Integrale aanpak nodig in knellend stelsel

Sinds de coronacrisis staat het binnenklimaat van scholen weer prominent op de agenda, met name waar het gaat om ventilatie. We weten dat kinderen beter leren in een schoolgebouw met schone lucht en ook leraren voelen zich beter bij een prettig binnenklimaat. Waarom zitten veel scholen er dan toch zo armoedig bij? Een ‘integrale aanpak’ voor het verbeteren van de onderwijshuisvesting wordt aanbevolen, maar het huisvestingsstelsel lijkt te knellen.

Het coronavirus was de aanleiding voor Librijn, een stichting van vijftien scholen in Delft en Rijswijk, om aan de slag te gaan met het binnenklimaat. Voor alle schoolgebouwen liet het bestuur de ventilatie in kaart te brengen en toetste deze aan het Bouwbesluit en de CO2-norm. Vervolgens kwam er een prioriteitenlijst en ‘vlekkenplan’ (schematisch overzicht van de gewenste indeling van een gebouw, red.) per school. “Van sommige gebouwen is de levensduur allang voorbij. Enkele bleken zo slecht geïsoleerd dat er door de tocht vanzelf al geventileerd wordt”, schertst Caroline Versprille, bestuurder van Librijn. “Bij andere scholen moeten de ramen extra open om genoeg te kunnen ventileren. In één gebouw bleek de technische installatie niet goed op de klaslokalen te zijn aangesloten. Daar kunnen we waarschijnlijk met een relatief kleine ingreep veel verbeteren.” Voldoende stof voor het gesprek met de betrokken gemeenten over de integrale huisvestingsplannen (IHP’s).

Cofinanciering

De ventilatie en de recente subsidieregeling (360 miljoen) voor de verbetering ervan staat bij veel besturen en gemeenten op de agenda. Een mooie stap, die subsidie, maar is het genoeg? “Er geldt een 30/70-regeling. Hoe financieren we de ontbrekende 70 procent?”, vraagt schoolbestuurder Versprille zich af. Tweede Kamerlid Lisa Westerveld (GroenLinks) krijgt signalen dat gemeenten die 70 procent niet kunnen ophoesten. Samen met PvdA-collega Kirsten van den Hul stelde zij Kamervragen over de cofinanciering aan minister Slob. “Dit is nou typisch iets wat jaren geleden al geregeld had moeten zijn. Corona vergroot allerlei problemen in het onderwijs uit. Niet alleen de kansenongelijkheid tussen leerlingen, maar ook het achterstallig onderhoud aan schoolgebouwen.” Veel schoolgebouwen zijn bovendien niet toegerust op moderne manieren van lesgeven. Leerpleinen en digitale schoolborden stellen bijvoorbeeld andere eisen aan geluid en verlichting dan klassikaal onderwijs voor een krijtbord. Westerveld: “Het is toch zonde als we het onderwijsveld onvoldoende helpen om het leren van kinderen optimaal vorm te geven?”

Maatschappelijke doorbraak

Wim Zeiler, hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), doet al jaren onderzoek naar installaties en de impact ervan op luchtkwaliteit. Dat gaat verder dan de aerosolen waarvoor momenteel zoveel aandacht is, legt hij uit. “Ook de kwalijke gezondheidseffecten van fijnstof en de vluchtige organische componenten (VOC’s) worden steeds duidelijker.” Zeiler pleit voor een integrale visie op bouw en onderhoud. Binnen de onderzoeksunit Building Physics and Services van de TU/e is veel expertise op het gebied van het binnenklimaat, vertelt hij. “Ik werk met een aantal hoogleraren aan een onderzoeksvoorstel waarbij we niet alleen naar luchtinstallaties kijken, maar ook naar geluid, licht, vocht- en warmteoverdracht, bouwmaterialen. Het heeft geen zin om maar één aspect van het binnenklimaat te optimaliseren.” Als we het onderwerp vanuit al deze verschillende disciplines aanvliegen, kunnen we een maatschappelijke doorbraak bereiken, verwacht hij.

Ook het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen (LCVS) adviseert een integrale aanpak. In hun rapport Eindrapportage Beeld van ventilatie op scholen in het funderend onderwijs in Nederland (oktober 2020) brengen zij de situatie in kaart en doen ze aanbevelingen.

Andere kennis nodig

Voor Librijn gaat de huisvestingsdiscussie dan ook niet alleen om ventilatie. Bestuurder Versprille: “Het moet ook gaan over de thermische en akoestische staat van een gebouw. En is er voldoende daglicht? Welke plannen kunnen we maken, binnen een meerjarenbegroting? Waarmee beginnen we, wat doet de gemeente en wat moeten wij doen?” Het Librijn-bestuur heeft voor de afdeling huisvesting een expert aangesteld die geen ervaring heeft in het maatschappelijk vastgoed, maar uit de commerciële wereld komt, vertelt Versprille. “In het onderwijs nemen we veel situaties voor wat ze zijn. Met deze expert halen we andere kennis binnen. Daarnaast huren we af en toe expertise in om processen meer vorm te geven. We gaan ervoor!”

Krappe budgetten

De oorzaak van het achterstallig onderhoud bij veel scholen ligt deels in onderinvestering in onderwijshuisvesting, meldt het McKinsey-rapport Een verstevigd fundament voor iedereen (april 2020). Ook noemen schoolbesturen en -directies huisvesting als een van de eerste posten waarop kan worden bezuinigd bij geldgebrek. Versprille vertelt dat ook bij Librijn te kleine budgetten een probleem vormen. “Ik zou liever bespreken wat er nodig is voor onze leerlingen en leraren in plaats van ‘dit is het geld en meer kan niet’.” Veel Nederlandse scholen zijn in oude gebouwen gehuisvest. “Gemiddeld zo’n veertig jaar oud zijn ze, en dan moeten ze nog twintig jaar mee”, weet hoogleraar Zeiler. “We weten dat de financiering onvoldoende is. Maar geld is niet het enige.” Menselijke creativiteit en de inventiviteit van organisaties zijn vaak meer bepalend dan budget, ziet hij. “Ik heb honderden scholen gezien en ben soms verbaasd wat er binnen een klein budget mogelijk is.”

Stelsel niet ideaal

Het onderwijshuisvestingsstelsel is in ieder geval niet ideaal, blijkt uit het McKinsey-rapport. Zo moeten de gemeentes voor de gebouwen zorgen en de scholen voor het onderhoud. Versprille: “Dat we niet mogen mee-investeren in stenen is niet logisch, want het onderhoud ligt wel bij ons.” De Librijn-scholen staan in groeigemeentes, legt ze uit. “Het aantal leerlingen groeit hard op onze scholen, dus de gemeenten moeten veel voorinvesteren. Daar komt bij dat veel kinderen uit de gemeente Midden-Delfland naar school gaan bij ons in Delft.” Ze pleit voor een ‘Geld volgt leerling’-systematiek. “Bij het samenwerkingsverband volgt het budget de leerling. Zo zou het bij huisvesting ook moeten zijn.”

Bespreekbaar maken

Bij schoolleiders ligt de taak om vooral oog te hebben voor het belang van goede huisvesting voor de leraren en daarover met hen in gesprek te gaan, vindt schoolbestuurder Versprille. “Hoe is de verlichting, heb je een prettig lokaal? Hoe hangt het bord en waarom staat dat bureau daar – is dat voor jou als leraar wel het fijnst? Een goede werkplek draagt bij aan lager ziekteverzuim. Schoolleiders moeten in de lead om dingen bespreekbaar te maken. Daarom hebben zij zitting in onze Domeingroep Huisvesting, waar ze met onze expert bekijken welke stappen er gezet kunnen worden. Samen met de Domeingroep Financiën bedenken ze dan plannen om de financiering te regelen.”

Alert zijn

Voor hoogleraar Zeiler zou het al schelen als schoolleiders beseffen dat de technische systemen regelmatig onderhoud en toezicht nodig hebben. “Schoolgebouwen hebben systemen nodig die fouten kunnen detecteren, prestaties monitoren en aangeven wat er moet gebeuren. Sommige scholen hebben prachtige installaties die niemand kan bedienen, laat staan onderhouden – dan is het binnenklimaat net zo slecht als in een school waar niks is.” Wat kan een schoolleider wél doen? “Alert zijn op een aantal technische zaken. Zoals de verlichting: die is meestal aan of uit, maar moet voor het beste resultaat taakafhankelijk afgesteld kunnen worden.”

Bouwbesluit

Een ander verbeterpunt schuilt in het Bouwbesluit en de naleving ervan. Neem de ventilatie-effectiviteit: die is niet berekend op een coronavirus dat zich via aerosolen verspreidt. Zeiler: “Men gaat in het Bouwbesluit uit van volledige menging, maar de realiteit is dat een groot deel van de lucht de ruimte verlaat zonder bij te dragen aan de ventilatie.” Los daarvan: in een Kamerdebat stelde premier Rutte afgelopen zomer dat gemeenten zich aan het Bouwbesluit en de richtlijnen voor ventilatie moeten houden, herinnert Tweede Kamerlid Westerveld zich. “Maar veel scholen zijn gebouwd in een tijd dat het huidige Bouwbesluit nog niet van toepassing was. Zestig jaar geleden golden er andere regels dan nu!” Librijn kreeg in 2019 na een brand een noodgebouw dat niet eens aan het geldende Bouwbesluit blijkt te voldoen.

Duurzaam

Ondertussen worden de bouwkosten én de duurzaamheidseisen steeds hoger. Versprille: “Gemeentes zijn altijd op zoek naar ruimte om investeringen terug te verdienen. Dan hebben we het al snel over energieneutrale gebouwen.” Hoogleraar Zeiler waarschuwt voor een beperkte scope: “Het gaat erom dat we een duurzame, gezonde en effectieve leeromgeving creëren, zonder ons op één ding te focussen. Een integrale benadering zorgt voor de meest effectieve besteding van de financiële ­middelen.”

Onderzoek naar aerosolen

Anderhalve meter achter een proefpersoon in het SenseLab van de TU Delft blaast een apparaat ‘aerosolen’ uit (minuscule zeepbelletjes). Verschillende manieren van ventilatie worden getest. Wat is het meest effectief in de strijd tegen virusverspreiding?

Mechanische ventilatie. Raam open. Deur open. Raam én deur open. Geen ventilatie, en daarna raam en deur allebei open. De zeepbellenwolk beweegt zich steeds anders door de ruimte en om de proefpersoon heen. “Het is goed om de lucht regelmatig door te spoelen”, vat hoogleraar Binnenmilieu Philomena Bluyssen (TU Delft) de testresultaten samen. “Ramen en deur open, en dan het klaslokaal verlaten.” Haar advies: minder kinderen in het lokaal (afstand houden), mondkapjes op (ook in klaslokalen) en kortere lesuren. Met de besmettelijkere coronavarianten komt dit nog nauwer. Maar er speelt meer, de wind bijvoorbeeld. En de buitentemperatuur – als het buiten kouder is ververst de lucht beter. “Idealiter hebben alle scholen mechanische ventilatie”, legt Bluyssen uit. “Met toe- én afvoer, en op de juiste manier.” De regelgeving werkt echter niet mee. “De huidige richtlijnen houden geen rekening met de luchtverdeling, inrichting en bezetting van een lokaal.”

‘Scheetjes’

Er is nog veel onderzoek nodig, benadrukt Bluyssen, zoals naar de luchtverdeling in de klas in relatie tot verschillende manieren van ventileren en het langer volgen van aerosolen. “We vermoeden dat ze via de adem van kinderen op de tafels neerslaan en ook bij de ventilatieafvoer terechtkomen.” Ze pleit er net als hoogleraar Wim Zeiler voor om de onderwijshuisvesting integraal te bekijken en werkt daarvoor samen met de TU/e, het UMC Utrecht en de Erasmusuniversiteit. Haar eerdere studie (2017) naar het binnenmilieu van basisscholen bevestigt het belang van die integrale aanpak. Leerlingen klaagden vooral over lawaai en geur (‘scheetjes’). Een betere akoestiek bleek ook hun beleving van geur, tocht en licht positief te beïnvloeden.

Kader Primair
Dit artikel heeft in Kader Primair gestaan. AVS-leden ontvangen Kader Primair maandelijks op de mat. Nog geen lid? Bekijk hier eerder verschenen nummers, word lid en ontvang voortaan ook iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus!

Gerelateerd nieuws