Een van de conclusies uit het Teleac Burgerschapsonderzoek, dat medio oktober gepresenteerd werd aan de vaste Kamercommissie Onderwijs, is dat driekwart van de allochtone ouders vindt dat homoseksuele leerkrachten niet aan de kinderen moeten laten merken dat ze homoseksueel zijn.

Van hen denkt 51 procent dat leerkrachten deze mening delen, terwijl 31 procent van de leerkrachten dit in werkelijkheid vindt. Van de autochtone ouders is 34 procent van mening dat een homoseksuele leerkracht zijn geaardheid voor de kinderen moet verzwijgen. De AVS betreurt deze uitkomsten en roept schoolleiders op om ferm achter het eigen homoseksuele personeel te staan, in te grijpen bij escalaties en het team te sturen op verantwoordelijkheid voor elkaar en voor de Nederlandse grondwet. Leidinggevenden in het onderwijs moeten volgens de cao een goede werkgever zijn. Hieronder valt, aldus AVS voorzitter Ton Duif, naast een uitstekend personeelsbeleid ook de bescherming van personeel tegen intimidatie, mishandeling et cetera. Dit geldt zeker voor leerkrachten, kinderen en anderszins betrokkenen bij de school die niet vrijuit kunnen spreken over hun seksuele geaardheid. Formeel biedt de Nederlandse grondwet in artikel 1 voldoende ruimte voor homoseksuele leerkrachten om hun professie uit te oefenen. Dat dit niet gemakkelijk is, blijkt in de praktijk. Er zijn legio voorbeelden van homoseksuele leerkrachten die door het vrijuit spreken over hun geaardheid ziek thuis zitten. De AVS participeert actief in de werkgroep Veiligheid waar dit onderwerp regelmatig ter sprake komt en neemt deel aan het Landelijk overleg homobeleid en onderwijs.

Communicatiekloof
Het onderzoek laat verder zien dat de meningen van autochtone ouders, allochtone ouders en leerkrachten op meerdere vlakken zeer uiteen lopen. Ook op het gebied van religie, kleding, kleine criminaliteit, communicatie en agressie blijken er grote verschillen te bestaan over wat voor beleid een school moet voeren. De communicatiekloof tussen ouders en leerkrachten blokkeert de noodzakelijke sociale integratie en vorming van een democratisch bewustzijn. Beide partijen gaan te weinig de dialoog aan en zijn niet op de hoogte van elkaars standpunten. Deze kloof is een belangrijke reden waarom burgerschapsvorming in het onderwijs nauwelijks van de grond komt, luidt de eindconclusie van het Burgerschapsonderzoek. De communicatie tussen ouders en leerkrachten moet dus verbeteren. Opvoeden gebeurt voor een groot deel ook thuis, daarom is het belangrijk dat ouders en leerkrachten meer op één lijn zitten. Vanaf februari zijn alle scholen in Nederland verplicht om aandacht te besteden aan Burgerschap. Kinderen moeten leren nadenken over hun rol in de maatschappij. Hierbij komen vraagstukken aan de orde als omgaan met culturele verschillen, het milieu en criminaliteit. De AVS biedt schoolleiders ondersteuning in het kader van Burgerschap op school. Uit het Teleac-onderzoek blijkt overigens dat alle partijen het er over eens zijn dat Burgerschap een belangrijke rol moet spelen op school. Ouders en leerkrachten zijn zeker bereid zich daarvoor in te zetten

Kijk voor meer informatie over het Teleac Burgerschapsonderzoek op http://www.teleac.nl/ > Opvoeding en onderwijs > De nationale ouderavond

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws

  • Onderwijsraad: het onderwijs moet inclusiever

  • Monitor Hybride onderwijs: reflectie op afstandsonderwijs

  • Sterke schoolleiders belangrijk punt voor politieke verkiezingsprogramma’s

  • Vernieuwde Canon van Nederland gepresenteerd