In toenemende mate kiezen schoolbesturen in het primair onderwijs voor constructies waarbij een directeur meerdere scholen onder zijn hoede heeft en een leraar of ib’er extra taken als locatieleider krijgt. De AVS is hier fel tegen. Het ondermijnt de kwaliteit van het onderwijskundig, financieel en personeelsbeleid. Bovendien is het strijdig met de cao-bepaling dat iedere school een schoolleider heeft. Er zijn ook besturen, zoals Nobego in Zeeland, die juist weer afstappen van clusterdirecteuren. “De schoolleider is het boegbeeld en visitekaartje van de school.”

Een middelgroot schoolbestuur besloot onlangs de schoolleiders te vervangen door locatiecoördinatoren en daarboven unitdirecteuren aan te stellen die drie basisscholen onder hun hoede krijgen. De huidige schoolleiders kunnen coördinator worden met behoud van salaris, maar zodra zij vertrekken neemt een leraar tegen een lerarensalaris de leidinggevende taken over. Op termijn bespaart het bestuur zo geld uit: dezelfde functie wordt voor minder geld verricht. Dit schoolbestuur is lang niet de enige organisatie waar de schoolleider dreigt weg te vallen. De AVS merkt dat besturen door reorganisaties, krimp en financiële problemen in toenemende mate kiezen voor constructies met cluster-, meerscholen- of bovenschools directeuren, waarbij een leraar of ib’er extra taken als locatieleider krijgt. De achtergrond is vrijwel altijd financieel: het is goedkoper om leidinggevende taken in een leraars- dan een schoolleidersfunctie in te schalen. Dat kan per schoolleider honderden euro’s per maand schelen.
De AVS is hier sterk op tegen omdat het nadelige consequenties heeft voor onderwijskundig leiderschap, en daarmee samenhangend, voor personeel en financiën. Kortom: voor de kwaliteit. Om onderwijskundig leider te kunnen zijn, moet een schoolleider keuzes kunnen maken op het gebied van personeel en financien. Stel je een rekenspecialist aan, kies je voor een nieuwe taalmethode of komen er tablets in de klas, én hoe financier je dat? Een clusterdirecteur die leiding geeft aan clusters van scholen zónder een eigen leidinggevende zit daarvoor te veel op afstand. Hetzelfde geldt voor het voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken. Een locatieleider in een leraarsfunctie mag die gesprekken volgens de cao niet voeren, omdat hij of zij dan collega’s beoordeelt. Daarom is die taak is voorbehouden aan de schoolleider. Een directeur met meerdere scholen kan dit al snel niet behappen, omdat de span of control van een leidinggevende veertig á vijftig medewerkers is. Inmiddels is op aandringen van de AVS in de CAO PO 2014- 2015 de bepaling opgenomen dat iedere school een schoolleider heeft, die verantwoordelijk is voor leidinggevende taken. Uitholling van de schoolleidersfunctie door bestuurders is niet nodig, omdat er in de bekostiging middelen zijn opgenomen voor een schoolleider.

Minder toko’s
De Haagse Scholen, een bestuur van 54 openbare scholen met zeventig locaties in Den Haag, is inmiddels teruggegaan van zeven clusterdirecteuren – die ieder zeven á acht scholen onder hun hoede hadden – naar vier en momenteel zijn er twee. “Meer blijkt financieel niet haalbaar”, zegt Wiely Hendricks, voorzitter van het College van Bestuur. “Als bestuurders is het ondoenlijk om contact te onderhouden met 54 scholen, vandaar de aanvankelijke zeven clusterdirecteuren. Zij hadden een faciliterende en begeleidende rol, deden veel aan coaching en fungeerden als klankbord voor schoolleiders.” Alle 54 scholen hadden en hebben een eigen schoolleider. “In mijn visie houden we die tot in lengte van jaren. De schoolleider is onderwijskundig eindverantwoordelijk en beslist over personeel en financiën”, zegt Hendricks. Er waren twee belangrijke redenen om het aantal clusterdirecteuren te verminderen. Ten eerste de kosten. “We hadden te veel overhead. Een clusterdirecteur kost zo’n 80 á 90 duizend euro per jaar inclusief werkgeverslasten. Drie directeuren minder bespaart op jaarbasis zo’n 240 tot 270 duizend euro.” De tweede reden was dat de organisatie bij het aantreden van Hendricks stevig verdeeld was. “Er was destijds, in 2005, weinig eenheid tussen bestuurskantoor en scholen, scholen onderling en tussen de zeven clusters. Clusterdirecteuren hebben de behoefte om hun eigen toko te runnen en op eigen wijze uitvoering aan het takenpakket te geven. Minder toko’s is meer eenheid.” Vier jaar geleden verdwenen nog twee clusterdirecteuren vanwege de stille bezuinigingen in het onderwijs. “Twee clusterdirecteuren is wel echt het minimum, met ieder 27 scholen hebben ze een enorme werkdruk”, merkt Hendricks. Om het behapbaar te houden, is de verantwoording door schoolleiders teruggebracht tot vijf aandachtsgebieden: onderwijsopbrengsten, ouder- en medewerkerstevredenheid, voldoende leerlingen en financieel beheer. Hendricks: “De intensiteit van contact tussen clusterdirecteuren en schoolleiders is afgenomen. Dat stelt hoge eisen aan de zelfstandigheid en integraliteit van de schoolleider. Daarom hebben we drie jaar lang geïnvesteerd in een interne managementopleiding van twintig dagen per jaar.”

Kleine scholen
Voor scholen met minder dan 145 leerlingen is de AVS minder stringent in haar opvatting: een meerscholendirecteur kan maximaal twee kleine scholen onder zijn hoede hebben. Toch zijn er besturen, zoals Nobego in Goes en Noord-Beveland, die afstappen van meerscholendirecteuren en weer kiezen voor één schoolleider voor iedere school. De keuze voor een directeur per twee scholen was een financiële kwestie, vertelt Pim van Kampen, die een jaar CvB-voorzitter is van het bestuur met tien kleine scholen tussen de 75 en tweehonderd leerlingen. “Nobego zat in financieel zwaar vaarwater en door die constructie was er minder management nodig. Nu we een paar jaar verder zijn, blijkt dat in de praktijk minder goed te werken.” Onlangs was er een visiedag met het personeel en zij gaven aan dat de rol van de directeur cruciaal voor een school is. “De schoolleider is het boegbeeld en het visitekaartje van de school. Hij of zij moet zichtbaar en aanspreekbaar voor ouders en leraren zijn, zeiden ze. Vooral als er iets fout gaat, is het een enorm risico als de schoolleider niet op school aanwezig is. Dat hebben we goed in onze oren geknoopt.”
Nu zijn er nog twee directeuren met twee scholen, maar na de zomervakantie hebben alle scholen weer een eigen schoolleider, kondigt Van Kampen aan. “We kunnen dat financieel behappen doordat we in overleg met directies en GMR hebben vastgesteld dat een school minimaal 0,6 fte krijgt voor leidinggevende taken en per 25 leerlingen komt daar een tiende bij. Het werkt positiever als een schoolleider daarnaast bovenschoolse taken heeft of deels voor de klas staat en feeling met de leerlingen houdt. Zo kunnen we het binnen ons bestuur redden, mede door de kleinescholentoeslag”, legt hij uit.

Kwaliteitsverlies
Bij scholen die een andere keuze maken dan Nobego, gaan de financiën blijkbaar boven de inhoud, concludeert de AVS. De trend om locatieleiders in een L-functie aan te stellen, zorgt ervoor dat de verbetering van de onderwijskwaliteit stilstaat. Een schoolleider heeft de bevoegdheid om onderwijskundige keuzes te maken, een locatieleider in een L-functie niet. Dan is er geen schoolontwikkeling, krijg je leraren die mopperen over werkdruk, klagende ouders, terwijl je voor de oplossing hogerop moet zijn bij een directeur die te veel op afstand zit om echt betrokken te zijn bij de school. Ook de professionalisering van schoolleiders wordt ingeperkt. Met het schoolleidersregister zijn er stevige kwaliteitseisen gesteld aan professioneel onderwijskundig leiderschap. Een leraar heeft niet de capaciteiten van een opgeleide schoolleider. En als hij of zij wel dezelfde kwaliteiten heeft, moet je de leraar als schoolleider honoreren, anders is er sprake van uitbuiting. Op korte termijn lijkt het financieel slim om leraren als locatieleider aan te stellen, op lange termijn leidt het tot inhoudelijk kwaliteitsverlies, vindt de AVS.

De AVS wil het tij keren met de nieuwe CAO PO 2015-2016. De inzet is afspraken te maken over de minimale fteomvang voor schoolleiding per formatie van een school, over voldoende uren en/of ambulante tijd binnen de jaartaak om de bij de functie horende taken uit te voeren en de positie van schoolleiders te versterken door hun vertegenwoordiging in de GMR expliciet te regelen. Daarnaast vraagt deze ontwikkeling bij sommige (kleinere) schoolbesturen meer professionalisering van het bestuur en de Raad van Toezicht om te komen tot andere keuzes.

Leergang en training
Het lijkt tegenstrijdig, maar de AVS biedt wel de Leergang Clusterdirecteur aan. Het gaat hierbij echter om clusterdirecteuren die leiding geven aan clusters van scholen met een eigen leidinggevende. Een clusterdirecteur dus die schooldirecteuren aanstuurt, géén leraren of ib’ers met extra taken als locatieleiders. De leergang bewerkstelligt een kwaliteitsslag in professionele ontwikkeling, die leiderschap in grote besturen ondersteunt. Meer informatie: www.avs.nl/cel/cd

De eendaagse training ‘Meerscholendirecteur? Dat is echt wat anders!’ (21 mei of maatwerk) is bedoeld voor directeuren met maximaal twee kleine scholen (<145 leerlingen) onder hun hoede. www.avs.nl/ professionalisering/trainingen

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws