School kan samen met partners als jongerenwerk effectief zijn tegen wapenbezit- en gebruik

Het aantal steekincidenten onder jongeren neemt toe. Ook scholen hebben hier – buiten de lockdowns om – mee te maken. Partners zoals het jongerenwerk kunnen helpen om met leerlingen in gesprek te gaan en problemen vroegtijdig te signaleren.

Het aantal jongeren dat bij steekincidenten is betrokken neemt sinds 2017 toe. Begin 2017 zijn er acht incidenten, in de zomer van 2020 vijftien. Sinds de herfst van 2019 haalt regelmatig een steekpartij het nieuws. In oktober van dat jaar is er een piek met zestig incidenten (Actieplan Wapens en Jongeren, zie kader). De NOS meldt dat in het schooljaar 2019/2020 in het voortgezet onderwijs meer dan 350 keer een leerling is geschorst of permanent van school gestuurd vanwege wapenbezit.

Maar ook op een basisschool had onlangs een leerling zijn zakmes meegenomen, vertelt Marlies Molenaar, coördinator van PowerUp073 (preventief jongerenwerk) in Den Bosch. De #NoShank-actie van het landelijke jongerenwerk tegen jeugdgeweld op straat vergrootte afgelopen najaar de bewustwording hierover. Burgemeesters spraken zich uit voor een verkoopverbod van messen aan minderjarigen en inmiddels werkt het kabinet aan een wapenverbod voor deze groep.

Niet alleen in grote stad

Een steekincident kan overal gebeuren. Onder de vijftien gemeenten die zich uit bezorgdheid aansloten bij het Actieplan Wapens en Jongeren (zie kader) bevinden zich de vier grote steden, maar ook Smallingerland, Nissewaard en Ridderkerk. Het Sprengen College in Wapenveld (Gld) had nooit gedacht dat zich hier een steekincident zou afspelen. Op 9 november 2020 gebeurde het toch. Een gewonde leerling werd naar het ziekenhuis gebracht en de politie nam acht leerlingen mee voor verhoor. Omdat het onderzoek nog loopt, kan directeur-bestuurder Eppie Klein geen nadere details geven. Maar hij vertelt wel dat zijn school, voor jongeren met gedragsproblemen, altijd veel aandacht aan veiligheid heeft geschonken. “Onze school wordt als veilig ervaren door leraren, leerlingen en ouders/verzorgers”, vertelt Klein. “Zelfs het slachtoffer en de acht verhoorde leerlingen zeiden dat ze zich hier altijd veilig hebben gevoeld. Onze leerlingen vertellen echter dat zij zich in hun woonplaats uit angst wapenen.” De school hield en houdt nadrukkelijk de vinger aan de pols: elke ochtend zitten de leerlingen eerst een half uur bij hun mentor om hun welbevinden en ervaringen van de vorige dag te bespreken. Ze lunchen ook met hun mentor. Signaleert deze spanning, dan informeert hij collega’s via de communicatie-app Parro en spreekt met de jongeren. Elke leerling volgt een eigen traject en individuele roosters worden eventueel dagelijks aan de behoeften van een leerling aangepast.

Sociale media

Hoe kon het op het Sprengen College dan toch escaleren? Directeur-bestuurder Klein denkt dat de sociale media een rol spelen. “Leerlingen hebben momenteel weinig vertier in het weekend. Ze hebben enorme behoefte om elkaar te ontmoeten en dat gebeurt nu veelal digitaal. Dat is heel anders dan een fysieke ontmoeting. Zonder de gezichtsuitdrukking of die onschuldige schouderduw erbij kan een woord een heel andere lading krijgen. Er is sneller onbegrip en dat kan reden zijn om elkaar te belagen.”

Vaak hebben jongeren door een stapeling van risico­factoren een gebrekkig toekomstperspectief, zegt pedagoog Kees van Overveld. “Ze wonen bijvoorbeeld in een achterstandswijk, thuis zijn er problemen, leeftijdsgenoten gebruiken drugs of zijn crimineel en zelf kampen ze misschien met taalproblemen of een ontwikkelingsachterstand. Als er vanuit huis weinig sturing is, gaan jongeren eerder opkijken tegen criminele rolmodellen. Groepsdruk leidt er soms toe dat ze zich gaan bewapenen.” Ook de media-aandacht speelt volgens hem mee. “Media laten zwartgeklede jongeren zien die met grote messen staan te zwaaien. Dat versterkt het beeld dat je blijkbaar een mes moet hebben.”

Drillrap

Dat scholen leerlingen schorsen vanwege wapenbezit is niet nieuw, zegt Klaas Hiemstra, directeur-bestuurder van Stichting School & Veiligheid. “Wat mij vooral verontrust is dat er nu ook een intentie is om die wapens te gebruiken. Het is statusverhogend als je dat durft.” Komt dat mede door drillrap? Deze muziekstijl bevat vaak teksten over drugs, wapens en het neersteken van rivalen in andere jeugdbendes. Twee criminologen die door de gemeente Rotterdam waren gevraagd om het verband tussen drillrap en geweld te onderzoeken, Robby Roks en Jeroen van den Broek van de Erasmus School of Law, concludeerden echter dat hier nauwelijks sprake van is (december 2020). Ze bestudeerden 56 incidenten uit 2018 en 2019 en vonden maar één verband: niet direct dat de drill een rol speelde, maar een betrokkene was een driller.

Meteen kunnen handelen

Natuurlijk moeten allerlei maatschappelijke partijen aan de slag met het wapenbezit; daarover verderop meer. Maar wat kunnen en moeten scholen hiermee? Hiemstra tipt: bereid je voor op het feit dat er een steekincident kán gebeuren. Wanneer zich op of rond de school een incident voordoet, moet je meteen handelen. “Praat met leerlingen over wat wel en niet hoort. Zorg dat alle leerlingen weten waar ze dit soort dingen kunnen melden. Treed op. Doodzwijgen kan ertoe leiden dat het helemaal uit de hand loopt.” Steekincidenten gebeuren doorgaans buiten de school. “Maar” zegt Hiemstra, “als de slachtoffers of verdachten eigen leerlingen zijn, gaan ouders zich zorgen maken over de school. Dan moet je een verhaal hebben.”

Partners ‘in crime’

Klein van het Sprengen College ziet de leerlingenraad als een kans om te horen wat er speelt en elkaar beter te gaan begrijpen. De school heeft geen kluisjes en detectiepoortjes: “Ons uitgangspunt is vertrouwen.” Verder zoekt de school partners. Regelmatig komen er een jongerenwerker, wijkagent of leerplichtambtenaar langs en er is zeer frequent overleg met het gemeentelijk Centrum voor Jeugd en Gezin. “Als onze leerlingen graag een gesprek willen over bijvoorbeeld middelengebruik, nodigen we een jongerenwerker uit.” De school heeft ook goede ervaringen met de Verwijsindex van de regionale jeugdhulp, waarmee professionals signalen kunnen uitwisselen.

Ook in Den Bosch werkt een vo-school intensief samen met het jongerenwerk, vertelt Marlies Molenaar van PowerUp073. “Drie jongerenwerkers zijn verdeeld over de week aanwezig in de pauzes. Zij vragen jongeren hoe het met ze gaat, benaderen iemand die zich afzondert in de pauze of er meermalen is uitgestuurd. Soms krijgen we vanuit de wijk signalen dat het niet goed gaat met iemand, omdat er thuis van alles aan de hand is.” De jongerenwerker overlegt met de leerling: wat kunnen we doen, zodat jij beter in je vel komt te zitten? “Zelf weet een jongere soms niet hoe het gesprek aan te gaan met school of met ouders. Dat pakken we dan samen op.”

Toegang tot gezinnen

Molenaar vervolgt: “Wij hebben zicht op een jongere in de wijk, bij vrijetijds­besteding en vaak ook thuis. Tijdens de eerste lockdown konden wij vaak de toegang vinden tot gezinnen die voor de school moeilijk bereikbaar waren. Een aantal jongeren had gedragsproblemen op school. Zij mochten van school twee dagen per week bij ons stage lopen en bleven op school de essentiële vakken volgen. Ze runden als het ware het jongerencentrum. Ze waren gastheer, gaven presentaties, kookten voor iedereen, organiseerden activiteiten voor andere jongeren. Als je een brug kunt slaan naar de school, werpt dat echt z’n vruchten af.”

Dat school en jongerenwerk elkaar nog lang niet overal gevonden hebben, komt volgens haar omdat dit niet altijd in de opdracht staat die het jongerenwerk van de gemeente krijgt. “Bovendien is de onderwijscultuur anders dan die van het welzijnswerk. Bij ons leren jongeren ook, maar informeel. We stimuleren elk op onze eigen manier dat ze zelfredzame burgers worden. Die werelden moeten elkaar gaan leren kennen en snappen.”

Actieplan te repressief

Gaat het Actieplan Wapens en Jongeren (zie kader) helpen? Van Overveld en Hiemstra vinden beiden dat de preventie hierin te weinig aandacht krijgt. Hiemstra: “Het actieplan zit erg aan de repressieve kant: wapens afpakken en pas op dat je geen crimineel wordt. Vraag je liever af waarom jongeren dit doen. Hoe komt het dat ze er geen nee tegen kunnen zeggen? Hoe kunnen we ze laten afzien van wapenbezit? Misschien maken hun ouders zich enorme zorgen, maar weten die niet wat ze moeten doen. Je moet signaleren; alleen kluisjescontrole is niet genoeg. Leraren zien veel, maar zijn geen hulpverleners. Je hebt heel nauwe contacten nodig, met politie, Halt én jeugdzorg en jongerenwerk.”

Goede preventie lukt alleen met lokale of regionale regisseurs, zegt Hiemstra, en een zekere infrastructuur. “Veel gemeenten hebben echter moeten bezuinigen op het jongeren- en buurtwerk. Het actieplan kan alleen succesvol zijn als je die gaten dicht.”

Groepsdruk is een negatief verschijnsel, maar de straatcultuur heeft ook mooie kanten, zegt Molenaar tot slot. “Zoals rappen, samen muziek maken, elkaar een beetje uitdagen om beter te worden.” Dat vinden ook de eerder aangehaalde Rotterdamse onderzoekers. Hun suggestie: “Laat professionals de jongeren helpen bij het maken van muziek. Vraag wat ze écht belangrijk vinden om over te rappen. Misschien dat het geweld dan een kleinere rol gaat spelen.”

Stichting School & Veiligheid biedt onder andere informatie, trainingen en advies over het omgaan met agressiviteit en wapenbezit op school. www.schoolenveiligheid.nl

Tips voor schoolleiders

  • Treed op. Doodzwijgen kan ertoe leiden dat het helemaal uit de hand loopt.
  • Werk nauw samen met politie, Halt, jeugdzorg en jongerenwerk. Leraren zien veel, maar zijn geen hulpverleners.
  • Vraag je af waarom jongeren dit doen. Alleen wapens afpakken en waarschuwen voor criminaliteit heeft geen zin.
  • Praat met leerlingen over wat wel en niet hoort. Zorg dat alle leerlingen weten waar ze dit soort dingen kunnen melden.
  • Bereid je voor op het feit dat er een steekincident kán gebeuren. Wanneer zich op of rond de school een incident voordoet, moet je meteen handelen. Dan moet je een verhaal hebben, ook richting ongeruste ouders en de pers.

(bron: de geïnterviewde personen in dit artikel)

Actieplan wapens en jongeren

Ministers Grapperhaus en Dekker van Justitie en Veiligheid presenteerden op 11 november 2020 het Actieplan Wapens en Jongeren, met daarin plannen voor een landelijk wapenverbod voor minderjarigen. Doel: bezit en gebruik van (steek)wapens onder jongeren terugdringen. Enkele maatregelen: bewustwordings- en ontmoedigingscampagnes, lespakketten, tegengaan van de verkoop van messen aan jongeren, kluisjes- en wapencontroles op scholen, wapeninleveracties, preventief fouilleren, ouders wettelijk aansprakelijk stellen voor crimineel gedrag en tegengaan van online filmpjes met wapens en geweld.

Het actieplan is een initiatief van Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, Halt, Ministerie van Justitie en Veiligheid, Ministerie van Onderwijs, Openbaar Ministerie, Politie, Raad voor de Kinderbescherming, VNG, vijftien gemeenten, William Schrikker Stichting, Jeugdreclassering en Jeugdbescherming. Het plan is te downloaden op www.rijksoverheid.nl

Gerelateerd nieuws

  • ‘Schoolleiders hebben een voortrekkersrol’

  • “Een veilige digitale omgeving bestaat niet”

  • Tweedaagse van de Ledenraad

  • Schoolleider van het jaar (deel 3)