Leerlingen in groep 5 van het basisonderwijs zijn iets beter geworden in rekenen en wiskunde, ondanks dat leerkrachten minder tijd hebben besteed aan reken- en wiskundeonderwijs. Dit blijkt uit onderzoek van Cito, uitgevoerd in 2010.

De onderdelen waarop leerlingen iets hoger scoren dan bij de peiling in 2003 zijn vermenigvuldigen en delen en complexe toepassingen (bijvoorbeeld 2 x 4 + 20). Ook scoren leerlingen hoger op meten en meetkunde en verhoudingen. Op het onderdeel basisautomatismen optellen en aftrekken is iets lager gescoord. Het niveau van de overige onderdelen is nagenoeg gelijk gebleven. De ondervraagde leerkrachten besteden in totaal vier uur en bijna veertig minuten per week aan rekenen en wiskunde. Dat is minder dan in 2003: toen was dat gemiddeld vijf uur.

Afname centrale instructie
Bij het inrichten van de lessen ziet Cito ten opzichte van 2003 een verschuiving optreden naar organisatievormen die differentiatie mogelijk maken. “De gezamenlijke instructie met gedifferentieerde opdrachten is populair gebleven, maar we constateren een afname van het aantal leerkrachten dat kiest voor centrale instructie en opdrachten. Steeds meer leerkrachten stemmen hun onderwijs af op wat individuele leerlingen of groepjes leerlingen kennen en kunnen. Zo ruimen negen van de tien leerkrachten extra tijd in voor rekenonderwijs aan de 25 procent zwakste leerlingen. Deze leerlingen hebben er sinds 2003 tussen de twintig en veertig minuten per week extra rekenles bij gekregen.

“Scholen blijken in minder tijd betere resultaten te halen door middel van een opbrengstgerichte aanpak waardoor het onderwijs effi ciënter wordt georganiseerd”, is de verklaring van minister Van Bijsterveldt voor de verbeterde rekenprestaties. “Betere prestaties in minder tijd strookt met de aandacht voor opbrengstgericht werken in het basisonderwijs. In de afgelopen jaren is de focus weer meer komen te liggen op de basisvakken taal en rekenen.”

Oproep universiteit Utrecht
Basisscholen gezocht voor nascholing en onderzoek rekenen Onderzoekers van de Universiteit Utrecht ontwikkelen een nascholingstraject dat leerkrachten, ib’ers en rekencoördinatoren traint en ondersteunt bij het afstemmen van hun rekenonderwijs op verschillen tussen kinderen. Tot en met april 2012 kunnen scholen zich aanmelden voor het nascholingstraject en een effectonderzoek.

Binnen het NWO-project ‘Ieder kind heeft recht op gedifferentieerd (speciaal) rekenonderwijs’ wordt de ib’er en/of rekencoördinator opgeleid tot coach van het team. Dit gebeurt in samenwerking met experts uit het onderwijsveld. De effecten van het nascholingstraject worden onderzocht in een grootschalig onderzoek, dat in september 2012 van start zal gaan. Zowel reguliere basisscholen als scholen voor speciaal basisonderwijs kunnen – kosteloos – meedoen. Scholen krijgen een fi nanciële bijdrage om tegemoet te komen in de kosten die in het kader van het project worden gemaakt.

Meer informatie: Eva van de Weijer-Bergsma, e.vandeweijer@uu.nl, tel. 030-2534887 of Emile Prast, e.prast@uu.nl, tel. 030-2534999, www.gedifferentieerdrekenonderwijs.nl

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws