De maximaal 22 uur die onbevoegden kunnen lesgeven op scholen in de G5 die kampen met een enorm lerarentekort mag niet gezien worden als ‘onderwijstijd’. Deze motie is begin juli aangenomen in een marothonzitting in de Tweede Kamer.

De motie van Westerveld (GroenLinks), met medeondertekenaars Kwint (SP), Van den Hul (PvdA) en Van Meenen (D66), is unaniem aangenomen. In de motie staat dat de eis dat deze onbevoegden een onderwijsopleiding volgen wordt losgelaten en dat dit het beroep van leraar devalueert.

Het voornemen om de inzet van onbevoegden te laten meetellen als onderwijstijd was onderdeel van een noodplan om de tekorten aan leraren te bestrijden. Volgens dat plan mochten onbevoegden ongeveer een dag per week voor de klas staan op basisscholen in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Almere omdat daar de nood het hoogst is. “De inzet blijft dat leerlingen vijf dagen onderwijs krijgen van bevoegde docenten”, verklaarde minister Slob, “maar we komen soms in situaties terecht waarin dat niet mogelijk is. Het lerarentekort is een grote strijd.”

Kamerlid Lisa Westerveld (GroenLinks) vroeg zich in het debat af waarom er niet gekozen is om het vak aantrekkelijker te maken door onderwijspersoneel beter te belonen, of door mensen met een onderwijsdiploma terug naar de klas te halen.

Uit onderzoek in enkele grote steden bleek onlangs dat het lerarentekort daar nog hoger is dan volgens de officiële cijfers. Dit komt omdat er ‘verborgen vacature-tekorten’ zijn, vanwege het houtje-touwtje (door onbevoegde) oplossen van personeelstekorten. Door de onderwijstijd (door bevoegde leraren) echt goed bij te houden wordt het lerarentekort duidelijker in kaart gebracht.

Links

Gerelateerd nieuws