De Agnesschool in Rotterdam is eind augustus als eerste school in Nederland gestart met de ‘Children’s Zone’: de leerlingen gaan voortaan 36 uur per week naar school, ouders en leerlingen tekenen een contract met school en een wijkteam verleent zorg op school.

De Rotterdam Children’s Zone, een onderwijsmethode geïnspireerd op de Harlem Children’s Zone in New York, moet ertoe leiden dat de onderwijsresultaten omhoog gaan en de schooluitval omlaag. In New York bleek dat scholen in een achterstandswijk bovengemiddeld kunnen presteren als zij kiezen voor een ambitieuze aanpak voor leerlingen en hun ouders. De Agnesschool is de eerste van 34 basisscholen uit de focuswijken in Rotterdam die in 2014 allemaal volgens het concept gaan werken. Wethouder Hugo de Jonge (Onderwijs, Jeugd en Gezin): “Als het om de toekomst van onze kinderen gaat, mogen we ons niet neerleggen bij de resultaten uit het verleden. Daarom doen we er alles aan – van extra leertijd tot wijkteams, van ouderbetrokkenheid tot loopbaanoriëntatie – om tot hogere onderwijsresultaten te komen.”

Tien uur extra les
De leerlingen van de groepen 7 en 8 krijgen vanaf dit schooljaar naast de gewone uren tien uur extra les per week. Dit wordt uitgebreid naar andere groepen. Tijdens deze lesuren krijgen de leerlingen taal, rekenen en Engels, maar ook studievaardigheden, fi losofi e, huiswerkbegeleiding en extra gym. De woensdagmiddag staat in het teken van beroepsoriëntatie, door excursies naar bedrijven en scholen. Het kiezen van een juiste opleiding met een uitzicht op werk is namelijk essentieel om schooluitval tegen te gaan.

Met ouders is een contract getekend voor deelname aan de Children’s Zone. Ouders en school weten wat ze van elkaar mogen verwachten en ouders weten wat ze kunnen doen om de ontwikkeling van hun kind zelf te kunnen stimuleren. Ouders en school kunnen elkaar op de afspraken aanspreken.

Het wijkteam bouwt thuis aan de keukentafel met ouders aan een stabiele gezinssituatie. Een wijkteam bestaat uit School Maatschappelijk Werk, sociale teams, het Centrum voor Jeugd en Gezin, bureau Frontlijn en de GGD.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws