Uit de grote opkomst bij onze jaarlijkse AVS-bijeenkomst blijkt ook nu weer dat de AVS een bloeiende en actieve organisatie is, waartoe niet alleen schoolleiders, maar ook veel bezoldigde  bestuurders zich aangetrokken voelen. Een speciaal welkom aan al onze gasten, waaronder niet te vergeten Jaume Pratt, van de Catalaanse schoolleidersorganisatie Axia, Maria Gaidarove, schoolleider uit Plovdiv Bulgarije, Felicia Nace uit de VS en mijn goede vriend Chris Harrison, voorzitter van de Engelse schoolleidersorganisatie National Association of Head Teachers. Verder Sjoerd Slagter, Kete Kervezee , internationale onderwijsgoeroes David Hopkins, Pasi Sahlberg en Jan Bommerez, en vele overige gasten uit de onderwijswereld. Voor het eerst is dit congres voorzien van een drietal masterclasses op hoog niveau. Zij die daarvoor hadden ingetekend hebben gisteren, naar ik van hen heb vernomen, een erg leerzame dag gehad.

Het thema van dit congres is ‘Leidend leren, Lerend leiden’. In beide delen van deze titel staat het woord leiden. In de dynamische wereld waarin wij werken en waarin onze kinderen opgroeien, is grote behoefte aan leiderschap. Leiders weten visie en drive met anderen te verbinden. Deze verbinding ontbrak helaas bij de kort geleden afgesproken bestuursakkoorden tussen de PO-Raad en de minister. Dat gesprek heeft alleen plaatsgevonden met vertegenwoordigers van schoolbesturen. Dit valt de raden maar zijdelings te verwijten; de power play en time pressure van politiek en departement liet hen weinig keus.

Bestuurlijke trechter
In Nederland wordt erg gefocust op de rol van de besturen. Dat zie ik nergens in mijn internationale contacten zo sterk als in ons land. Veel, zo niet alles, wordt door politiek en departement in de bestuurlijke trechter gedumpt. Zelfs de inspectie wendt zich niet meer tot de school maar tot het bestuur bij de beoordeling van het onderwijs van de school. Dit handelen gaat uit van de veronderstelling dat de belangen van het bestuur en de noden van de school altijd in elkaars verlengde liggen. Dat hoeft niet altijd zo te zijn. Niet alleen verplicht de onderwijswetgeving de bestuurder tot de uitoefening van een publieke taak, maar zij dient ook te handelen in het belang van de rechtspersoon, zoals beschreven in de statuten. Dit kan soms leiden tot een niet te maken keuze. De uitvoering van de wet op Passend onderwijs zou hier bijvoorbeeld toe kunnen leiden.
In Engeland, maar ook elders, spreekt men dan ook consequent de scholen aan op hun resultaten ten aanzien van de publieke taak; goed onderwijs en opvoeding voor elk kind. Vooropgesteld, ik houd geen pleidooi om de normale arbeidsverhoudingen tussen werkgever en werknemer te negeren, noch onderschat ik het belang van de PO-Raad als vertegenwoordiger van de bestuurders met een goede verbinding en verhouding met de schoolleiders. Wel vind ik dat de school weer, zoals vroeger, als collectief moet worden aangesproken op resultaten. Door de inspectie, de politiek en de samenleving.
Katinka Slump, advocaat onderwijsrecht, doet daarom in haar open brief aan de Kamer over van de behandeling van de wet Passend onderwijs twee suggesties: óf het bevoegd gezag is verplicht ten behoeve van de school (en in het verlengde daarvan de schoolleider) in de statuten een orgaan op te nemen dat eigen bevoegdheden krijgt tot het onderwijs- en zorgbeleid op school, óf de school krijgt naast een onderwijsentiteit ook een juridische entiteit. In deze laatste optie worden scholen zelfstandige rechtspersonen en nemen als ‘dochters’ deel in een andere rechtspersoon, die dan een aantal taken van de school aan zich houdt; zoals de werkgeversfunctie, beheer, financiën, huisvesting en dergelijke. Het voordeel van deze ontwikkeling is, volgens Slump, dat scholen weer aangesproken worden op hun keuzes en resultaten. Het onderwijsbeleid komt daardoor nadrukkelijk weer op schoolniveau te liggen. Dat vraagt overigens een andere invulling van functie en verantwoordelijkheden van de schoolleider. Schoolleiders krijgen dan de mogelijkheid onderwijsvormen te zoeken die aansluiten bij de onderwijsbehoeften, ook in het kader van Passend onderwijs. De schoolleider zal de ruimte moeten krijgen om samen met het team en andere betrokkenen onderwijs op maat te creëren voor elke leerling, door bijvoorbeeld elders (bij een andere school) onderwijs in te kopen. Het programma ‘School aan zet’ zou hier mooi bij kunnen aansluiten. Het lijkt me een uitdagende gedachte daar eens verder met alle betrokkenen over door te praten, en dat zullen we de komende tijd ook doen.

Verzuring
Het is zonneklaar dat door de bezuinigingen op Passend onderwijs, waarvoor meer dan 50.000 schoolleiders, leerkrachten, ouders en bestuurders op 6 maart naar de Arena kwamen om hun protest te laten horen, de verhoudingen met de minister (en dit kabinet) in zwaar weer zijn gekomen. Verzuring in die verhoudingen is geen goede zaak. Uitlatingen over de kwaliteit van de persoon van de minister, waar wij kort geleden allen getuigen van zijn geweest, helpen onze zaak niet verder, zijn moreel verwerpelijk en een slecht voorbeeld voor onze leerlingen. Hoe je ook over het beleid van de bewindsvrouw mag denken, ook zij doet naar vermogen haar best om het Nederlandse onderwijs te dienen. Wij bestrijden een deel van haar beleid, niet de persoon. De bereidheid van de politieke partijen om onderwijs te ontzien zal afnemen als we op deze confronterende weg doorgaan. Het is daarom – na alle hectiek van de laatste tijd – hoognodig dat iedereen, ook  onze Kamerleden, zich bezint op de toon van het debat. Het is ook echt niet nodig. We staan zeer hoog in de internationale vergelijkingen, waar de verschillen in de top erg klein zijn. We doen het extreem goed met kinderen die onze hulp hard nodig hebben en we hebben afgesproken meer aandacht te besteden aan excellente leerlingen. Daarnaast gaan steeds meer leerlingen naar hogere vormen van onderwijs en zijn onze kinderen volgens Unicef de gelukkigste kinderen in de wereld. Kom in een willekeurige school en je ziet enthousiaste, betrokken leerkrachten en schoolleiders die met passie over hun werk praten. Zie het anders: 50.000 mensen kwamen niet naar Amsterdam voor hun salaris (dat overigens ook al bijna drie jaar op de nullijn staat), nee, zij kwamen op voor het belang van hun leerlingen, hun collega’s en hun school. Praat mij niet over betrokkenheid en ambitie. Kippenvel had ik ervan.

De verwijtende sfeer waarin we zijn terecht gekomen komt ook door de toenemende afrekencultuur waarmee onze samenleving worstelt. Het onlangs verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is daar een schoolvoorbeeld van. Er is al veel over gezegd, ook door mij. Het SCP heeft het steeds over de kosten van het onderwijs. Waarom rekenen ze nu niet eens met de waarde van ons onderwijs voor de samenleving? Heeft het SCP wel enig idee wat de kosten zijn die ontstaan als wij ons niet dagelijks met hart en ziel aan onze taak zouden wijden? Hier wreekt zich de Hollandse koopmansmentaliteit, penny wise and pound foolish. Door het achterblijven van een noodzakelijk financieel voorzieningenniveau sparen we nu misschien wat uit, en mogen we het later dubbel en dwars bijbetalen. Dat geldt niet alleen voor het onderwijs, maar voor de hele publieke sector, die ook voor jaren op de nullijn dreigt te worden gezet en daarmee de rekening krijgt gepresenteerd van de hoogmoed in de marktsector (die overigens nog steeds door kan gaan met haar bestaande praktijken). Zij weten maar al te goed dat ze worden afgedekt door de belastingbetaler als het mis dreigt te gaan. Meneer Rutte, mevrouw van Bijsterveldt, de Griekse filosoof  Diogene Laertius zei het al 17 eeuwen geleden: ‘Het fundament van elke staat is haar jeugd’. Dat fundament komt in gevaar en daar kwamen die 50.000 stakers in Amsterdam voor op!

Gemiste kans
Over jeugd gesproken: het valt niet mee, lijkt me zo, om in deze hectische samenleving met al haar prikkels op te groeien. Ik hoorde gisteren Robert Dijkgraaf zeggen dat we zijn als een fabriek die een product ontwikkelt dat we pas over 25 jaar kunnen aanzetten. Als je daarover nadenkt, zie je hoe ingewikkeld het is. Hoe ziet de wereld er dan uit? De economische omstandigheden en de vergrijzing zullen straks velen dwingen deel te nemen aan het arbeidsproces. In 2005 heeft de Kamer de motie Van Aartsen/Bos aangenomen. Daardoor werden scholen verplicht de voor- en naschoolse opvang te regelen. We zijn daar toen nogal tegen te hoop gelopen, moet ik bekennen. Dat is wel begrijpelijk geweest (het kwam ook in hoge mate door de manier waarop het plan werd gepresenteerd), maar naar ik nu besef hebben we daar een kans laten liggen. Als we onderwijs en opvoeding van kinderen van 4 tot en met 16 jaar een maatschappelijke zorg vinden, waarom dan niet voor kinderen vanaf bijvoorbeeld  zes maanden? De kinderopvang in Nederland is versnipperd, vercommercialiseerd en voor veel ouders bijna onbetaalbaar. Daarbij komt dat kinderopvangcentra failliet dreigen te gaan. Door een aantal afschuwelijke excessen zijn de regels in de kinderopvang zo aangescherpt dat het langzamerhand onbetaalbaar wordt en alleen nog is weggelegd voor de happy few. Waarom mag een kleuterjuf gerust 33 kinderen in een lokaal hebben, terwijl de groepsratio in de kinderopvang – afhankelijk van de samenstelling – zes of zeven is? Ik pleit daarom voor een fundamenteel debat of onderwijs en kinderopvang niet beter aan elkaar moeten worden gekoppeld met de ontwikkeling van dagarrangementen tussen 8.00 en 17.00 voor alle leerlingen tussen zes maanden en 16 jaar. Er zijn mijns inziens veel voordelen; er bestaat al een sterke onderwijsinfrastructuur en de school kan in een vroeg stadium gedrags- of leerdefecten opsporen en behandelen.
De meest gevoelige leeftijd ligt juist in die vroege, voorschoolse periode. Door de eisen van school en kinderopvang beter op elkaar aan te laten sluiten wordt ook de inzet van combinatiefuncties eenvoudiger. De kwaliteit zal er door stijgen, omdat in de school immers al hoog opgeleide pedagogen werken. Waarschijnlijk kan het dan goedkoper en dus voor veel meer ouders bereikbaar. We kunnen aansluiten bij de ervaringen van brede scholen en Sterrenscholen en veel kennis is aanwezig bij de Scandinavische landen. De winst is eenvoudig uit te rekenen, heren van het SCP. Geen onnodig gesleep meer met kinderen, één inspectietoezicht, hogere arbeidsparticipatie van jonge ouders, een kwaliteitsslag in de jeugdzorg, betere toegankelijkheid, inverdieneffecten op de huisvesting en mogelijk minder leerlingen naar het speciaal onderwijs. Maar belangrijker, meer kansen voor die kinderen die nu soms in beroerde omstandigheden moeten opgroeien. Scholen en ouders worden weer partners in de opvoeding van de kinderen. Voor ouders hoeft het natuurlijk niet verplicht te zijn hun kinderen naar de voorschool te sturen, zoals het nu ook niet is. Kom kabinet, u heeft de mond vol van innovaties, laten we hierin nu eens innoverend zijn. Doe eens wat. Hier ligt de kans om dit nu goed, in samenspraak met alle partijen, te regelen.

Professionaliseren en registreren
Nu hoor ik u denken: ‘Dank je wel Ton Duif. Komt dit er dan voor mij als schoolleider allemaal bij?’ Jawel, maar niet onder dezelfde (arbeids)condities als nu. Een goede school heeft een goede schoolleider. Daarom is in 2002 de Nederlandse Schoolleiders Academie (NSA) opgericht. De laatste jaren met grote betrokkenheid geleid door Mark Jager als directeur. De NSA heeft de laatste tien jaar opmerkelijke resultaten bereikt. In 2005 werden de bekwaamheidseisen opgeleverd, opgesteld door schoolleiders zelf in nauwe samenspraak met decentrale werkgevers. Het NSA-register telt ruim 2.500 schoolleiders die daarmee te kennen geven hun eigen professionalisering serieus te nemen en afgelopen maand is de herijking van de bekwaamheidseisen gepubliceerd. De betrokken organisaties die de NSA steunen, waaronder de AVS, hebben inmiddels met de minister overeenstemming bereikt over een flinke investering in de professionalisering van schoolleiders. Onze eigen vereniging heeft de School for Leadership, aangevuld met een reguliere opleiding voor schoolleiders, in samenwerking het Centrum voor Nascholing te Amsterdam. Daarmee hebben we een volwaardige opleiding die aansluit bij de eisen die aan de moderne schoolleider worden gesteld.
In de plannen van staatssecretaris Zijlstra wordt de registratie van schoolleiders na 2015 verplicht. Dat lijkt ons een goede zaak en het zal onze positie zowel professioneel als maatschappelijk zeer versterken. Uit het grote professionaliseringsonderzoek dat de AVS vorige maand heeft uitgezet, blijkt dat meer dan 90 procent van onze leden vindt dat een verplichting tot professionalisering voor bestuurders, leidinggevenden en onderwijsgevenden belangrijk is. Overal in Europa en daarbuiten worden forse bedragen geïnvesteerd in school leadership. Ook de EU heeft daar miljarden voor vrij gemaakt; geld waar Nederland nog niet zo van lijkt te profiteren.

World Education Forum
Maar niet alle kinderen kunnen profiteren van goed onderwijs. Op 17 augustus 2011 is in Toronto officieel het World Education Forum (WEF) opgericht. U kent ongetwijfeld nog van uw eigen jeugd de onbegrensde verwachtingen die u had van het leven. De kinderlijke drang om te leren en te exploreren. De dromen over de eindeloze mogelijkheden. De wens om piloot te worden, of dokter, of brandweerman. Voor heel veel kinderen in de wereld zijn deze idealen onbereikbaar. Volgens de cijfers van de VN zijn meer dan 80 miljoen kinderen in de wereld verstoken van elke vorm van onderwijs, grote aantallen zijn gedwongen tot kinderarbeid en 127 miljoen mensen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar zijn analfabeet. Deze cijfers zijn door de landen zelf aangeleverd bij de VN en zijn waarschijnlijk een lagere inschatting van de werkelijkheid, zoals Andy Hargreaves me in Toronto vertelde.
In het jaar 2000 hebben de VN de millenniumdoelen vastgesteld voor 2015. Eén daarvan is dat alle kinderen in de wereld in 2015 toegang moeten hebben tot tenminste primair onderwijs. Dit gaan we niet waarmaken, omdat politici in veel landen het belastinggeld anders besteden. Onderwijsmensen in tal van landen in de wereld komen in verzet: genoeg is genoeg! Als jullie willen dat wij kinderen opleiden maar er zijn geen scholen, hoe kunnen wij dat dan waarmaken? Als jullie willen dat wij goed onderwijs verzorgen maar ons de middelen onthouden, hoe kunnen we dat dan waarmaken? Daarom is het World Education Forum opgericht.
Het forum is onafhankelijk, zal tweejaarlijks in Den Haag bijeenkomen en gaat de onderwijsstandaarden voor alle landen in de wereld vaststellen en politici in elk land via de media daarmee confronteren. Uw school kan zich aansluiten voor een symbolisch bedrag van 15 euro per jaar. Zo wordt u een WEF-school en maakt u deel uit van een wereldbeweging met als slogan Educators will advocate; education for every child. Enige honderden scholen gingen u al voor.
Naast scholen kunnen ook individuele personen zich aansluiten evenals onderwijsorganisaties. De AVS, PO-Raad, VO-raad, MBO-raad, het Europees Platform, CBE en CNVO hebben dit inmiddels al gedaan. In de AVS-stand vindt u nadere informatie en kunt u uw school opgeven. U help de kansloze kinderen zeer als u dit straks doet.

Krimp
Veel scholen hebben te maken met forse krimp van leerlingen en volgens de statistieken komt daarin de komende paar jaar nog geen verandering. Naast de gevolgen van de bezuinigingen op Passend onderwijs raken door de krimp steeds meer, vaak jonge, leerkrachten hun baan kwijt. Dit aantal loopt inmiddels in de duizenden. Maar wie naar de arbeidsmarktstatistieken kijkt ziet een ander beeld. Vele duizenden oudere leerkrachten zullen de komende jaren met pensioen gaan, terwijl door de negatieve vooruitzichten over dreigende werkloosheid de instroom op de pabo’s inzakt. Ik roep de minister daarom op nu actief arbeidsmarktbeleid te voeren door het mogelijk te maken leerkrachten boventallig aan te houden, die straks de openstaande plaatsen kunnen gaan bezetten.
Dat kost nu meer (we zouden een deel van de anders ontstane wachtgeldverplichtingen daarvoor kunnen inzetten), maar de voordelen zijn evident. Op korte termijn kunnen we, door meer handen in de klassen, een kwaliteitsslag maken op zaken als Passend onderwijs en excellentie van goede leerlingen. Jonge leerkrachten blijven voor het onderwijs behouden en de werkdruk wordt  aanzienlijk verlicht. De scholen zijn wel verplicht hun boventallige leerkrachten in te zetten op vacatures.
Maar ook opleiden moet anders. In 2008 heb ik opgeroepen de pabo’s te sluiten en de opleidingen op drie niveaus opnieuw in te richten: een mbo-niveau voor routinematige werkzaamheden, een hbo+ niveau voor de leerkracht en een academisch niveau voor onderwijsinnovaties. Met de academische pabo’s is een start gemaakt (zij hebben wel meer dan voldoende aanwas). Laten we in actie te komen om een herhaling te voorkomen van de situatie in het begin van deze eeuw, toen mbo’ers massaal voor klas kwamen te staan.

Lessen uit het verleden kunnen we gebruiken bij het bouwen aan onze toekomst. Daar zijn leerkrachten, bestuurders, ouders en schoolleiders dagelijks mee bezig. Laten we trots zijn op wat we bereiken in deze uitdagende tijden: trots op onze passie, trots op onze scholen, maar vooral trots op onze kinderen. Het belooft weer een prachtige AVS-dag te worden. Ik wens u veel inspiratie.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws