Het aantal particuliere scholen is bescheiden, maar groeiende. Ze maken onder andere meerpersoonlijke aandacht voor het kind (po) en versnelling van de eindfase (vo) mogelijk. Inspectie en wetenschap zien echter ook bezwaren: segregatie ligt op de loer.

Toen de gemeente Amsterdam in 2015 opriep om voorstellen voor nieuwe soorten scholen in te dienen, leidde dat tot maar liefst 124 inzendingen van mensen die zich kennelijk onvoldoende in de bestaande scholen identificeren. Zij lijken onderdeel van een trend: particuliere, privaat bekostigde initiatieven vormen een weliswaar klein, maar elk jaar groeiend deel van het totaal aantal leerlingen in Nederland. Steeds meer ouders hebben er veel geld voor over om hun kind naar een privéschool te laten gaan in plaats van een reguliere, publiek bekostigde. Dat constateerde ook de Onderwijsraad, die voor 2020 ‘Publiek en privaat in het onderwijs’ tot speerpunt nummer 1 benoemde.
 
Ouders van basisschoolleerlingen komen naar Winford (9 po- en 8 vo-scholen) omdat er iets niet lekker loopt met hun kind, vertelt directeur Marc Peters. “Soms zegt de basisschool: ‘We weten ervan, maar kunnen er niets aan doen met dertig andere leerlingen in de klas’. Vaak lukt het een kind hier dan wel.” Wat volgens hem het verschil maakt: de persoonlijke aandacht en gestructureerde begeleiding in de ontwikkeling van het kind. “Wij trekken niet ander personeel aan, maar zoeken wel pedagogisch sterke mensen. Ze komen vaak vanuit het reguliere onderwijs. Wij betalen hetzelfde, maar hier kunnen ze werken zoals ze graag willen. De weinige administratie is kindgericht, er is weinig groot overleg, weinig rompslomp.” Ook voor de schoolleider pakt het werk hier anders uit: “Een school heeft maar zo’n tachtig leerlingen. Daardoor heeft de schoolleider veel directer contact met kind en ouders. Hij weet dat Pietje op dinsdagmiddag karate heeft. De lijntjes zijn kort.”
 
Alles wat afwijkt
Om welk onderwijs het ook gaat, voor de onderwijsinspectie is belangrijk dat de kwaliteit voor leerlingen goed is en dat het goed voorbereidt op de samenleving. “Bij particulier onderwijs zien wij vooral toe op de wettelijke vereisten, vertelt Inspecteur-generaal Monique Vogelzang: “We kijken op schoolniveau naar veel van dezelfde deugdelijkheidseisen als bij het reguliere onderwijs. Het verschil zit bij de kwaliteit van de instelling. Bij particulier onderwijs kijken we niet naar de bredere kwaliteitszorg: kwaliteitscultuur, financiën, medezeggenschap.”
In het funderend onderwijs gaat het om minder dan één procent van het onderwijsbestand; vaak zijn het kleine scholen. “Binnen de huidige kaders kunnen wij prima naar dat onderwijs kijken.” Het particulier onderwijs ligt niet dagelijks op haar bureau. “Dat betekent dat het allemaal redelijk gaat.” De onderwijsresultaten van privaat en regulier onderwijs zijn wel moeilijk met elkaar te vergelijken: “Per privéschool verschillen ze nogal. Het gaat om hele kleine groepen, de populaties zijn anders en wisselen vaak. Kinderen blijven vaak maar voor één of een paar jaar. We zien ook veel scholen komen en gaan.”
Bij Winford blijven leerlingen tussen de twee en vier jaar. Directeur Peters: “Wij krijgen bijvoorbeeld havo 5-leerlingen die in één jaar het vwo willen doen. We hebben begaafde leerlingen, sportleerlingen, leerlingen met adhd, cognitieve problemen, dyslexie of dyscalculie. Alles wat een beetje afwijkt van het gemiddelde. Van de examenleerlingen van het afgelopen jaar heeft meer dan zestig procent een jaar gewonnen of is één niveau hoger uitgestroomd dan gepland. Zo’n veertig procent komt op het geplande niveau uit. Dus we winnen op cognitief terrein.”
 
Segregatie
Veelgehoorde zorg over particulier onderwijs: de maatschappelijke tweedeling zou er alleen maar door toenemen. Vogelzang: “In Nederland is de sociaal-economische segregatie al vrij groot, in woonwijken én in het onderwijs. Hoogopgeleide ouders kiezen voor bepaalde scholen. Op private scholen zijn zij oververtegenwoordigd. Zo worden de scheidslijnen in de samenleving steeds dieper. Een belangrijke rol van het onderwijs is dat kinderen er leren samenleven. Als zij elkaar op school niet meer tegenkomen, wordt het samenleven ingewikkelder.” Peters spreekt dat deels tegen: “Het reguliere onderwijs segregeert naar niveau en onderwijsbehoeften. Leerlingen met een speciale onderwijsbehoefte krijgen daar nog steeds geen natuurlijke plek aan tafel. Bij ons zitten zij allemaal samen. Ze leren: iedereen is anders en heeft zijn eigen leerpunten en eigen talenten. Ik denk dat de samenleving ook enorm gebaat is bij het feit dat kinderen een niveau hoger uitkomen. Zo brengen ze economisch voor Nederland veel meer op. Als kinderen bij ons de hele onderwijsroute zouden afleggen, zouden ze denken dat er geen andere wereld bestaat. Maar ze blijven maar een paar jaar en ze weten dat ze daarmee bevoorrecht zijn.”
 
Burgerschapsonderwijs zwak
Toch is er veel te zeggen voor sociaal-economisch gemengde scholen. Hoogleraar sociologie Sietske Waslander (TIAS School for Business and Society) merkt in een studie op dat nieuwe scholen vaak worden opgericht om particuliere doelen te realiseren. “Publieke doelen van onderwijs kunnen daardoor meer onder druk komen te staan.”1 De basis voor onderwijs als maatschappelijke institutie ligt in publieke waarden, gedeelde idealen en gezamenlijke ervaringen, stelt Waslander. “Die komen niet alleen tot uitdrukking in het curriculum, maar ook in schoolpraktijken en in de bredere institutionele context waarbinnen scholen functioneren.”2 Net als Monique Vogelzang ziet zij onderwijs als sociaal bindmiddel. “Vanuit dat perspectief moet onderwijs weliswaar meebewegen met maatschappelijke veranderingen, maar ook tegenwicht bieden omwille van de continuïteit en stabiliteit van de samenleving.” Dat mag nog een stuk nadrukkelijker gebeuren, vindt Waslander. “Burgerschapsonderwijs is al jaren een zwak punt in het Nederlandse onderwijs. En de school als oefenplaats voor democratisch samenleven is relatief zwak ontwikkeld.”
 
Proeftuin
Marc Peters vindt dat particuliere scholen met hun extra geld een proeftuin kunnen zijn waar ook reguliere scholen van kunnen profiteren. Neem de individuele leerweg, zegt hij: “Het onderwijs heeft moeite met de implementatie van ICT. Wij kunnen in onze kleine klassen dingen uitproberen. Bij ons kun je in groep 7 zitten, maar met begrijpend lezen in groep 6. Daarbij helpt de computer met programma’s die precies weten waar het kind staat. Wij kunnen met onze kinderen door alle vakken heen een eigen tempo aanhouden.”
Vogelzang merkt echter niets van zo’n ‘proeftuineffect’. “In het bekostigd onderwijs zie ik ook allerlei proeftuinen. Bovendien is wat private scholen uitproberen moeilijk te vertalen naar reguliere scholen. Omdat zij zo kleinschalig zijn en vanwege hun voortdurend wisselende populatie. De diversiteit in ons onderwijsstelsel is al enorm. Onze inspecteurs zien bij het particulier onderwijs geen dingen die heel anders gaan. Het is naar ons idee meer een geldkwestie dan dat het onderwijs daar uniek of beter is.”
 
 
Elders in Europa
 
Zweden: Kunskapsskolan mislukt
In de jaren 90 verschijnen in het dan nog homogene onderwijsveld friskolor, scholen met een andere aanpak. Waaronder commerciële aanbieders zoals de Kunskapsskolan, die gepersonaliseerd onderwijs geven. Friskolor ontvangen publiek geld, maar mogen winst maken en die vrij besteden. Drie decennia later zijn de resultaten teleurstellend gebleken. Zwakkere leerlingen doen het op friskolor minder goed dan op openbare scholen, sterke blijven op hetzelfde niveau. Zestienjarigen gaan met flinke leerachterstanden naar het vervolgonderwijs. En de segregatie blijkt toegenomen.2
 
Engeland: Zweden achterna
Het Verenigd Koninkrijk kent van oudsher een traditie van private scholen. Meer recentelijk starten hier geïnspireerd op het Zweedse voorbeeld in 2011 free schools. Ook deze blijken tot meer segregatie te leiden. Dat is volgens Sietske Waslander inherent aan een ruime keuzemogelijkheid voor ouders. Ook de onderwijsresultaten van de Britse variant vallen tegen.
 
België: twee slaagpogingen
Het aantal leerlingen op privéscholen is net als in Nederland klein, maar groeiende. Cognitief psycholoog Wouter Duyck verbond die trend onlangs in dagblad De Morgen mede aan de achterblijvende kwaliteit van het reguliere onderwijs. De onderwijsinspectie controleert op minimumeisen. Leerlingen (po en vo) nemen op vaste tijdstippen deel aan landelijke examens. Wie na twee pogingen niet slaagt, moet zich inschrijven bij een door de overheid erkende school.
 
 
Als ouder zelf een particuliere school oprichten voor je kind
 
Marty Smit kon voor haar oudste dochter geen school vinden die haar echt aansprak. Met een paar anderen zette zij een visie op papier. Die bleek aan te sluiten bij het bestaande concept democratic education. In 2007 startte democratische school De Vrije Ruimte (po en vo) in Den Haag.
Autonomie is hier belangrijk. “We willen kinderen vrijheid en vertrouwen geven om hun eigen weg te bewandelen. Als iets niet lukt, wachten ze niet op instructies, maar zoeken uit hoe het wel kan. Ze komen heel zelfverzekerd van school af. Wij gebruiken de kerndoelen en toetsen als middel, niet als doel. Daardoor hebben kinderen meer plezier in het leren.”
Ouders betalen t 350 per maand voor het eerste kind en minder voor elk volgend kind. De leraren krijgen een onkostenvergoeding. De meeste van hen hebben daarnaast een parttime baan of een verdienende partner. Smit: “Ik vind het schandalig dat er geen bekostiging is voor dit soort onderwijs. Wij willen een afspiegeling van de samenleving zijn. We hebben ook ouders met een klein inkomen, die doen de auto weg of slaan vakanties over om dit te kunnen betalen.”
 
 
Decijfers: kleine percentages, gestage groei, grote bedragen
 
Het aantal particuliere basisscholen groeide van ongeveer 35 in 2015 tot zo’n 60 in 2018; het aantal particuliere middelbare scholen van 45 in 2015 tot 50 in 2018. In 2017 gingen ongeveer 6.000 van de 2,4 miljoen leerlingen (0,25 procent van het funderend onderwijs) naar een particuliere school. Ouders betalen tussen de t 3.600 en t 27.900 euro per kind per jaar.
Veel scholen profileren zich met kleine klassen en individuele leerplannen. Particuliere basisscholen bieden brede vorming, extra persoonlijke aandacht of begeleiding van leer- en ontwikkelingsproblemen. In het vo kunnen leerlingen vaak twee leerjaren in één jaar doen of meer aandacht krijgen voor leerproblemen. Onder particulier onderwijs vallen ook thuisonderwijs, internationale of buitenlandse scholen en zelfstandige exameninstellingen voor algemeen voortgezet onderwijs.
 

Gerelateerd nieuws