Waarom presteren meisjes in het onderwijs beter dan jongens? Die vraag stelt de Vaste Kamercommissie aan de Onderwijsraad, die daarom onderzoek gaat doen naar de verschillen tussen jongens en meisjes en welke factoren die verschillen verklaren.
Uit CBS-data blijkt dat jongens halverwege de middelbare school vaker dan meisjes op een lager dan eerder geadviseerd schoolniveau terechtkomen (24 procent van de jongens versus 15 procent van de meisjes). Ook komen meisjes vaker dan jongens op een hoger schoolniveau uit dat de basisschool hun geadviseerd had (ruim 30 procent van de meisjes stijgt, tegenover rond de 20 procent van de jongens). Meisjes halen hogere cijfers, blijven minder vaak zitten en zij hebben een meerderheid op hogescholen en universiteiten.
Deze meisjesvoorsprong is geen typisch Nederlands fenomeen; ook in andere Europese landen en de VS doet het verschijnsel zich voor. Een mogelijke verklaring is dat het huidige onderwijs te veel is gericht op meisjes en meisjesgedrag: samenwerking, ‘talig’ leren, zelfsturende leren, nauwkeurigheid et cetera. In diverse andere landen is het gebruikelijk om in pedagogische en didactische aanpak meer onderscheid te maken tussen jongens en meisjes.
Een eerdere studie laat zien dat jongens bij de ontwikkeling van vaardigheden als motivatie, keuzegedrag, plannen en prioritering achterlopen op meisjes. Dat heeft onder andere te maken met de rijping van de hersenen.
Een ontwikkeling die vaak in verband wordt gebracht met minder goede schoolprestaties van jongens is de ‘feminisering van het onderwijs’. Het aantal mannelijke leerkrachten is, zeker in het po maar ook in het vo, sterk teruggelopen. Het lerarenberoep is een vrouwenberoep geworden. Het zou jongens ontbreken aan mannelijke rolmodellen. Hoewel breed gedragen, worden al deze verklaringen niet gestaafd door onderzoek.
Daarom wil de Kamer dat de Onderwijsraad zich gaat buigen over de verschillen tussen jongens en meisjes in het onderwijs. Welke factoren binnen het onderwijs zijn aan te wijzen die de verschillen verklaren en als er iets aan gedaan moet worden, wat zou dat dan zijn? Daarbij wordt ook de vraag gesteld of het wel een taak van de overheid is om te proberen verschillen tussen jongens en meisjes te doen afnemen.