LAKS: toename scholieren met betaalde bijles

Het aantal scholieren dat betaalde bijles volgt, neemt snel toe. De markt voor bijles is volgens onderzoek van Oberon (2017) tussen de 185 en 286 miljoen, dat is zeven keer zoveel als in 1995. Deze toename in betaalde bijles, huiswerkbegeleiding en examentraining, schaduwonderwijs genoemd, is volgens het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) zorgelijk. Het schaduwonderwijs leidt volgens de scholierenorganisatie tot ongelijke kansen. De toename van ouders en leerlingen die kiezen voor schaduwonderwijs geeft volgens het LAKS ook aan dat de kwaliteit van het onderwijs niet goed is.

Volgens het jaarlijkse onderzoek van de Onderwijsinspectie, de Staat van het Onderwijs 2018, daalt de kwaliteit van het voortgezet onderwijs al jaren. Het LAKS denkt dat de dalende onderwijskwaliteit en de toename van schaduwonderwijs verband houden. Ook de steeds hogere eisen die het vervolgonderwijs en de samenleving stellen, maken dat ouders en leerlingen kiezen voor extra onderwijs. Dit is volgens het LAKS ook een pijnpunt bij het schaduwonderwijs, omdat het zou leiden tot nog meer prestatiedruk en eventueel zelfs burn-outs onder scholieren.

Kansenongelijkheid
De bijles die scholieren steeds vaker volgen, kost meestal veel geld. “We moeten goed beseffen dat niet elk gezin dat geld zomaar kan ophoesten,” aldus LAKS-voorzitter Jordy Klaas. Het LAKS erkent dat bijles ook nuttige kansen biedt voor sommige scholieren, maar vindt dat deze kansen voor iedereen moeten gelden.

Aanpak onderliggende probleem
Op 18 oktober was er een Algemeen Overleg in de Tweede Kamer over schaduwonderwijs. Het LAKS is blij dat het probleem inmiddels op de politieke agenda staat, maar vindt dat de problematische gevolgen nog niet duidelijk genoeg zijn. De organisatie is van mening dat een effectieve aanpak van het onderliggende probleem voorlopig ontbreekt. “De enige echt manier om schaduwonderwijs tegen te gaan is de kwaliteit van het reguliere voortgezet onderwijs te vergroten.” Zo zouden er weer genoeg docenten moeten zijn, met daadwerkelijk genoeg tijd voor elke leerling.

Links

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.