Integrale aanpak over de grens

Hoge PISA-scores, een inclusieve aanpak, academisch opgeleide leerkrachten, culturele vorming en intensieve samenwerking met het buurtwerk. Naar het Finse onderwijssysteem wordt al jaren verlekkerd gekeken. Peter Grimbergen, mentor en gymleraar op een middelbare school in Helsinki, zet de plussen en minnen van
het Finse onderwijssysteem op een rij.

Tekst Lisette Blankestijn

Ooit was Peter Grimbergen gymleraar in Nederland. Tegenwoordig geeft hij les op een middelbare school in het Finse Helsinki: Meilahden yläasteenkoulu. Er zitten zo’n 450-500 leerlingen op de school. Wat maakt het Finse onderwijs zo anders? “In Finland zijn kinderen leerplichtig vanaf zeven jaar. Eerst volgen ze negen jaar lang een basisopleiding. Pas dan vindt er selectie plaats, op basis van de cijferlijst. Daarna volgen de leerlingen nog drie jaar beroepsonderwijs of theoretisch onderwijs.” Negen jaar lang uiteenlopende niveaus in de klas. Dat betekent dat leraren goed moeten kunnen differentiëren. En dat gaat best, legt Grimbergen uit: “Onze kleine klassen vormen een belangrijke succesfactor van het Finse systeem. In Nederland had ik soms 35 leerlingen, hier gemiddeld 20.” Grote ordeproblemen zijn er doorgaans niet. “De meeste Finnen zijn gewend de regels op te volgen. Wij hebben rustige leerlingen, het is juist onze opdracht om hen wat mondiger te maken.”

Geen speciaal onderwijs

Nog een verschil: het Finse systeem kent geen equivalent van het Nederlandse speciaal (basis)onderwijs. Grimbergen: “Leerlingen die vanwege gedrag- of leerproblemen extra zorg nodig hebben, gaan in principe ook naar onze school. Daarvoor krijgen we genoeg financiering, zodat we twee fulltime special teachers in dienst hebben. Zij begeleiden leerlingen in kleine groepjes of in de klas, als tweede leraar. Daarnaast hebben we schoolassistenten om de leerlingen te helpen. Vaak werken we met twee à drie leraren op twintig leerlingen.” Een rolstoellift langs de trappen maakt het gebouw toegankelijk voor leerlingen met een fysieke beperking. Alleen als leerlingen 24-uurszorg nodig hebben of psychisch of fysiek echt niet in staat zijn om de lessen te volgen, gaan ze naar een ‘ziekenhuisschool’. Ze blijven echter ingeschreven bij de reguliere school.
Zorg die in Nederland veelal buiten de school blijft, is in Finland in de school aanwezig. “We hebben drie dagen per week verpleegkundige hulp voor periodiek gezondheidsonderzoek en om leerlingen door te sturen naar het ziekenhuis als dat nodig is. Enkele keren per jaar komt de arts op school, om bijvoorbeeld hart- en longmetingen te verrichten. Daarnaast hebben we een schoolpsycholoog, waar leerlingen met angsten of andere mentale problemen kunnen binnenlopen.” Ook inbegrepen in het Finse onderwijs: dagelijks een warme lunch voor alle kinderen.

Mentor is de spil

Meilahden yläasteen koulu heeft een in sociaal-cultureel opzicht gemengde populatie. Naast leerlingen met een niet-westerse achtergrond (die vaak in de sociale huurwoningen in de buurt wonen) trekt de school ook veel leerlingen uit andere stadsdelen. Zij komen op de muziek- en beeldende kunstklassen af.
De school onderhoudt intensief contact met het buurtwerk, vertelt Grimbergen. “Buurtverenigingen zijn belangrijk voor het pedagogische deel van ons werk. Een deel van onze leerlingen heeft roots in Somalië, Estland of Rusland. Hun ouders denken vaak: wat thuis gebeurt is onze zorg, wat op school gebeurt is de verantwoordelijkheid van school. Na schooltijd gaan veel leerlingen naar het jongerencentrum. Er wordt van mij als mentor verwacht dat ik contact met de buurtwerkers onderhoud over sportactiviteiten, maar ook omdat zij de gezinnen kennen en weten wat onze leerlingen in de avonduren doen. Ze helpen ons begrijpen waarom een leerling bepaald gedrag vertoont. Zo kunnen we die leerling op school beter begeleiden.”
Allemaal extra’s. Ontbreekt er dan niets dat we in Nederland wel hebben? Toch wel. Er mist een managementlaag tussen mentoren en rector. “Een klein schoolteam, bestaand uit de rector en één persoon van iedere vakkengroep, gaat over het beleid. Ik zat er namens de praktische vakken in,” vertelt Grimbergen. “Naast het schoolteam zorgt de mentor voor alles wat zijn klas aangaat. Een lastige leerling sturen we dus niet naar een conrector. Soms stuur ik iemand naar de gang en daarna ben ik als mentor verplicht om een pedagogisch gesprek met die leerling aan te gaan. De mentor is de spil waar de klas om draait.”

Van kansarm naar kansrijk in Berlijn

Ook elders in Europa zijn er voorbeelden van scholen waar onderwijs gecombineerd wordt met zorg, cultuur en kinderopvang. Soms komen ze van ver. In 2006 haalde de Berlijnse middelbare school Rütli, gelegen in de ‘kanswijk’ Neukölln, de wereldpers. Eerst omdat leraren in een brandbrief aangaven hun werk niet meer te kunnen doen vanwege bedreigingen en geweld in hun klaslokalen. Kort erna toen uitlekte dat fotojournalisten leerlingen (het merendeel met een migratieachtergrond) betaalden om zich voor hun lens gewelddadig te gedragen. De sociale problemen waren ook zonder die uitvergroting nijpend en leidden tot een felle politieke discussie over het Duitse schoolsysteem. Dat in een context waarin slechte PISA-scores beleidsmakers er sowieso al toe aanzetten om voor- en naschoolse opvang en onderwijs meer met elkaar te verbinden.
Inmiddels is de school getransformeerd en opgegaan in Campus Rütli – CR². Die superscript 2 verwijst naar Ein Quadratkilometer Bildung: een aanpak die navolging heeft gekregen in wijken met vergelijkbare sociale problemen. Doel? Met een lokaal onderwijsnetwerk de
kansengelijkheid vergroten.

Campus Rütli CR² is een plek in de stad voor onderwijs en sociale inclusie van kinderen en jongeren met een lage sociaaleconomische status. Met veel aandacht voor muziek en sport, en met een strakke coördinatie van de verschillende faciliteiten. Zo zijn er kinderdagverblijven, jongerenwerkers, wijkmoeders en ontmoetingsruimtes zoals een buurthuis met sporthal en een zaal waar voorstellingen gehouden kunnen worden. Volgens het adagium it takes a village to raise a child is er een waar pedagogisch netwerk ingericht, met veel samenhang en uitwisseling tussen de verschillende bouwstenen van dat netwerk. De ouders van de leerlingen worden aangesproken als partners in onderwijs en opvoeding. Ouders zelf kunnen op Campus Rütli taalcursussen volgen of activiteiten organiseren, zoals een ouderontbijt. Het concept werpt zijn vruchten af en heeft het aanzien van de wijk een flinke boost gegeven. Neuköln trekt de laatste jaren steeds meer kunstenaars, studenten en mensen met hogere inkomens.

Meer informatie: campusruetli.de

Interessant?
Dit artikel stond in Kader, het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden maandelijks ontvangen. De AVS komt op voor de belangen van schoolleiders in het basis- en voortgezet onderwijs. Word ook lid of abonnee, ontvang voortaan iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.

Gerelateerd nieuws