Politieke column -Paul van Meenen

Jaarlijks stellen schoolleiders
samen met de leerkrachten van groep 8 het advies op voor de vervolgopleiding
van hun leerlingen. Dat doen zij zo goed en zorgvuldig
mogelijk. Maar zegt dat advies iets over de ontwikkeling die het kind daarna doormaakt, vraagt Paul van Meenen, onderwijswoordvoerder in de Tweede Kamer namens D66, zich af. “Ik verwacht het niet.”

We weten dat het bij dit schooladvies gaat om een verwachting, een professionele inschatting. Vaak gebaseerd op gemiddelden en toetsen uit het verleden. Het voorsorteren op dit cruciale moment is immers al op jonge leeftijd begonnen. Het leerling(achter)volgsysteem doet z’n werk. Wie het proefschrift van Karen Heij Van de kat en de bel over de eindtoets leest, ziet dat de eindtoets als vermeende grote gelijkmaker voor kansengelijkheid volledig faalt. Sterker nog, de toets versterkt juist de ongelijkheid. Het maakt van leerlingen winnaars en verliezers. Van kinderen van 10-11 jaar. Kan dat niet beter? Ik denk het wel.

Het debat in Nederland gaat vaak over het belang van toetsen ten opzichte van advies. Over de beste volgorde, over eventuele heroverwegingen. Maar dat is pleisters plakken op een wond die veel te diep zit; de gapende wond van selectie. Die komt voor heel veel leerlingen veel te vroeg.
Natuurlijk moet er veel gebeuren om elk kind de beste kansen te geven. Zoals gratis en ontwikkelingsgerichte kinderopvang, een rijke schooldag voor ieder kind met sport, cultuur, natuur, en begeleiding. Plus een optimale combinatie van onderwijs en zorg, zo inclusief mogelijk. En het allerbelangrijkste: goede en gelukkige leraren en schoolleiders. Zij zijn essentieel.
Daarnaast is een enorm obstakel de te vroege en te definitieve selectie aan het eind van de basisschool. Die is rechtstreeks het gevolg van de sjoelbak die het voortgezet onderwijs steeds meer is geworden. Ieder kind krijgt een vakje in de sjoelbak, waar het bijna nooit meer uitkomt. Het stapelen van onderwijsniveaus is in Nederland knap lastig geworden. Dat moet wat D66 betreft doorbroken worden. Door veel meer geduld te hebben met de ontwikkeling van kinderen en jonge mensen. Geduld! Voor ieder kind die dat nodig heeft. Dus niet de ene structuur, de sjoelbak, vervangen door een structuur van uitsluitend brede brugklassen. Nee, zorg voor een aanbod dat voor ieder kind passend is. Vroeg selecteren waar dat in het belang van het kind is. Laat selecteren waar dat, voor het merendeel van de kinderen, in hún belang is. Geen stelselwijziging dus. Maar geduld, rust, uitstel van selectie en een veel minder definitieve selectie.

En laten we in de politiek de scholen weer centraal stellen. Dáár zitten de schoolleiders, de leraren, ouders en kinderen. Zij moeten de zeggenschap en ruimte hebben om deze belangrijke keuzes voor de toekomst te maken, zodat de talenten en de ontwikkeling van de kinderen centraal staan. Met de beste leraren en schoolleiders. Alleen dan krijgt ieder kind de beste kansen!

Reageren: p.vmeenen@tweedekamer.nl

Gerelateerd nieuws