Creatief met het lerarentekort

Het lerarentekort bezorgt menig schoolleider gigantische kopzorgen. Want hoe houd je je school draaiende als er niemand is om voor de klas te staan? Hoe garandeer je dan de kwaliteit van onderwijs? Kunnen we in het onderwijs creatiever met het lerarentekort omspringen?

Een vierjarige hbo-opleiding voor leraar basisonderwijs en een lerarenopleiding aan een hoge school of opleiding tot eerste graad docent, zijn er om de onderwijskwaliteit te beschermen. Dat moet niet ‘verwateren’, vindt Dennis van den Berg, hbo-docent en werkzaam bij onderzoeks- en adviesbureau AEF waar hij zich bezighoudt met onderwijsvraagstukken. “Niet iedereen kan zomaar lesgeven. Het beroep van leraar is complex en vraagt veel expertise. De opleiding is nodig om goed in je vak te worden. Maar dat wil niet zeggen dat je geen gebruik kunt maken van externe mensen.”
“Juist de buitenwereld kan een goede bijdrage leveren aan de kwaliteit van het onderwijs. Denk aan een voetbaltrainer of aan theater- en muziekdocenten. Met gastlessen kun je hun expertise naar de school halen en dat kan leraren meer ruimte geven. De regie moet daarbij wel bij leraren en schoolleiders liggen. Het staat buiten kijf dat hun vakmanschap leidend is als het gaat om het bewaken van het didactisch-pedagogisch klimaat.”

Kunstenaar voor de klas

Basisschool Het Palet in Almere werkt veel samen met cultuur- en sportorganisaties en dat ontlast de leraren, bevestigt adjunct-directeur Kim Bennewitz. “De sportcoaches die buitenschools met jongeren en kinderen werken, zetten we in voor bewegend leren. Dat is een inhoudelijke keuze, waardoor de leraren op dat moment andere taken kunnen uitvoeren.”
Collega-schoolleider Monique van Zandwijk van de openbare basisschool Digitalis in Almere, vertelt hoe deze vaste samenwerking leraren op een andere school binnen hetzelfde schoolbestuur structureel ontlast. “Hier hebben we een vaste dag in de maand een kunstenaar voor een groep staan, die het curriculum kunst en cultuur doorloopt. Dat doet de kunstenaar samen met een onderwijsassistent die de klas goed kent. Die dag spelen we de leraar vrij om bijvoorbeeld de administratie en intervisie te plegen.”
Bennewitz: “Op dagen dat wij op school geen vervanger kunnen vinden, kunnen we makkelijker een beroep doen op de kunstenaar, danser of sportcoach om in te vallen. Deze werkwijze stelt ons in staat om als we écht omhoog zitten, deze externe docenten een groep te laten draaien, met op de achtergrond een van de leerkrachten uit ons vaste team. Als dat de manier is om een klas niet naar huis te sturen, is er opeens veel mogelijk.” Van Zandwijk: “Alles is beter dan groepen die thuiszitten.” Bennewitz: “Je wéét ook wie je binnenhaalt; het zijn geen vreemden.”

Zet in op talent (ook bij leraren)

De manier waarop wij gewend zijn leraren in te zetten, daar valt nog wel wat aan te verbeteren, vindt onderwijsexpert Van den Berg. “Werken met leerpleinen biedt bijvoorbeeld ruimte om het beschikbare personeel efficiënter in te zetten en de leraar te ondersteunen met andere professionals. Als je hier beter gebruik van maakt, heb je minder mensen nodig die echt zijn opgeleid tot leraar.”
Werken met vaste groepen loslaten, thema gebonden onderwijs en lesgeven op basis van leerpleinen: dat is precies waar het Palet in 2014 voor koos. Bennewitz: “Vasthouden aan jaargroepen met iedere klas een eigen leraar, is niet vol te houden. Daarnaast geven vakspecialisten bij ons les. We hebben op deze manier minder leraren nodig. Bovendien is werken met leerpleinen een manier om leerlingen meer eigenaarschap te geven over hun leerproces. Ze ontwikkelen vaardigheden die ze nodig hebben voor een toekomst, waarvan we nu nog niet weten hoe die eruit gaat zien.” De volgende stap is volgens Bennewitz het weghalen van de schotten tussen primair en voortgezet onderwijs (po en vo). “Het zou natuurlijk geweldig zijn als een wiskundeleraar rekenen kan geven op de basisschool, zodat goede rekenaars uitdaging krijgen. De verschillende bevoegdheden tussen po en vo zijn gek. Je zou leraar moeten zijn voor alle kinderen van tien tot achttien. En, net als dat we bij leerlingen kijken naar kwaliteiten moet dat ook voor leraren gemeengoed worden. Bij ons geeft een leraar die goed is in rekenen en daar affiniteit mee heeft rekenles aan alle groepen 5 tot en met 8. Deze leraar hoeft dan geen taalles te verzorgen bijvoorbeeld.”

Mbo’er met didactisch talent

Kijken naar kwaliteiten van het personeel is schoolleider Yücel Aydemir van basisschool Da Costa Kanaleneiland in Utrecht uit het hart gegrepen. “Ik heb een aantal mbo’ers als leraarondersteuners in dienst, die fantastisch les kunnen geven. Het gemis op een aantal onderdelen, maakt hen in mijn beleving geen mindere leerkracht. Het zou goed zijn om voor mbo’ers te werken met een erkenning van verworven competenties (EVC), zoals in het bedrijfsleven gebeurt. Op die manier kunnen mbo’ers ook als leerkracht functioneren. Uiteraard wil je niet elke mbo’er voor de klas zetten, maar wél die fantastische mbo’er die didactisch pedagogisch onderlegd is en alleen geen lang onderwijstraject wil doorlopen.” Zijn ervaring is dat mbo’ers over het algemeen goed zijn in het opbouwen van een band met leerlingen. “Pedagogisch hoef je hen niets te leren, het zit hem vooral in de didactische vaardigheden. Ik heb gedurende een jaar een leerkrachtondersteuner een dag in de week voor de klas gezet. Zij had regelmatig overleg met de leerkracht, voor vragen kon zij de intern begeleider raadplegen. Ik denk dat we allemaal wat creatiever kunnen omgaan met het invulling geven aan de wet- en regelgeving. Wat is het risico van onbevoegden voor de klas? Ik ben geneigd om de vraag anders te stellen: stel je hebt een pabogeschoolde leerkracht die niet over de juiste pedagogische vaardigheden beschikt, hoe schadelijk is dat?”

Kracht uit de kinderopvang

Koen Elbers, projectleider regionale aanpak lerarentekort in Alkmaar en beleidsadviseur onderwijs en kwaliteit, vindt het een lastig dilemma. Hij ziet net als Van den Berg veel meerwaarde in de hybride docent. “Wij voeren nu de discussie in hoeverre we mensen uit het bedrijfsleven of andere sectoren met veel kennis en expertise, maar zonder de specifieke didactische en pedagogische vaardigheden, willen binnenhalen. Denk aan de automonteur voor lessen techniek, de computerprogrammeur voor programmeren en de bibliothecaris die veel kan doen aan lees- en boekpromotie en taalontwikkeling. Daarvoor zou meer ruimte moeten zijn, tegelijk moet de gekwalificeerde leerkracht voor de klas het uitgangspunt blijven.”
Om de leraar te ontlasten kun je creatiever omgaan met de harde scheidslijn tussen kinderopvang en basisonderwijs, denkt Van den Berg. “Hier zit in de samenwerking met verschillende expertises veel potentie om én goed onderwijs te geven én beter gebruik te maken van disciplines die zich bezighouden met kind-
ontwikkeling of mensen die inhoudelijke expertises bezitten waarvan het onderwijs kan profiteren.” Aydemir: “De kinderopvangmedewerker met de juiste attitude zou je voor de klas moeten kunnen zetten, terwijl die zich verder bekwaamd op bepaalde onderdelen. Niet voor groep 8 misschien, maar zeker wel in de instroomgroep of groep 1.” Van den Berg: “Hier zou je meer flexibiliteit mogen toepassen. Pedagogisch medewerkers mogen geen les op de basisschool geven, maar je kunt ze wel met z’n tweeën voor een groep laten staan. Als de leraar aanwezig is, kan de pedagogisch medewerker veel taken overnemen. Er is meer mogelijk dan de regelgeving suggereert.” Bennewitz tot slot: “Ik denk dat schoolleiders meer lef kunnen tonen in het denken in creatieve oplossingen. Ga allereerst het gesprek aan met je schoolbestuur, zodat je samen tot oplossingen komt en en samen verantwoording afdraagt naar ouders en de inspectie toe.”

Toegestane noodoplossingen
• Leraren in opleiding (LIO) mogen zelfstandig lesgeven als ze een duale opleiding volgen en 180 studiepunten hebben behaald.
• Zij-instromers met een diploma hoger onderwijs mogen zelfstandig
voor de klas staan, mits zij het zij-instroomtraject volgen.
• Leraren met een bevoegdheid voor het voortgezet onderwijs mogen
– alleen in noodsituaties – zelfstandig lesgeven in dat specifieke vak.
• Pedagogisch medewerkers, zoals kinderopvang leidsters en bso-medewerkers,
zijn niet bevoegd om voor de klas te staan. Als zij worden ingezet, heet dat
opvang en geldt dat niet als onderwijstijd.
• Als tijdelijke noodmaatregel mogen leraarondersteuners en onderwijsassistenten
voor de klas staan onder verantwoordelijkheid van een bevoegde leraar
(met de tussendeur open bijvoorbeeld).
• Niet-bevoegden, zoals ouders, mogen voor de klas staan om te voorkomen dat een klas naar huis wordt gestuurd, maar dit is opvang en geen onderwijstijd.

Situatie op de middelbare scholen en het mbo
“We hebben grote moeite om voor bepaalde vakken en specifieke beroepen leraren te vinden,” onderschrijft Mike Nikkels, interim-schoolleider in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs (vo en mbo). “Ik ben heel erg vóór het aannemen van mensen uit het bedrijfsleven. Als er iemand bereid is om over te stappen vanuit het werkveld, dan haal je zo veel knowhow en skills binnen.
Ook hun levenservaring en enthousiasme zijn goed voor het onderwijs. Vaak zijn het pragmatisch ingestelde mensen, die het normaal vinden om af en toe door te pakken in plaats van vast te houden aan taken die van minuut tot minuut zijn vastgelegd in het taakbeleid. Vasthouden aan de bevoegdheidseis is op zich niet verkeerd, maar het zou niet voorwaardelijk moeten zijn. In feite laten we de eis van bevoegdheid in het onderwijs al los door mensen aan te nemen en te hopen dat ze tijdens hun traject hun pedagogische aantekening halen.”
Gezien het hoge aantal afhakers blijkt het onderwijs toch heel complex, stelt Nikkels. “Je probeert bij zij-instromers en hybride docenten aan verwachtingsmanagement te doen, zodat deze mensen weten dat zij naast het lesgeven ook andere rollen moeten vervullen. Denk aan die van coach, collega, lesontwikkelaar en pedagoog. Tegelijkertijd vermoed ik dat veel uitval voortkomt uit het feit dat leraren geen grip hebben op allerlei randvoorwaarden, zoals internet, inlogcodes en digitale leermiddelen. Als het daar misgaat, je hebt je les voorbereid, en het internet ligt eruit als je voor de klas staat: dan moet je stevig in je schoenen staan. Gebeurt dat te vaak bij een beginnend docent, dan knapt de moraal snel.”

Wensen & tips uit het onderwijsveld
• Maak het mogelijk om talentvolle mbo’ers voor de klas te zetten.
• Zorg dat het makkelijker wordt om mensen uit het bedrijfsleven les te laten geven.
• Zet in op talent: laat leraren doen waar ze goed in zijn en haal taken bij ze
weg die minder passen.
• Maak op school gebruik van uiteenlopende professionals, zodat je met
minder leraren toe kan.
• Zorg dat medewerkers uit de kinderopvang/buitenschoolse opvang ingezet
kunnen worden bij ziekte of als werkdrukverlichting van leraren.
• Probeer niet elke groep van een leraar te verzien, maar werk met schoolpleinen
of gepersonaliseerde leerwegen.

Interessant?
Dit artikel stond in Kader, het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden maandelijks ontvangen. De AVS komt op voor de belangen van schoolleiders in het basis- en voortgezet onderwijs. Word ook lid of abonnee, ontvang voortaan iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.

Gerelateerd nieuws