Inspectie moet meer schoolbezoeken afleggen

Rapport Onderwijsraad over extern toezicht

In het begin van 2022 is het ministerie van OCW gestart met een evaluatie van de WOT. De Onderwijsraad heeft met haar recente rapport ‘Essentie van extern toezicht’ een interessant advies uitgebracht over mogelijke verbeteringen in het toezicht van de Onderwijsinspectie. Een advies dat volgens de AVS een belangrijk onderdeel van deze evaluatie zou moeten uitmaken.

Karin Straus, de nieuwe voorzitter van de AVS:  “De AVS heeft voor dit rapport inbreng geleverd en kan zich vinden in het voorstel van de Onderwijsraad om op iedere school periodiek kwaliteitsonderzoek te doen en leraren en schoolleiders actief daarbij te betrekken. Zij zijn het tenslotte die de onderwijskwaliteit daadwerkelijk realiseren en borgen in de praktijk.”

De Onderwijsraad bepleit in haar advies over de essentie van extern toezicht dat de Inspectie zich meer gaat toespitsen op haar beoordelende taak en (dus) meer schoolbezoeken moet afleggen. Maak de bevorderende taak ondergeschikt, zegt de raad.  De Onderwijsraad stelt dat het belangrijk is dat “in het extern toezicht op onderwijs meer prioriteit aan de kwaliteitsbeoordelende taak en zorg voor direct zicht op de onderwijspraktijk” moet worden gegeven. Zij stelt dat het goed zou zijn als het toezicht daartoe meer wordt gericht op wat er binnen een school gebeurt.

Dit vereist dat de Onderwijsinspectie direct zicht heeft op de plek waar onderwijskwaliteit ontstaat: in de klas en het praktijklokaal. De systematiek van bestuursgericht toezicht die de Onderwijsinspectie nu gebruikt geeft echter onvoldoende beeld om de onderwijskwaliteit en de naleving van alle wettelijke normen in de onderwijspraktijk te kunnen beoordelen. De raad beveelt aan nader te onderzoeken hoe de Inspectie een meer afgewogen en duidelijker set normen kan hanteren, die scholen en de maatschappij helderheid verschaft over wat er in principe bereikt moet worden met elke leerling, en die tegelijkertijd recht doet aan de verschillen in achtergrond van de leerlingenpopulaties op de scholen.

Naast het onderzoek op scholen stelt het advies dat de inspectie ook onderzoek moet blijven doen op het niveau van het bestuur om de bestuurlijke kwaliteitszorg te beoordelen. Het bestuur blijft tenslotte eindverantwoordelijkheid voor de onderwijskwaliteit. De raad beveelt aan
het toezicht op de kwaliteitszorg op bestuursniveau uit te voeren nadat de onderwijskwaliteit op schoolniveau is beoordeeld. Dat betekent dat volgens de Onderwijsraad de onderwijsinspectie de volgorde in de huidige werkwijze zou moeten omdraaien.

WOT

Een uitgangspunt van de WOT is dat de onderwijsinspectie een beoordelende en een bevorderende taak heeft. De verhouding tussen deze twee taken is een voortdurend punt van discussie. De inspectie is de enige organisatie die namens de overheid in het klaslokaal of de praktijkruimte kan en mag beoordelen of de kwaliteit van het onderwijs voldoet aan de wettelijk voorgeschreven normen voor onderwijskwaliteit. En juist daarom moet de inspectie weer veel meer de school en het klaslokaal in, aldus de Onderwijsraad.

Link