Landelijke norm voor basisondersteuning: papieren tijger?

Is de Landelijke norm voor basisondersteuning straks echt helpend in de klas – of vooral goed voor het dossier? Die vraag klonk luid en duidelijk tijdens het overleg van de AVS-commissie Onderwijs en beleidsadviseur Lambert van der Ven met onderzoekers en een beleidsadviseur van de AOb op vrijdag 6 februari.

“Is dit haalbaar? En moet OCW niet opnieuw aan zet? Zo dreigt er een papieren tijger worden opgetuigd”, is de kritiek van Van der Ven.

AVS kritisch op norm

De opdracht om de norm te ontwikkelen ligt bij AOb en Ouders & Onderwijs en komt uit 2019. Volgens het ministerie moet de norm helder maken wat ouders, scholen en samenwerkingsverbanden van elkaar mogen verwachten. Zo wordt het makkelijker om onderwijs passend en gelijk toegankelijk te maken, en krijgen scholen beter zicht op kwaliteit en verantwoording.

Sinds 2019 is het onderwijsveld alleen flink veranderd. AVS vraagt zich af of de koers nog wel klopt en niet te veel voorbijgaat aan de ontwikkelingen richting inclusief onderwijs van de afgelopen jaren. Van der Ven: “In de huidige route van de landelijke norm dreigt een lijst met mooie plannen die in de klas nauwelijks uitvoerbaar zijn. “Wij willen een slankere norm: kort, concreet en realistisch. Geen papieren werkelijkheid, maar iets waar scholen echt mee kunnen werken.”

Wat volgt nu?

Vorig jaar is de basis van de norm opgesteld. Dit jaar wordt verder gewerkt aan de norm, met speciale aandacht voor kinderen met ondersteuningsbehoeften op het gebied van:

  • leerproblemen
  • autisme
  • rekenproblemen en dyscalculie
  • taal- en spraakontwikkelingsproblemen

Volgend schooljaar moeten er nog drie extra normen worden beschreven. De opstellers nodigen iedereen uit om aanvullende onderwerpen voor die extra normen aan te dragen. AVS is hier geen voorstander van, omdat de lijst zo alleen maar langer wordt en minder werkbaar.

Benieuwd naar het complete advies Landelijke norm voor basisondersteuning uit november 2024? Dat lees je hier.