan een houder alsnog te maken krijgen met toepassing van het volledige toetsingskader en handhavingsregime.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.