Een kwart van de scholen in het primair onderwijs had in 2006 bijna 0,5 miljard euro aan beleggingen uitstaan, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het gaat vooral om obligaties. De beleggingen vormen overigens maar een beperkt deel van de bezittingen van de scholen.

In 2006 hebben 406 van de 1.626 schoolbesturen in het po geld belegd. De waarde is dat jaar met 71 miljoen euro toegenomen, tot een totaal van bijna 0,5 miljard euro. Aandelen maken slechts een klein gedeelte van de beleggingen uit. De mate waarin schoolbesturen beleggen varieert sterk; veertig schoolbesturen zijn goed voor de helft van alle beleggingen. De beleggingen maakten 12 procent uit van het totale vermogen van de po-scholen. Het grootste deel van hun bezittingen bestaat uit bank- en spaartegoeden ter waarde van ruim 1,8 miljard euro. Het po bezit in tegenstelling tot andere onderwijssectoren nauwelijks gebouwen en grond. Hiervoor zijn gemeenten verantwoordelijk. Ze zijn wel eigenaar van de inventaris. Voor de vervanging hiervan moeten reserves worden aangehouden. Scholen in het basis- en speciaal onderwijs realiseerden in 2006 een overschot van 144 miljoen euro op de exploitatierekening (gemiddeld 87 euro per leerling). Vooral de zelfstandige expertisecentra hadden overschotten. Deze scholen ontvingen in 2006 extra rijksbijdragen, vanwege het toegenomen aantal leerlingen. Deze extra middelen konden de expertisecentra waarschijnlijk nog niet volledig besteden. De opbrengsten uit bank- en spaartegoeden en beleggingen (onder meer rente en dividend) droegen voor 40 procent bij aan het overschot. Vooral bij de schoolbesturen met meer dan tien scholen was de bijdrage van rente en dividend groot. Lang niet alle scholen stonden er overigens financieel goed voor in 2006. Ruim een kwart van de scholen kwam geld tekort.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws