Leergang bewegingsonderwijs minder zwaar

De aanvullende leergang bewegingsonderwijs, die pabo-studenten moeten volgen als zij gym willen geven aan groep 3 tot en met 8, blijkt erg zwaar te zijn. Dit staat in het evaluatierapport van het LOBO (Landelijk overleg opleidingen basisonderwijs) dat onlangs aan staatssecretaris Dijksma werd aangeboden. Dijksma wil de opleiding nu `verlichten´.

De eisen voor de bevoegdheid en de opleiding voor het vak bewegingsonderwijs zijn enkele jaren geleden veranderd. Om de kwaliteit van het bewegingsonderwijs in het po te verhogen is toen besloten dat groepsleerkrachten een meer specifieke scholing moeten volgen voor dit vakgebied. Door de wetswijziging zijn afgestudeerden van de pabo alleen bevoegd om bewegingsonderwijs te geven aan de groepen 1 en 2. Voor het behalen van de bevoegdheid voor de groepen 3 tot en met 8 moet een specifiek aanvullend opleidingstraject worden doorlopen, de `Leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs´ via de pabo. Dit betekent dat afgestudeerden van de pabo sinds het schooljaar 2005/2006 op de arbeidsmarkt komen met een beperkte bevoegdheid voor bewegingsonderwijs, als zij de aanvullende leergang niet gevolgd hebben.

Advies
Uit de evaluatie van het LOBO blijkt dat de leergang heel zwaar is, met name voor pas beginnende leerkrachten. Daarom wil Dijksma de leergang `lichter´ maken. Ze heeft het LOBO gevraagd binnen enkele maanden met een advies hiervoor te komen. In het voorjaar van 2008 zal de staatssecretaris een besluit nemen over de aanpassing, zodat de leergang al in het schooljaar 2008/2009 in aangepaste vorm kan worden gegeven. Ook heeft de staatssecretaris het LOBO gevraagd haar te adviseren over overgangsmaatregelen voor de huidige deelnemers aan de leergang. Verder melden scholen in de evaluatie veel (met name organisatorische) problemen te ondervinden van de nieuwe bevoegdheidsregeling. Om scholen te helpen hiermee om te gaan, wordt de komende maanden een voorlichtingsproject gestart met informatie over de manier waarop scholen het bewegingsonderwijs kunnen organiseren. Dit als aansluiting op het voorlichtingsprotocol dat begin dit schooljaar verscheen. Daarnaast komt er binnenkort een vernieuwde voorlichtingsbrochure uit van de AVS, de Koninklijke Vereniging van Leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO) en de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO). Tot slot wordt in het evaluatierapport aandacht gevraagd voor de arbeidsmarktsituatie op de langere termijn. Het is nu niet goed te overzien of er over vijf of tien jaar voldoende leerkrachten met een `brede´ bevoegdheid bewegingsonderwijs zijn, tegenover de verwachte grote uitstroom van leerkrachten die met pensioen gaan. Daarom wil Dijksma nagaan of het mogelijk is die arbeidsmarkt te monitoren. Om in de behoefte te voorzien kunnen scholen ook gebruikmaken van de 2.500 combinatiefuncties op het gebied van sport en cultuur, die door OCW en VWS samen worden gesubsidieerd binnen de context van de brede school.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.