Ik geloof niet in segregatie

Integratie in het onderwijs vanuit internationaal perspectief

Nederland onderzoekt nog maar relatief kort nieuwe vormen van onderwijs aan zorgleerlingen, terwijl sommige landen al decennia lang bouwen aan een inclusieve samenleving. Een blik over de schutting biedt nieuwe perspectieven.

Een definitie van discrimineren is onderscheiden. Maar in hoeverre is onderscheiden gewenst als het gaat om zorgleerlingen? En, om bij deze term te blijven, is discriminatie op zich niet iets waartegen in de 21ste eeuw een kritisch standpunt ingenomen moet worden? De realiteit leert dat in het Nederlandse onderwijssysteem nog veel te winnen valt. Tegelijkertijd is in een aantal Europese landen het integreren van zorgleerlingen al jaren realiteit. Die integratie kent verschillende vormen:

  • Volledige integratie – inclusie
    • Geïntegreerde scholen waarin alle leerlingen hetzelfde onderwijs volgen.
  • Gedeeltelijke integratie
    • Normale en speciale school delen hetzelfde gebouw en voeren enkele activiteiten samen uit;
    • of een school heeft aparte lokalen voor so-leerlingengroepen, in vaklessen en (buiten)activiteiten sluiten die groepen aan bij de reguliere stroom.
  • Tijdelijke integratie
    • Reguliere scholen waaraan tijdelijk speciale hulpklassen verbonden zijn – deze hulpklassen hebben vaak een regiofunctie.

Deze vormen illustreren hoe een school met een breed zorgaanbod ingericht kan worden. Daaraan voorafgaand speelt natuurlijk de vraag welke beleidsuitgangspunten de school formuleert. Wat is de draagkracht en draaglast binnen het team? Wat is de gemeenschappelijke visie over integratie? Wat zijn de grenzen aan de zorg?

Welke vorm van integratie andere Europese landen kiezen, hangt samen met verschillende factoren. In dunbevolkte gebieden zijn de oorzaken vooral geografi sch: door de infrastructuur van het land is het vanzelfsprekender om zorgleerlingen in gewone scholen te plaatsen.

In Oostenrijk Steiermark is integratie al tientallen jaren realiteit. Het werd oorspronkelijk afgedwongen door georganiseerde ouders. Daar heeft inmiddels 85 procent van de zorgleerlingen een plaats in het reguliere onderwijssysteem. De zogenaamde Sonderschulen richten zich vooral op het faciliteren van het reguliere onderwijs in de vorm van expertisecentra. In Nieuw-Zeeland is in 2001 door het ministerie van Gezondheid de zogenoemde New Zealand Disability Strategy gelanceerd, met als doel alle barrières weg te nemen voor mensen met een handicap. Het document vermeldt dat de handicap niet in de mens, maar in de samenleving zit. Bovendien wordt het politieke doel gekenschetst om een inclusieve samenleving verder te ontwikkelen. Scholen opereren er nu met integratie als hoofdgedachte. In Nieuw-Zeeland heeft de samenleving letterlijk de deuren geopend. Ook in de Verenigde Staten, Canada en Australië zijn soortgelijke ontwikkelingen gaande. Beryl Hindes is directeur van de Dell basisschool in Suffolk, Groot-Brittannie, waar alle kinderen welkom zijn. Kinderen met een leerstoornis vergelijkbaar met het Nederlandse MLK zitten in een aparte klas. Maar dat is dan ook de enige scheiding op de school. Hindes: “Ik geloof niet in segregatie. Niet op huiskleur, niet op religie en ook niet op handicaps of leerstoornissen. Kinderen met een extra zorgvraag zouden onderwijs op een reguliere school moeten kunnen volgen. Juist die meest kwetsbare kinderen moeten mengen met andere kinderen. Zo niet, dan ontneem je ze de rijke omgeving van de alledaagse maatschappij, de rijke taal die er gesproken wordt en de rijke manieren van spelen en leren.” Volgens Hindes bouwen kinderen op haar school zelfvertrouwen op. “Voor alle kinderen gelden dezelfde regels, ze dragen dezelfde uniformen en gaan op dezelfde tijden naar school. Het enige verschil is het ontwikkelplan. De taken voor kinderen met een handicap of stoornis zijn makkelijker. Omdat ze het op hun eigen tempo en niveau ontwikkelen, voelen ze zich goed.” Volgens de cijfers zie kaartje Europa vindt in Groot- Brittannië een hoger percentage van de kinderen met een extra zorgvraag een plaats op een reguliere school. Hindes legt uit dat Engeland in Schotland of Wales zijn de zaken weer anders geregeld werkt met een duaal-systeem. “In onze regio zijn weinig scholen zoals wij, met slechts één aparte klas voor kinderen met een leerstoornis. Wel zijn er meer scholen die een aparte unit hebben voor bijvoorbeeld kinderen met een taalachterstand.” Volgens Hindes is het anders denken over zorgleerlingen een langzaam proces. “Je kunt een schoolleider niet dwingen open te staan voor zorgleerlingen. Het werkt alleen als hij of zij zelf de voordelen ervan inziet.”

In eigen land

Nederlandse ouders die niet met hun kind naar het speciaal onderwijs willen, zoeken soms zelf een oplossing. Een voorbeeld daarvan is het initiatief van Saskia van der Weck in Almere, moeder van de meervoudig gehandicapte Siebe 5. Door de aard van Siebes handicap valt hij buiten de leerplicht. “Dat wisten we in eerste instantie niet. Daarom hebben we gesprekken gevoerd op een gewone school in de buurt en op een Vrije School. We waren er snel achter dat het regulier onderwijs een brug te ver was. Ook de ZMLK-school vonden we nog iets te hoog gegrepen voor Siebe.” Van der Weck besloot zich bij Stichting De Joriskring in Amsterdam aan te sluiten en een nieuwe vestiging in Almere te realiseren. Binnen de Vrije School Almere werd een ruimte gehuurd voor een beginnend kinderdagcentrum, de Kalevala-kring. Hier krijgt Siebe, samen met een aantal andere zorgleerlingen, een waardevolle daginvulling die zijn ontwikkeling ten goede komt. Van der Weck: “We zijn op alle scholen altijd positief ontvangen. Er is steeds welwillend naar ons geluisterd, maar er is geen aanbod, dus daarna werd het stil. De Vrije School in Almere was eigenlijk meteen enthousiast toen ik met het idee kwam om een lokaal in hetzelfde gebouw te huren, om daar met een klein klasje aan het werk te gaan. In het huidige onderwijsaanbod mis ik de mogelijkheid om kinderen zoals Siebe in ons midden te houden. Ze moeten eigenlijk altijd in een andere plaats naar school dan hun broers en zussen. Door busvervoer is er beduidend minder contact tussen leerkracht en ouders en dus weinig uitwisseling over de ontwikkeling en het simpele wel en wee van de kinderen. Is het kind eenmaal in het speciaal onderwijs geplaatst, dan ontstaat vervreemding. Kinderen uit een gezin groeien niet meer samen op en ook met leeftijdsgenoten is het contact niet vanzelfsprekend. In de toekomst wil ik dat mijn twee kinderen op dezelfde plek naar school gaan, zodat zij deel blijven uitmaken van elkaars leefwereld.”

Meer weten

  • Financing of special needs education, European Agency for Development In Special Needs Education
  • Inclusief denken en handelen in het onderwijs, J. Bergkamp e.a.
  • WSNS Welbeschouwd, C. Meijer
  • Op weg naar passend onderwijs in een inclusieve samenleving, A. Bolsenbroek e.a.
  • Onderwijs op maat, CG Raad (november 2005)

Voor meer info over de Dell School:
http://www.dell.suffolk.sch.uk/

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.