Digitalisering en automatisering hebben de arbeidsmarkt de afgelopen twee decennia onmiskenbaar veranderd. Toch ambiëren tieners nog vrijwel dezelfde banen als twintig jaar geleden. Dat blijkt uit een onlangs verschenen rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD).

Onderzoekers vroegen een half miljoen 15-jarigen uit 79 landen naar hun toekomstverwachtingen. Opvallende conclusie: tieners uit de 21ste eeuw ambiëren nog vooral voor traditionele beroepen uit de 20ste, soms zelfs 19de, eeuw. 

Zo verwacht 9,3 procent van de Nederlandse meisjes docent te worden, 7,8 procent dokter en 4,8 procent psycholoog. 7 procent van de jongens wil iets met ict, 4,4 procent wil sporter worden en 4,3 procent ambieert een functie als software-ontwikkelaar.

Wereldwijd willen de meeste meisjes dokter (15,6 procent) of onderwijzer (9,4 procent) worden en jongens ingenieur (7,7 procent) of zakelijk manager (6,7 procent). Die uitkomst verschilt nauwelijks van de onderzoeksresultaten van twintig jaar geleden, terwijl de arbeidsmarkt sinds 2000 wel ingrijpend is veranderd, meldt de Volkskrant.

OECD-onderzoeker Anthony Mann vindt het zorgelijk dat ‘nieuwe’ beroepen met goede toekomstperspectieven nog niet tot de verbeelding lijken te spreken. Hij vreest dat kinderen straks worden opgeleid voor een baan die helemaal niet meer bestaat.

Uit eerder onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) – waarbij droombanen van brugklassers uit 2000 vergeleken werden met hun uiteindelijke beroep in 2018 – bleek dat bijna een op de vijf dertigers werkte in de sector die ze als tiener ambieerden. Toen waren bij jongens piloot, architect of it’er gewilde beroepen, terwijl meisjes kozen voor kapper, dierenarts of juf.

Links

Gerelateerd nieuws