Kleine groepen, veel persoonlijke aandacht. Voor kinderen met een zorgvraag – van sociale aspecten tot hoogbegaafdheid – kan het een weliswaar prijzige, maar noodzakelijke oplossing blijken. Twee moeders, één dochter en een schooldirecteur over hun keuze voor particulier onderwijs.

Irene* woont in de buurt van Arnhem en heeft naast een dochter op een reguliere school ook een zoon op een particuliere. ‘Er hangt natuurlijk een kostenplaatje aan. We bezuinigen op andere dingen, maar dat is het ons waard.’
 
“Mijn zoon Maarten van 10 gaat sinds een maand naar het privéonderwijs en voor het eerst zie ik hem met plezier naar school gaan. Hij wordt daar als volwaardig mens beschouwd en zijn mening wordt serieus genomen. Hij krijgt verdiepende lesstof op maat aangeboden en hiaten worden bijgespijkerd. Hier wordt veel geoefend met empathisch gedrag en het aanleren van sociale vaardigheden. Zijn nieuwe klas heeft maar acht leer­lingen, het is er veel minder druk en ze zitten in een groot lokaal.
Maarten zat daarvoor tien maanden thuis met een burn-out. Het was een verschrikkelijke tijd, frustrerend voor iedereen. Hij was totaal overprikkeld geraakt in het reguliere onderwijs. Zo’n klas met 25 leerlingen in een kleine klas, dat is toch net sardientjes in een blik? Kinderen zitten zó dicht op elkaar, hij pikte alle onrust op en die moest op het drukke schoolplein eruit door middel van heftige reacties op anderen. Of andere kinderen ergerden zich aan hem. Hij heeft een hoge intelligentie, was een soort van ‘in slaap gevallen’ in zijn hoofd. Tijdens multidisciplinair overleg met vele betrokkenen kwam de conclusie dat hij voorlopig niet leerbaar was, niet zelfstandig, niet weerbaar. Hij zou vooral niet moeten thuiszitten om tot rust te komen. Dagbesteding bekostigd via de gemeente zou een volgende stap zijn. Maarten vond het daar afschuwelijk. Ouders stelden voor een andere school te zoeken, desnoods speciaal onderwijs. Dat werd afgeraden, ook door de specialist die we hadden ingeschakeld.
 
Onbegrip in de klas
Mijn man en ik hebben toen zelf gezocht naar een passende school. Een particuliere school kon hem eerst een maand laten proefdraaien. Deze school wilde zelf observeren waar Maarten tegenaan liep. We zagen dat het nu wel goed ging, de school heeft hem een dik en overtuigend ‘ja’ gegeven en ook gezegd dat hij wél ‘leerbaar’ is; dat hij een leuke jongen is die alles snel oppikt. De omgang met zijn klasgenoten gaat nu uitstekend en hij gaat weer graag naar school.
Er hangt natuurlijk een kostenplaatje aan. We ­bezuinigen op andere dingen, maar het is het ons waard. Dit is onderwijs zoals onderwijs moet zijn: met tijd en aandacht voor ieder kind. In het begin van het schooljaar richten ze zich alleen maar op het omgaan met elkaar en de leerkrachten. Ze kijken waarom hij stagneert als hij een som niet begrijpt en als er onbegrip is in de klas, nemen ze de tijd om het op te lossen. De eerste week dat hij naar school ging, moest hij wennen en wilde hij niet met alles meedoen. Ze begrepen dat ze hem even met rust moesten laten. En al na een paar dagen voelde hij zich gezien en zag hij dat de juf hem echt wilde begrijpen.
Natuurlijk wilden we liever iets om de hoek, maar dit maakt het allemaal dubbel en dwars de moeite waard. Hopelijk heeft hij straks zoveel zelfvertrouwen en sociale vaardigheden opgedaan dat hij naar een reguliere ­middelbare school kan gaan.”
 
*volledige naam bekend bij de redactie
 
 
Wendy Meijer heeft vier kinderen van 15, 13, 11 en 8. Tweevan hen zitten of zaten op privéschool Florencius in Laren. ‘Je kunt de leerkrachten in het reguliere onderwijs deweinige persoonlijke aandacht niet kwalijk nemen, de groepen zijn daar zo groot.’
 
“Zoals zoveel ouders begonnen we in het reguliere onderwijs, een school in de buurt. Mijn dochter Hope, nu 13, zat al in groep 1 niet goed op haar plek. Ze bleek hoogbegaafd te zijn, de school herkende het niet en ze werd ongelukkig. Ze wilde niet meer spelen en niet meer leren. Mijn man en ik besloten om ons heen te gaan kijken en bezochten het Florencius. Het idee van kleinschalig onderwijs met veel aandacht voor de talenten en vaardigden van het kind – niet alleen IQ maar ook EQ – sprak ons erg aan. Het was meteen een succes. Hope’s zelfvertrouwen ging omhoog, ze ging weer met veel plezier naar school. Je kunt de leerkrachten in het reguliere onderwijs niet kwalijk nemen dat ze leerlingen niet goed leren kennen en weinig persoonlijke aandacht aan iedere leerling kunnen besteden.
De groepen zijn zo groot. Hier is het één leerkracht op maximaal acht leerlingen. De communicatie tussen ouders en school is ook veel beter, leraren nemen de tijd om te vertellen hoe het gaat.
 
Verdieping
Mijn oudste dochter June deed het prima in het reguliere onderwijs en zit nu in 4-VWO. Mijn zoon Lévi van 11 heeft het er ook naar zijn zin. Mijn jongste dochter Daye van 8 had een extra uitdaging nodig op rekengebied en heb ik net op het Florencius gedaan. We zagen bij haar hetzelfde voorland als bij Hope. Daye krijgt nu extra moeilijke sommen en vakleerkrachten die haar verdieping kunnen aanbieden. Zo’n plusklas in het reguliere onderwijs waar je één ochtend uit de klas wordt gehaald is te weinig stimulans voor haar.
Als de kosten niet zo hoog waren, zouden we ze alle vier vanaf groep 1 naar het Florencius hebben gedaan. Dit type onderwijs zou eigenlijk voor ieder kind in Nederland beschikbaar moeten zijn. Ik ben blij dat ik Hope en Daye dit mee kan geven en denk dat ze er in de rest van hun schoolcarrière veel aan zullen hebben.”
 
Dochter Hope Meijer (13, oud-leerling Florencius):
“Ik had het niet naar mijn zin op mijn andere school. Ik moest bijvoorbeeld vaak in de poppenhoek spelen, terwijl ik liever aan het rekenen was. De juffen begrepen niet precies hoe ik over dingetjes dacht en waarom ik die speelhoeken niet zo leuk vond. Ik was meteen blij met de keuze voor het Florencius. Ik kreeg veel meer aandacht op deze school en had elke dag zin om er naartoe te gaan. De manier waarop er les werd gegeven vond ik ontzettend leuk. Hier durfde ik wel altijd alles te vragen. Ik kreeg al snel wiskundeles, wat ik zó leuk vond. De sfeer in de klas was prima, je was bevriend met iedereen omdat het van die kleine klassen zijn. Dat gun ik ook alle kinderen in het reguliere onderwijs. Ik was ontzettend blij voor mijn zusje toen ik hoorde dat zij ook ging.”
 
 
Peter van Kranenburg was voorheen directeur in het reguliere onderwijs en richtte in 2008 in Laren particuliere basisschool Florencius op, de eerste particuliere basisschool na Iederwijs met tegenwoordig ook vestigingen in Amstelveen en Haarlem.
 
“Wie denkt een vwo-advies bij ons te kunnen ‘kopen’, komt bedrogen uit. De IQ- en EQ-testen die we aan het begin van de schoolcarrière afnemen bij iedere leerling, laten soms al zien dat vwo er niet in zit, maar vmbo-tl wel. Dat screenen is ook bedoeld om verwachtingen van ouders te managen. Dit is de situatie nu. Na die nulmeting stellen we voor iedere leerling een persoonlijk ontwikkelplan op. We werken vanuit het talent van het kind met een holistische benadering. Er is veel aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling en creatieve vakken, zoals drama en dans. We hebben veel vakleerkrachten in dienst. De leerlingen krijgen veel onderwijs, 1.100 uur per jaar. We werken met reguliere lesmethodes en willen ook gewoon de kerndoelen halen. We begeleiden ze intensief, maar ze moeten ook hard werken. We zitten boven het landelijk gemiddelde met het onderwijsadvies, maar we zijn zeker geen vwo-machine. Het gaat om de individuele groei per kind. Zo’n veertig procent van onze leerlingen komt binnen met een zorgvraag, zoals dyslexie, hoogbegaafdheid of faalangst. We helpen ze er eerst sociaal-emotioneel weer bovenop, leren hen weer in zichzelf te geloven. Wat kun je wél, dat is de vraag. Tijdens onze screening kijken we of we kinderen met gedragsproblemen kunnen plaatsen of niet. Helaas moeten we regelmatig kinderen weigeren. Dat klinkt heel hard, maar we willen geen speciaal onderwijs zijn.
 
Elitair
Ik kom uit het reguliere onderwijs. Vanaf nul heb ik alles hier zelf bedacht. Ik was directeur van een grote basisschool in Almere die 1.400 leerlingen telde. Het draaide goed, maar er wrong iets bij mij. Ik kon leerlingen geen zorg op maat bieden en moest ouders teleurstellen als ze meer verlangden. Ik was altijd al ondernemend, wilde zelf iets opzetten. Het schoolgeld van Florencius bedraagt tussen de twintig- en dertigduizend euro per jaar. De vestigingen tellen samen zo’n 130 leerlingen en mijn basisschoolteam bestaat uit 45 mensen. Er is ook een huiswerkinstituut, daar zitten 120 leerlingen op. Ik begrijp dat men Florencius elitair vindt, maar ik zie het meer als kwalitatief hoogwaardig onderwijs, waar een prijskaartje aanhangt. Ik zie dat er ook opa’s en oma’s bijspringen die dit als een cadeau aan hun kleinkind zien. Expats krijgen het schoolgeld vergoed van de bedrijven waarvoor ze werken. De grootste instroom zit in groep 7 en 8, al zien we de laatste jaren wel meer jongere kinderen instromen. Liever had ik ze al vanaf groep 1 op school gehad, maar in de eindjaren van het basisonderwijs wordt de urgentie groter om naar ons toe te stappen.”
 

Gerelateerd nieuws